Voortgang

Relevant voor de klant

Verbinding met de klant

Het vertrouwen van onze klanten is onze basis. Daarom zorgen we voor energie die betrouwbaar, betaalbaar én duurzaam is. We bieden hoogwaardige producten en diensten, en snelle en excellente service. Die stemmen we af op wat onze klanten echt nodig hebben. Want zij hebben de regie. We verdiepen ons in de veranderende behoeften van onze klanten en ontwikkelen innovatieve diensten en producten om hen te ondersteunen bij het realiseren van hun duurzame energievoorziening.

Aantal contracten marginaal afgenomen

Omdat onze rol verandert van energieleverancier naar energiepartner, met een breder palet aan producten en diensten, rapporteert Eneco voortaan niet meer het aantal klanten dat elektriciteit, gas of warmte afneemt, maar het aantal leveringscontracten. Dit jaar is het aantal contracten met klanten marginaal gedaald tot 4,4 miljoen. Het aantal klanten is licht gedaald, maar onze klanten nemen steeds vaker meerdere producten en diensten bij Eneco af, zoals een Toon of een onderhoudscontract voor bijvoorbeeld hun cv-ketel of voor hun zonnepanelen.

Toon slaat aan

Inmiddels hebben 225.000 gezinnen gekozen voor Toon. We weten dat dit een loyale groep is. Terwijl de consument steeds vaker van energieleverancier verandert, blijven klanten langer bij Eneco. Een van de redenen daarvoor is Toon.

Om ook gezinnen zonder energiecontract bij Eneco te laten profiteren van de voordelen van Toon, bieden we de intelligente thermostaat ook aan via andere verkoopkanalen, zoals Cool Blue. Met onze nieuwe diensten willen wij de komende jaren een steeds bredere doelgroep bereiken.

Meer diensten voor de zakelijke markt

In de zakelijke markt lag de focus op het invullen en uitbouwen van onze rol als dienstverlener. Dat doen we bijvoorbeeld door het verstevigen van bestaande partnerships zoals met de NS en het aangaan van nieuwe partnerships met onder meer diverse Waterschappen. Ook helpen we klanten met het verduurzamen van gebouwen met de door Eneco ontwikkelde Gebouwmanager. Met de Eneco Gebouwmanager heeft de klant op elk gewenst moment inzicht in het energieverbruik, het comfortniveau en de prestaties van de gebouwinstallaties. Daarnaast hebben we in 2015 de Eneco GroeiDoorTM service geïntroduceerd, waarbij de dienstverlening aan klanten centraal staat en de energie tegen kostprijs wordt geleverd.

Zichtbaar duurzaam ondernemen kunnen onze zakelijke klanten met Eneco Elektrisch Laden. Via de leasemaatschappij zorgen we voor een laadpaal bij klanten thuis en voor de bijbehorende oplaadpas. Deze klanten rijden op 100% HollandseWind. Inmiddels hebben we 6.000 klanten voorzien van een laadpaal en/of laadpas. Elektrisch Laden is in 2015 met 280% gegroeid; we zijn nu de vijfde speler in de markt. Deze groei is met name gerealiseerd door samenwerking met partijen als Mercedes, Nationale Nederlanden, PON (VW/AUDI), ING en Alphabet. Onze klanten reden dit jaar 17,8 miljoen elektrische kilometers. Dat is 445 keer de wereld rond.

Al onze mkb-klanten hebben dit jaar een vaste contactpersoon gekregen. Deze contactpersoon kent de branche en weet wat er speelt bij de ondernemer. Bovendien hebben we voor het mkb-segment de openingstijden verruimd. Klanten kunnen nu iedere werkdag tot 21.00 uur bij ons terecht voor alle vragen over energie en verduurzamen.

Agro-Energy

In de tuinbouwsector zijn het gecontracteerde volume en marktaandeel licht gestegen, dankzij een lage churn en de acquisitie van een aantal grote nieuwe klanten. AgroEnergy heeft in 2015 warmte- en CO2-leveringsproducten in de markt geïntroduceerd. De tuinbouwklanten van Eneco Warmte & Koude die zijn aangesloten op de RoCa-centrale worden vanaf januari 2016 als eerste hiermee bediend. In de loop van 2016 worden ook klanten in andere warmteclusters voorzien. Het aantal klanten van het serviceproduct BiedOptimaal verdubbelde in 2015 naar 65. Daarnaast introduceerde Agro-Energy in 2015 de EnergieRadar, die klanten helpt bij het vaststellen van hun energiestrategie en het optimaliseren van hun energiekosten. Bovendien lanceerde Agro-Energy in samenwerking met Eneco Energy Trade het elektriciteitsregelproduct FlexLive voor een proefproject. Hiermee is de Eneco-keten in staat om flexibel elektrisch vermogen van zakelijke klanten in het middensegment te ontsluiten voor de markt. Deze service wordt niet alleen aan tuinders maar ook aan andere zakelijke klanten van Eneco aangeboden.

Joulz werkt met klanten aan duurzame energievoorziening

Joulz Energy Solutions is dé expert in complexe midden- en hoogspanning. Samen met klanten en partners werkt Joulz aan een duurzame en betaalbare energievoorziening.

In 2015 had Joulz opdrachtgevers in verschillende segmenten. Zo werkte ze samen met energieproducenten, waaronder Clusius (een joint venture tussen Eneco Wind en Mitsubishi), met wie zij een vijfjarig contract afsloot voor het beheer en onderhoud van Windpark Luchterduinen. Daarnaast was Joulz werkzaam in het segment netbeheer. Stedin was een belangrijke opdrachtgever voor het beheer en onderhoud van hoogspanningsstations. Ook werkte Joulz voor Stedin als system integrator van de telecomwerkzaamheden. Samen met TenneT sloot Joulz de eerste strategische alliantie in de energiebranche. Zij werd bij TenneT voor een aantal werkzaamheden geselecteerd, zoals bovenlijnen en stationswerkzaamheden. Joulz werkte ook voor opdrachtgevers in de industrie, waarbij ze verantwoordelijk was voor het ontwerp, de bouw en het onderhoud van hoogspanningsstations voor industriële klanten als Total en RWG. Ook op het gebied van mobiliteit was Joulz actief. In 2015 heeft zij veel geïnvesteerd in het verkrijgen van de benodigde kwalificaties voor het werken in de railsector. ProRail en RET waren hierbij de belangrijkste gesprekspartner. Voor Prorail ontwierp en bouwde Joulz een transformatiestation in Zevenaar, het laatste station van de Betuweroute.

Ook Joulz meet onder haar klanten de tevredenheid. In het vierde kwartaal scoorde het bedrijf een gemiddelde van 8,3.

Klanttevredenheid Eneco

Tevreden klanten zijn voor ons heel belangrijk. Tevreden klanten zijn immers ook trouwe klanten. Daarom verbeteren Eneco en Stedin continu hun dienstverlening. Dit heeft er, samen met gunstiger marktomstandigheden, voor gezorgd dat de klantloyaliteit in het afgelopen jaar is gestegen. Klanten geven aan het niveau van onze dienstverlening belangrijk te vinden.

Meer tevredenheid klanten

Om de tevredenheid van onze klanten verder te verbeteren hebben we een aantal maatregelen genomen die effectief bleken. Enkele voorbeelden:

  • Een intensief programma voor de medewerkers van de Customer Service, gericht op het in één keer goed afhandelen van vragen en klachten van klanten. Hierdoor stijgt de NPS direct na het contact met ons en in het algemeen.
  • Het Dagje Samen Uit in Diergaarde Blijdorp, voor de zesde keer op rij. Eneco heeft ruim 10.000 klanten met hun gezin in de Diergaarde een mooie dag bezorgd. In totaal waren de afgelopen jaren al ruim 60.000 klanten te gast in Blijdorp. Het bijwonen van een Dagje Samen Uit leidt bij klanten tot een aanzienlijk hogere NPS.
  • De grootschalige invoering van Toon. Inmiddels zijn 225.000 klanten voorzien van een Toon-thermostaat. Klanten die Toon gebruiken, zijn tevredener over Eneco dan klanten waarbij dat niet het geval is. Bij Toon-gebruikers is de NPS voor Toon +10 en de NPS voor Eneco 0 (de algemene NPS voor Eneco is -12).
Externe omstandigheden spelen mee

Naast de bovenstaande maatregelen zorgden ook enkele externe omstandigheden voor een betere klanttevredenheid. Zo is het algemene consumentenvertrouwen het afgelopen jaar gestegen. Ook het zachte weer speelt mee. Dit zorgt voor lagere jaarnota’s, waardoor klanten minder bij hoeven te betalen. De grootschalige invoering van Toon helpt ook bij het voorkomen van verrassingen op de jaarnota, omdat Toon meer inzicht biedt in het energieverbruik.

Wat wilden we bereiken in 2015?

Met de Net Promoter Score (NPS) meten we in welke mate onze klanten Eneco zouden aanbevelen aan anderen. Voor 2015 had Eneco als doelstelling een NPS te behalen van -15.

Wat hebben we bereikt?

In 2015 zijn we ruim boven onze de doelstelling uitgekomen. De NPS verbeterde dit jaar van -21 naar -12.

Wat hebben we gedaan?

De klanttevredenheid is dit jaar verbeterd, maar het is nog niet goed genoeg. Daarom blijven we inzetten op het verbeteren van onze service voor klanten en op het bieden van slimme energieoplossingen. Zo zorgen we ervoor dat klanten via mijneneco.nl gemakkelijk steeds meer zaken zelf kunnen regelen. Daarnaast denken we er samen met klanten over na hoe we hun ervaring met Eneco nog verder kunnen verbeteren. We willen bijvoorbeeld het verhuizen makkelijker maken. De klant geeft bij een verhuizing voortaan één keer het nieuwe adres door. Eneco regelt dat alles in orde komt en houdt de klant via e-mail van het verhuisproces op de hoogte.

Meer praktische diensten

Eneco verandert van energieleverancier naar energiepartner. Als partner van onze klanten leveren we niet alleen gas, elektriciteit en warmte, maar bieden we de klant diensten die het leven in en om het huis een stuk gemakkelijker maken.

Zo introduceerden we het afgelopen jaar Ketelcomfort, een service waarbij de klant geholpen wordt bij het onderhoud van de cv-ketel. Inmiddels zijn bijna 30.000 klanten aangesloten op deze dienst.

2016: topservice en innovatie

Eneco blijft investeren in duurzame energie voor iedereen. We maken vaart met slimme en innovatieve oplossingen. Dat doen we omdat we geloven in een wereld waarin iedereen straks zijn eigen energie opwekt en de traditionele energieleverancier niet meer bestaat. Eneco wil daarbij partner van haar klanten zijn. We investeren daarom in het ontwikkelen en leveren van slimme diensten als Toon en Ketelcomfort. Stedin ontwikkelt smart grids, zodat teruglevering en buurlevering straks de normaalste zaak van de wereld zijn. En via het nieuwe bedrijfsonderdeel Innovation & Ventures hebben we 100 miljoen euro investeringsruimte gecreëerd voor start-ups die met duurzame en slimme energieoplossingen komen.

Onze missie zal ook in 2016 het hart van onze uitvoering blijven. Omdat we geloven in een toekomst waarin alle energie duurzaam is. Niet voor niets blijkt uit recent onderzoek van Natuur & Milieu dat van alle grote energiebedrijven Eneco veruit de meest duurzame is. We hopen dat klanten daardoor voor Eneco zullen blijven kiezen.

We kunnen niet negeren dat de prijs van energie ook in 2016 een belangrijke rol zal blijven spelen. Daarom kiezen we ervoor om ons met het merk Oxxio weer op de Nederlandse prijsvechtersmarkt te gaan begeven. Tegelijkertijd breiden we de functionaliteiten van de Oxxio-app uit. Hiermee hebben klanten én niet-klanten inzicht in hun energieverbruik en kunnen zij gemakkelijk zelf aanpassingen doen of een antwoord op hun vragen vinden. Dagelijks loggen meer dan 7.500 mensen in op de Oxxio-app.

Ook in 2016 staan we voor een topservice. In 2015 werd er vaak contact gezocht met Eneco. Via de telefoon, e-mail, Twitter en Facebook hielpen we klanten met hun vraag. Volgend jaar gaan we door met het verbeteren van onze klantenservice. Daarbij investeren we vooral in het verder digitaliseren van onze dienstverlening. Niet alleen om goedkoper en sneller te zijn, maar vooral omdat onze klanten daarom vragen. Zo wordt mijneneco.nl verbeterd en verloopt de communicatie met klanten steeds vaker digitaal in plaats van per brief. Het merk Oxxio gaat hierin het verst. Alle energiezaken, van het afsluiten van je contract tot het stellen van vragen aan klantenservice, gaan straks heel makkelijk via de Oxxio App.

Klanttevredenheid Stedin

We streven naar tevreden klanten door enthousiaste en duurzame dienstverlening te bieden. Ons uitgangspunt daarbij is: eerst lossen we het op voor de klant. We meten voortdurend of we het in de ogen van de klant goed genoeg doen.

Tevreden klanten zijn essentieel

De in 2014 ingezette stijgende lijn van klanttevredenheid willen we vasthouden, ondanks de ingrijpende organisatorische veranderingen binnen ons bedrijf.

Enthousiaste dienstverlening betekent dat de klant ons als vriendelijk en beleefd ervaart én dat we zelf enthousiast zijn over werken bij Stedin en Eneco Groep. In ons klanttevredenheidsonderzoek hebben we daarom vragen over vriendelijkheid en beleefdheid van medewerkers opgenomen.

Wat wilden we bereiken in 2015?

We willen dat meer dan 77% van de klanten onze dienstverlening beloont met een 7 of hoger. Dit cijfer is opgebouwd uit tien deelonderzoeken. In negen gevallen peilen we de tevredenheid nadat de klant contact met ons heeft gehad, bijvoorbeeld om een afspraak te maken, na een bezoek van een monteur of als hij de klantenservice heeft gebeld. Maar ook hoe tevreden klanten zijn over de slimme meter. Het tiende is een doorlopend onderzoek waarbij we een steekproef doen bij grote klanten die we vragen wat ze van ons facturatieproces vinden.

Wat hebben we bereikt?

Het klanttevredenheidscijfer is uitgekomen op 78%. We zijn erg blij met dit resultaat. Onze medewerkers hebben waargemaakt wat we beloofden en hebben onze klanten enthousiaste dienstverlening geleverd. Ondanks alle veranderingen hebben zij de focus op de klant vastgehouden. Dit zien we duidelijk terug in de resultaten van het klanttevredenheidsonderzoek. Monteurs en medewerkers scoren in alle deelonderzoeken hoge punten voor beleefdheid en vriendelijkheid. De tevredenheid over de slimme meter en onze dienstverlening daaromheen scoort 82%.

Op onderdelen kan het beter

Minder tevreden zijn klanten over onze dienstverlening als ze een nieuwe aansluiting aanvragen of een wijziging op de bestaande aansluiting willen regelen. Dit is terug te voeren op de reorganisatie die we hebben doorgemaakt. We waren in de eerste helft van 2015 nog niet zover met de herinrichting van de teams, de processen en de systemen om op dit punt excellent te presteren. Klanten hebben daar last van gehad en dat blijkt dus ook uit de scores die achterblijven bij die van 2014: 13% lager dan vorig jaar (In 2014 was de score 71%). We zien het als prioriteit om dit onderdeel van onze dienstverlening zo snel mogelijk op een hoger niveau te brengen. Daar hebben we in 2015 ook veel aandacht aan geschonken en we zien in het vierde kwartaal voorzichtige tekenen van verbetering van de tevredenheid. Of die trend doorzet, hopen we in de loop van 2016 zichtbaar te maken.

Wat hebben we gedaan?

Duurzame dienstverlening betekent dat we structureel werken aan verbetering die uiteindelijk leidt tot enthousiaste klanten en positieve reacties uit onze omgeving. We merken dat we steeds meer interactie hebben met onze klanten en stakeholders en met onze omgeving. We richten onze werkwijze en organisatie daarop in.

In 2015 hebben we alle eerstelijnsklantcontacten gebundeld in één afdeling Klant. We bieden klanten daarmee een eenvoudiger ingang naar de verschillende disciplines in ons bedrijf. Ook kunnen we directer reageren op vragen van klanten die te maken hebben met de verduurzaming van de energievoorziening. Alle signalen die we ontvangen, zowel vanuit de Klantenservice, Accountmanagement, Klachtenmanagement als klantonderzoek komen nu op één plek samen. We kunnen met die inzichten het lerend vermogen van ons bedrijf versnellen en vergroten.

Meer selfservice voor klanten

We merken dat klanten steeds meer gebruikmaken van digitale of online mogelijkheden om contact met ons te krijgen of antwoord op vragen te vinden. Daar spelen we steeds beter op in. In 2015 is het webcare team versterkt. We volgen de reacties van klanten op social media voortdurend en reageren daar actief op.

Onze online omgeving is verder doorontwikkeld. De website Stedin.net is ‘responsive’ gemaakt, wat inhoudt dat de website nu ook goed te lezen is op mobiele telefoons of tablets. We bieden klanten hier veel informatie en diverse selfservicetools waarmee ze direct zelf allerlei eenvoudige zaken kunnen regelen. Het storingsoverzicht waarop klanten realtime storingen in hun omgeving kunnen zien is verbeterd. Ook kunnen klanten zelf de afspraak voor het plaatsen van de slimme meter wijzigen naar een ander moment. Zo stellen we klanten in staat zelf de regie te nemen en is onze agenda niet leidend.

Doordat klanten zelf veel antwoorden op vragen kunnen vinden op onze website, blijven de meer complexe onderwerpen over voor onze klantenservice of klachtenmanagement. De bezetting van deze afdelingen heeft in 2015 onder druk gestaan, maar het uitgangspunt ‘Eerst lossen we het op voor de klant’ bleef in 2015 recht overeind.

Sterke verbetering klachtenmanagement

Uit de klanttevredenheidsonderzoeken komen nuttige aanknopingspunten om de dienstverlening verder te verbeteren. Zo heeft door een klantgerichtere insteek van onze klachtafhandeling de tevredenheid hierover een ware vlucht genomen. Ten opzichte van 2014 is er een structurele stijging van 14% (In 2014 was de score 59%). We werken nu met vijf pijlers voor excellent klachtenmanagement en hebben medewerkers goed geïnstrueerd hoe de nieuwe werkwijze is. Persoonlijke benadering en aandacht staat centraal. Binnen een werkdag zoeken we telefonisch contact met de klant en bieden hem één aanspreekpunt voor de afhandeling van de klacht.

Regionaal accountmanagement

Grotere ondernemingen en gemeenten kloppen vaker bij ons aan over verduurzaming van hun energievoorziening. Dat is een opvallende trend. We willen hierin een goede en deskundige gesprekspartner zijn. Daarom hebben we het accountmanagement anders ingericht. In plaats van op klantgroep georganiseerd zijn we nu regionaal georganiseerd met accountmanagers die goed op de hoogte zijn van wat er speelt in hun gebied. Zij ondersteunen proactief gemeenten bij hun duurzame energieambities en initiëren partnerships waarin we binnen de lijnen van de wetgeving de energietransitie samen verkennen.

Het regionale accountmanagement sluit bovendien goed aan op onze regionaal georganiseerde operationele organisatie. Interne afstemming over (toekomstige) projecten of werkzaamheden wordt daardoor efficiënter en effectiever. Doordat het accountmanagement vroegtijdig signaleert wat er speelt kunnen we hierover veel eerder dan voorheen met de betrokken partijen in gesprek. Deze proactieve en betrokken houding moet bijdragen aan de tevredenheid van klanten.

Vooruitblik 2016

We gaan de resultaten uit het klantenservice-onderzoek voortaan direct terugkoppelen aan medewerkers. Dagelijks krijgen klanten die contact met ons hebben een uitnodiging om hun ervaringen daarover met ons te delen. Die feedback ontvangen de medewerkers die dit contact hebben gehad direct. Daardoor wordt het voor onze medewerkers concreter hoe klanten het contact ervaren hebben en op welke punten zij het beter kunnen doen. We passen deze werkwijze eerst toe bij de klantenservice en zijn van plan dit in de loop van het jaar breder in te voeren.

Naast het klantonderzoek gaan we klantreizen structureel inzetten om de contactmomenten continu te beoordelen en te verbeteren. We gaan alle vormen van klantcommunicatie onder de loep nemen, aanpassen en monitoren. Dit geldt ook voor de digitale communicatiekanalen. We willen nog beter aansluiten bij de voorkeurskanalen van de klant, zoals whatsapp. We houden ons aan duidelijke spelregels over hoe we zelf communiceren via deze kanalen en hoe we de privacy van klanten kunnen bewaken.

Betrouwbare levering van energie

Eneco streeft ernaar dat klanten altijd kunnen beschikken over schone, betrouwbare en betaalbare energie. Onze klanten hebben immers altijd en overal hun energie nodig, thuis en op het werk. Daar moeten zij op kunnen vertrouwen. Hun huishouden en bedrijf gaan immers gewoon door.

Uitvalduur

We doen er alles aan om te zorgen dat onze klanten altijd de beschikking hebben over energie. En als er storingen optreden, moeten die snel worden opgelost. Dat zijn onze doelen. Daarom werken we voortdurend aan het terugdringen van het aantal storingsminuten. Dit is ook een thema dat onze belanghebbenden relevant vinden.

Wat wilden we bereiken in 2015?

Ons doel voor 2015 was om de uitvalduur per klant van de toevoer van elektriciteit te beperken tot maximaal 25 minuten en voor gas maximaal 60 seconden. De gemiddelde uitvalduur van warmte wilden we binnen de 49,5 minuten houden.

Wat hebben we bereikt?

De onderstaande tabel geeft de gerealiseerde uitvalduur van onze energienetten weer in het afgelopen jaar, berekend op basis van de System Average Interruption Duration Index (SAIDI). Een onderbreking van electriciteit of gas melden we op de website van Stedin. Via social media informeren we klanten over de voortgang. Onderbrekingen van warmte melden we op de website van Eneco.  

Doel

Gerealiseerd

aantal klanten in milj.

2015

2015

2014

2013

2012

Elektriciteit (in minuten)

2,1

<25,0

24,3

21,1

21,2

35,6

Gas (in seconden)

2,0

<60

97

124

40

77

Warmte (in minuten)

 

<49,5

24,6 

45,0

38,8

26,0

Uitvalduur elektriciteit hoger maar binnen doelstelling

In 2015 hebben we de uitvalduur van elektriciteit met 24,3 minuten onder de doelstelling gehouden. Onze doelstelling is dat een huishouden in een jaar gemiddeld niet meer dan 25 minuten stroomuitval heeft. In 2015 waren er 393 middenspanningsstoringen waarbij een onderbreking in de levering van elektriciteit optrad (414 in 2014). De gemiddelde onderbrekingsduur in het middenspanningsnet van Stedin is verder gedaald naar 72,9 minuten (in 2014 nog 86,5 minuten en in 2013 93,2 minuten).

Uitvalduur gas lager ondanks grotere storingen maar nog boven doelstelling

De gemiddelde uitvalduur van de levering van gas per huishouden is 97 seconden. Dit komt door een aantal grotere gasstoringen in Rhenen en Rotterdam met grote gevolgen voor de klanten van Stedin. In Rhenen betrof het een grote leveringsonderbreking als gevolg van water in de gasleiding die enkele dagen geduurd heeft. In Rotterdam heeft er een incident plaatsgevonden waarbij door een externe aannemer een heipaal door een 8 bar gasleiding is geslagen.

Uitvalduur warmte ruim binnen doelstelling

In 2015 hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan met betrekking tot de levering van warmte. Met een gemiddelde uitvalduur van 24,6 minuten zijn we ruimschoots binnen de doelstelling van 49,5 minuten gebleven.

Gemiddelde onderbrekingsduur elektriciteit gedaald

Bij het meten van en sturen op leveringszekerheid van elektriciteit richten wij ons op de Customer Average Interruption Duration Index (CAIDI). Deze indicator geeft inzicht in de gemiddelde snelheid waarmee storingen worden opgelost in het laag- en middenspanningsnet en hoe lang de getroffen klanten zonder elektriciteit zitten. Deze indicator sluit dus goed aan bij ons doel om storingen die we niet kunnen voorkomen zo snel mogelijk op te lossen.

Doel

Gerealiseerd

 

2015

2015

2014

CAIDI (in minuten)

90,0

82,8

103,9

Tijd aanrijden en veiligstellen gasstoringen verder gedaald

In 2015 hebben we de gemiddelde aanrijtijd met 26 minuten ruim onder de doelstelling gehouden. Onze doelstelling is dat we binnen 30 minuten op de storingslocatie aanwezig zijn. Vervolgens hebben we gemiddeld binnen 13 minuten een veilige situatie voor personen en objecten gerealiseerd. Dit is ruim binnen de doelstelling van 20 minuten.

Doel

Gerealiseerd

 

2015

2015

2014

Aanrijtijd (in minuten)

<30

26

28

Veilig stellen (in minuten)

<20

13

14

Risicobeheersing: onderbrekingen voorkomen

Onze hoogste prioriteit bij de elektriciteitsnetwerken is leveringsonderbrekingen voorkomen. Bijvoorbeeld door verbetering van de stationsautomatisering voor netbesturing, het vervangen van storingsgevoelige componenten en het voorkomen van graafschade. Daarnaast zorgen we voor vervanging van onderdelen die in de nabije toekomst niet meer leverbaar zijn en voor de veiligheid in de netwerken voor openbare verlichting. Voor de gasnetwerken heeft de instandhouding van de gasnetten de hoogste prioriteit, om gaslekkages te voorkomen en de gaslevering te waarborgen. De nadruk ligt voor de gasnetten op de vervanging van aansluitingen waarvan de conditie slecht is en de vervanging van brosse distributieleidingen. Het vervangen van leidingen voorkomt gaslekkages en dure reparaties. Waar dit mogelijk is worden werkzaamheden tegelijk uitgevoerd met andere werkzaamheden aan de infrastructuur (wegen, spoor, riool). Dit voorkomt overlast en reduceert de totale kosten aanzienlijk.

Minder storingen door automatisering en slimmere netten

In 2015 is de uitrol van het Distributie Management Systeem ( DMS) voortgezet. Met dit systeem lezen we veel informatie over de prestatie van de netten op afstand uit en kunnen we ook op afstand maatregelen nemen. Net als in 2014 hebben we in 2015 de stationsautomatisering voor het op afstand besturen van distributieruimtes verder doorgevoerd. In 2015 hebben we het DMS-systeem verder in gebruik genomen voor het gebied Utrecht en omstreken, een groot deel van Rotterdam Zuid en omstreken en een klein deel ten noordwesten van Rotterdam.

Graafschadepreventie

Graafschade is ook in 2015 een veel voorkomende oorzaak van storingen gebleken. Stedin heeft met het inrichten van de afdeling graafschadepreventie het onderwerp nog prominenter neergezet dan in 2014. Hieronder valt ook de Klicdesk, die onder meer aanvragen van bedrijven die graafwerk verrichten afhandelt die betrekking hebben op kabel- en leidingtekeningen en aansluitschetsen. Daarnaast is direct contact met een aannemer op de werkplek buiten zeer effectief in het voorkomen van graafschade. Zo hebben we door de vele bezoeken van de graafschadepreventiemedewerkers van Stedin met de aannemers al goede resultaten geboekt in het voorkomen van graafschades. Daarbij komen ook situaties voor waarbij de graafschadepreventiemedewerker de aannemer aanspreekt op het onjuist ophangen van kabels en leidingen, wat op termijn kan leiden tot storingen in het elektriciteits- en/of gasnet.

Leveringszekerheid warmte

Klanten hebben niet of nauwelijks last gehad van leveringsonderbrekingen van hun warmtevoorziening. Er was sprake van onderbrekingen die bij een normale bedrijfsvoering horen, veroorzaakt door kleinschalige lekkages en storingen aan installatiecomponenten. Door onder andere de inzet van onze eigen service- en onderhoudsdienst is de duur van de onderbrekingen tot een minimum beperkt.

Onze service- en onderhoudsdienst is zodanig ingericht dat we na een eerste melding snel kunnen handelen om de duur van de onderbreking tot een minimum te beperken. Daarnaast houden we uiteraard in het ontwerp rekening met het beperken van storingen. Zo zijn alle warmteproductiemiddelen en het merendeel van de transportnetten redundant uitgevoerd. Waar dat mogelijk is geldt dit ook voor de hoofdtransportnetten.

Naast een permanente monitoring van de werking van onze warmtenetten meten we ook zeer regelmatig de kwaliteit. Zo heeft in 2014 een met thermografische camera’s uitgerust vliegtuig warmtebeelden van het Rotterdamse warmtenet gemaakt. Analyse van de thermografische opnames heeft ertoe geleid dat we in 2015 de noodzakelijke reparaties hebben verricht. Ook deze acties dragen bij aan het beperken van het aantal en de duur van de leveringsonderbrekingen.

Aanbieden slimme meter

Op 2 maart 2015 is Stedin gestart met het grootschalig aanbieden van slimme meters (GSA). De GSA is de verplichting voor de netbeheerder om de slimme meter voor elektriciteit en/of gas proactief aan klanten aan te bieden.

Alle klanten met een gereguleerde kleinverbruikaansluiting moeten eind 2020 een aanbod voor het plaatsen van een slimme meter hebben gehad. De overheid streeft ernaar dat minimaal 80% van de huishoudens in dat jaar een slimme meter heeft. Klanttevredenheid, imago, veiligheid en efficiëntie zijn belangrijke voorwaarden voor het behalen van dit doel.

Wat wilden we bereiken in 2015?

Na een proeffase voor het plaatsen van de slimme meter in de voorgaande jaren, was het ons doel om in 2015 aan 315.000 klanten een slimme meter aan te bieden. Dit aantal is in mei verlaagd naar 290.000 doordat er in de sector een tekort aan slimme gasmeters was. In september hebben we ons doel opnieuw bijgesteld naar 225.000 aanbiedingen. Het aanbieden van zulke grote aantallen slimme meters is een bijzondere, complexe operatie. Om die uitdaging het hoofd te bieden, hebben we besloten het team van onze monteurs voor de langere termijn uit te breiden met onder anderen zij-instromers uit de arbeidsmarkt. Hiermee hebben we een stabiele basis voor de komende jaren neergezet. De opgelopen achterstand ten opzichte van de originele planning van 315.000 slimme meters lopen we gespreid over de periode 2016-2019 in.

Wat hebben we bereikt?

De in september herziene aanbiedplanning hebben we ruim gehaald. In 2015 hebben we 237.816 klanten een slimme meter aangeboden. Daarbij hebben we 76% van deze klanten daadwerkelijk van een slimme meter voorzien. Begin januari 2016 bood Stedin de 500.000ste slimme meter aan, waarmee zij al 25% van haar totale opdracht heeft gerealiseerd.

Impact op de aarde

One Planet

Onze missie is ‘Duurzame energie voor iedereen’. We streven ernaar het energieverbruik van onze klanten en van onze eigen organisatie binnen de grenzen van een leefbare planeet te brengen. In het belang van de huidige generatie en de generaties na ons. De resultaten die we boeken met onze One Planet Thinking-ambitie laten zien hoe duurzaam Eneco werkelijk is, zoals onze belanghebbenden ook graag willen weten.

One Planet Thinking

One Planet Thinking (www.oneplanetthinking.com) is een strategisch framework dat we samen met Ecofys en het Wereld Natuurfonds (WNF) ontwikkelen. One Planet Thinking heeft tot doel om organisaties in staat te stellen om strategieën, doelstellingen en acties te ontwikkelen en te nemen, zodat zij kunnen opereren binnen de absolute lokale, regionale en mondiale grenzen van systemen op aarde. Een voorbeeld hiervan is dat we onze eigen uitstoot van broeikasgassen en doelstellingen tot en met 2020 in lijn gebracht hebben met de route naar de 2˚C-doelstelling in 2050.

Ook andere bedrijven willen we helpen om de impact van hun activiteiten binnen het herstellend vermogen van de aarde te brengen. Inmiddels experimenteert een aantal bedrijven met One Planet Thinking om te bepalen of hun inspanningen voldoende zijn.

Het is onze intentie om het gedachtegoed van One Planet Thinking onder te brengen in een onafhankelijke organisatie die het initiatief verder ontwikkelt en bedrijven over de gehele wereld helpt om hun ketens te verduurzamen, zodat zij binnen de grenzen van onze planeet gaan opereren. Eneco zal als 'founding father' deelnemer blijven van dit initiatief en ook haar eigen duurzame ontwikkeling met het raamwerk van One Planet Thinking monitoren.

Wat wilden we bereiken in 2015?

Ons uiteindelijke doel is om het energieverbruik van onze klanten en onze organisatie binnen de grenzen van een leefbare planeet te brengen. Om deze doelstelling te realiseren streven we er onder andere naar om ieder jaar het klimaateffect van het elektriciteitsverbruik van onze klanten en van ons zelf verder terug te brengen. Ons doel voor 2015 was een reductie van 10% ten opzichte van 2012 van het effect van het elektriciteitsverbruik van onze klanten op klimaatverandering. De impact van ons eigen elektriciteitsverbruik op het klimaat wilden we met 40% reduceren t.o.v. 2012. Verder was ons doel een kpi vast te stellen voor het gas- en warmteverbruik van onze klanten.

Eneco Groep opereert in lijn met het 2˚C-scenario voor broeikasgasemissies

Tijdens de klimaatconferentie in Parijs is afgesproken dat de opwarming van de aarde ruim onder de twee graden Celsius moet blijven. Eneco Groep heeft haar uitstoot van broeikasgassen en doelstellingen tot en met 2020 in lijn gebracht met de route naar de 2˚C-doelstelling in 2050. Het betreft de broeikasgasemissies die worden veroorzaakt door het opwekken en de levering van stroom voor al haar klanten én de levering van gas en warmte aan zo'n twee miljoen huishoudens in Nederland en België. De 2˚C-doelstelling, en liefst minder, is voor ons een logische doelstelling, die voortvloeit uit onze missie ‘Duurzame energie voor iedereen’. We bewaken dit via het One Planet Thinking-initiatief. Hiermee is Eneco wereldwijd één van de eerste bedrijven die kan aantonen dat het over haar gehele keten bijdraagt aan het realiseren van de mondiale klimaatdoelstelling. Dit komt doordat Eneco jaarlijks fors investeert in duurzame energie, waaronder windparken op zee en op land, de verduurzaming van onze stadsverwarming via afvalcentrales en als gevolg van energiebesparing door klanten met de slimme thermostaat Toon.

Wat hebben we bereikt?

In 2015 is het effect op het klimaat van elektriciteitsverbruik van onze klanten met 15% gereduceerd ten opzichte van 2012. Hiermee hebben we onze doelstelling ruim gehaald. Het effect van ons eigen elektriciteitsverbruik op het klimaat is gedaald met 56% vergeleken met 2012. Ook dit percentage is ruim boven de doelstelling. Voor de levering van gas en warmte aan zo'n twee miljoen huishoudens in Nederland en België hebben wij een kpi en doelstelling vastgesteld in lijn met het 2˚C-scenario. Een doelstelling voor het gas- en warmteverbruik van zakelijke klanten wordt opgenomen zodra hiervoor een methodiek beschikbaar is.

Onderstaande figuur geeft de laatste inzichten weer voor ons elektriciteitsportfolio. Klimaatverandering is veruit de belangrijkste impactcategorie in de elektriciteitssector.

One Planet Index voor meest relevante impactcategorieën.

De indexen voor ‘Klimaatverandering’ en ‘Beschikbaarheid Fossiele Brandstoffen’ zijn lager dan eerder gerapporteerd. Voor ‘Fijnstof’ en ‘Beschikbaarheid Mineralen – Koper’ zijn de uitkomsten juist wat hoger. Voor al deze categorieën zijn de grenswaarden naar aanleiding van de laatste wetenschappelijke inzichten aangepast. Dit soort correcties zijn niet uit te sluiten, omdat One Planet Thinking zich in een ontwikkelstadium bevindt.

De One Planet Index geeft aan in hoeverre de betreffende grens wordt overschreden. Voor klimaatverandering geldt dat we ten opzichte van het einddoel, een duurzame energievoorziening in 2050, nog een overschrijding kennen van acht keer. Maar ten opzichte van het 2˚C-scenario voor de elektriciteitssector in Europa, zoals zichtbaar in de lijngrafiek, liggen we op schema en lopen we voor op onze afspraken met het Wereld Natuurfonds hierover. Ondanks de voorziene lichte stijging in 2015 is de verwachting dat we ook de komende jaren binnen het 2˚C-scenario blijven opereren.

CO2-intensiteit van het elektriciteitsverbruik van onze klanten (inclusief de broeikasgassen methaan en lachgas en uitstoot voorafgaand aan opwekking).

Onze impact op fijnstof en de beschikbaarheid van fossiele brandstoffen en mineralen zijn binnen de grenzen van de planeet. Onze aandacht ligt dus vooral bij klimaatverandering. Voor de beschikbaarheid van mineralen is er sprake van een toenemend gebruik, veroorzaakt door meer gebruik van duurzame energie en specifiek van meer windenergie. Duurzame energie kent een hoger gebruik van mineralen per geproduceerde eenheid. Circulariteit moet daarom verder vorm krijgen en ook onze impact op biodiversiteit willen we verder onderzoeken.

Eigen elektriciteit steeds groener

Eneco gebruikt natuurlijk ook zelf elektriciteit. De elektriciteit voor onze verlichting, computers, verwarming en koeling via warmtepompen et cetera komt al meerdere jaren van HollandseWind®. Maar veruit het grootste verbruik wordt veroorzaakt door de transportverliezen in de elektriciteitsnetten van onze netbeheerder Stedin. Stapsgewijs worden ook deze netten voorzien van groene stroom uit windturbines.Vergeleken met 2012 is daarmee de impact van ons eigen elektriciteitsverbruik op klimaatverandering gedaald met 56%.

Verbruik van onze klanten reduceren

In ons One Planet toelichtingsdocument 2015 is onder meer een taartgrafiek opgenomen met de belangrijkste categorieën binnen onze ketenvoetafdruk. Hieruit blijkt dat tweederde van onze ketenvoetafdruk wordt veroorzaakt door de ketens van aardgas en stadsverwarming. Het afgelopen jaar hebben we inzichtelijk gemaakt in hoeverre de emissies per huishouden in onze gas- en warmteketens aan de 2˚C-doelstelling voldoen.

Gezien het belang om ook voor aardgas en stadsverwarming binnen het 2˚C-scenario te blijven opereren, hebben we een kpi geformuleerd waarmee we zichtbaar maken of we samen met klanten de besparingsdoelstelling halen. Deze kpi is opgenomen als onderdeel van onze Climate Savers-afspraken met het WNF en wordt in 2016 opgenomen als strategische kpi.

De vraag naar aardgas en stadsverwarming wordt sterk beïnvloed door de buitentemperatuur en het aantal zonuren. Om deze reden normaliseren we het werkelijke verbruik op basis van graaddagen. Er zijn echter nog aanvullende factoren van invloed, zoals de wind, isolatie van de woningen en het gedrag van onze klanten. Een vergelijking tussen verschillende jaren wordt door de graaddagencorrectie redelijk goed mogelijk, maar is niet volledig waterdicht.

We liggen op schema van het 2˚C-scenario voor huishoudens in Europa. Het zal een uitdaging zijn om ook in de toekomst binnen het 2˚C-scenario te blijven opereren, aangezien de alternatieven voor aardgas nog maar beperkt voorhanden zijn. Innovaties als Nerdalize, Toon en de Eneco WarmteWinner zijn van groot belang om de warmtevraag duurzamer in te vullen en de klantvraag te beperken.

Eigen CO2-uitstoot verder terugbrengen

Ook onze interne voetafdruk blijft onze aandacht houden. De CO2-reductie ten opzichte van 2007 is al enige tijd stabiel: rond de 40%. Mobiliteit is de belangrijkste veroorzaker van de uitstoot. In 2015 is onze Mobiliteitsvisie 2020 vastgesteld die gericht is op het faciliteren van openbaar vervoer (OV) en elektrisch vervoer (EV). De komende jaren zullen we stapsgewijs maatregelen nemen om onze impact verder te reduceren en onze business in elektrisch vervoer en onze samenwerking met de Nederlandse Spoorwegen verder te versterken.

Komend jaar zullen we aan een grote groep medewerkers een OV-kaart beschikbaar stellen. Ook denken we bijvoorbeeld aan minder kilometervergoeding, veel meer elektrische bedrijfsauto’s (of een ander duurzaam alternatief), meer deel- of poolauto’s, een persoonlijk budget en OV-kaart in plaats van leaseauto’s of een aantrekkelijk (groen) private-lease aanbod voor alle medewerkers.

Op alle terreinen krijgen onze medewerkers met maatregelen te maken, van woon-werkverkeer tot zakelijk verkeer en van bedrijfswagen tot leaseauto. De Mobiliteitsvisie 2020 is niet bedoeld als een besparingsmaatregel – de verbondenheid tussen wat we zeggen en wat we doen staat voorop. Daar kunnen alle medewerkers op deze manier aan bijdragen.

CO2-compensatie interne bedrijfsvoering

Sinds 2008 heeft Eneco een CO2-neutrale interne bedrijfsvoering voor wat betreft de eigen kantoren, voertuigen en medewerkers (en excl. de netverliezen die samenhangen met het transport van elektriciteit). De CO2-uitstoot die we niet konden vermijden, compenseren we door te investeren in duurzaamheid in andere landen, zie Achtergrondinformatie. Dit gebeurt door middel van de aanschaf van CO2-certificaten die gerelateerd zijn aan het behoud van waardevolle natuurgebieden, REDD (Reducing Emissions from Deforestation and Forest Degradation), of CO2-certificaten met een Gold Standard keurmerk.

Investeren in duurzame capaciteit en productie

Eneco investeert in de groei van duurzame elektriciteitsproductie via windparken, zonne-installaties en biomassa-installaties. Onze aandacht gaat uit naar het ontwikkelen van assets waarin onze klanten centraal staan en naar het halen van maximale waarde uit alle gerealiseerde assets.

We kiezen ervoor om onze productiemiddelen te ontwikkelen in een directe verbinding met de lokale omgeving en met onze klanten. We betrekken hen maximaal bij deze ontwikkelingen: als afnemers, als mede-ontwikkelaars, als aandeelhouders en als participanten.

Sommige belanghebbenden vragen zich af hoeveel Eneco aan duurzame energie in haar eigen portfolio heeft. We geven hun graag meer inzicht in onze voortgang bij het realiseren van onze missie 'Duurzame energie voor iedereen'.

Duurzame elektriciteitsproductie

Onze doelstelling voor 2015 was dat 23,2% van onze leveringsportefeuille uit zelf opgewekte en ingekochte duurzame elektricteit zou bestaan. Dit doel is 15% hoger dan het vorige jaar en doet daarmee recht aan onze ambitieuze doelstellingen.

Wat hebben we bereikt?

In 2015 hebben we 4,6 TWh duurzame elektriciteit geproduceerd en ingekocht, waarvan 4,4 TWh ten behoeve van onze leveringsportefeuille, en in totaal 17,6 TWh geleverd. Dat betekent dat het aandeel zelf opgewekte en ingekochte duurzame elektriciteit in onze leveringsportfolio dit jaar 25,0% is. Daarmee hebben we ons doel ruimschoots gehaald. Het windpark Luchterduinen, dat we dit jaar in productie hebben genomen, heeft hier een belangrijke bijdrage aan geleverd.

2015 was in Nederland een goed windjaar met een gemiddelde windsnelheid van 5,4 meter/seconde. Met name de maanden november en december dragen bij aan de hoge windopbrengst. De combinatie van hogere windsnelheid en uitbreiding van productiecapaciteit heeft in Nederland geleid tot een stijging van de productie uit windparken met 0,6 TWh naar 2,2 TWh (goed voor 700.000 huishoudens).

Toename duurzame capaciteit

De ambitie voor 2015, een forse groei in duurzame capaciteit, hebben we dit jaar bereikt. We zijn gekomen tot 1.919 MW, een groei van 239 MW, met name door investeringen in wind op zee (Luchterduinen). Daarnaast is geïnvesteerd in wind op land in Nederland en het Verenigd Koninkrijk. De groei in de capaciteit van biomassa wordt veroorzaakt door een groei in stroomafnamecontracten.

Productie (GWh) *)

Capaciteit (MW)**)

Capaciteit (MW) per land**)

Technologie

Totaal

Totaal

NL

B

UK

F

 

2015

2014

2015

2014

2015

2014

2015

2014

2015

2014

2015

2014

Biomassa

795 

624

142 

101 

132 

97 

10 

Zon

66 

57

76 

72 

49 

47 

10 

10 

14 

12 

Hydro

3

Wind op land

2.390 

1.888

1.273 

1.208 

852 

808 

287 

289 

134 

111 

Wind op zee

1.374 

969

427 

298 

249 

120 

178 

178 

Subtotaal duurzaam

4.627 

3.541

1.919 

1.680 

1.236 

1.028 

524 

518 

144 

121

15 

13 

Conventioneel

2.606 

3.501

435 

1.275 

435 

1.275 

Warmtekrachtkoppeling

1.600 

149

622 

33 

622 

33 

Totaal

8.833

7.191

2.976

2.988 

2.293

2.336

524

518

144

121

15

13

*) inclusief ingekochte productie
**) inclusief controlled capaciteit derden

Risico: onzeker toekomstig overheidsbeleid ten aanzien van de energietransitie

De energiemarkt wordt gedomineerd door interventies vanuit de overheid. Deze hebben hoofdzakelijk betrekking op de winstgevendheid van assets en het marktmodel (pricing). Deze interventies kunnen echter tot relatief abrupte wijzigingen in de rendabiliteit van deze en andere activiteiten leiden. Een dergelijke interventie is het beleid voor de verduurzaming van kolencentrales met de subsidie voor bijstook van biomassa. De investeringen in de verduurzaming van kolencentrales vormen een risico voor de realisatie van de strategie van Eneco. Dit wordt mede veroorzaakt doordat kolencentrales door de subsidiering van biomassabijstook vaker rendabel kunnen worden ingezet, ten koste van de moderne en minder CO2- intensieve gascentrales. Hierdoor blijven deze gascentrales langdurig verlieslatend. Dit kan een domino-effect teweegbrengen, met lage energieprijzen en verminderde investeringsruimte in alternatieve duurzame bronnen zoals windenergie.

Voor nieuwe producten en diensten van Eneco is dit risico beperkt. Deze activiteiten zijn minder kwetsbaar voor overheidsbeleid, omdat deze activiteiten rendabel zijn zonder overheidssteun zoals subsidies voor duurzaamheid. Deze nieuwe producten en diensten worden wel blootgesteld aan ander beleid op bijvoorbeeld het gebied van data en privacy, maar deze interventies zijn van een andere ordegrootte dan de overheidsinterventies op de meer traditionele activiteiten.

Risico: lage CO2-prijzen

De huidige CO2-prijs van ongeveer 6 euro/ton is te laag om de uitstoot van CO2 significant te verlagen of duurzame productie te stimuleren. Onder andere door de introductie van de Market Stability Reserve in 2019 is de verwachting van experts dat de CO2-prijs zal stijgen tot ongeveer 20 euro/ton in 2020. De CO2-prijs wordt echter primair bepaald door de politiek en is daarmee onzeker. Verschillende partijen in Europa willen bijvoorbeeld van de totale CO2-handel (EU ETS) afstappen. Via de elektriciteitsprijs is Eneco op lange termijn blootgesteld aan schommelingen in de CO2-prijs. Een daling van de CO2-prijs heeft een drukkend effect op de elektriciteitsprijs. We zijn terughoudend in onze verwachting van de CO2-prijsontwikkeling en beargumenteren bij overheden dat een flink hogere CO2-prijs noodzakelijk is om het EU ETS effectief te laten zijn.

Risico: dalende energieprijzen

Eneco is actief in het ontwikkelen en contracteren van groene stroom producerende assets. Door deze kernactiviteit loopt Eneco potentieel risico op dalende stroomprijzen.

Dit risico wordt deels gemitigeerd door de structuur van de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energie (SDE+). De werking van deze regeling is dusdanig dat de subsidie toeneemt wanneer de stroomprijzen lager zijn. Een behoorlijk deel van de duurzame asset-gerelateerde inkomsten ligt daarmee vast. Daarnaast mitigeert Eneco dit risico verder door overzicht te houden op de lange termijn elektriciteitsposities. Eneco doet dit door het uitvoeren van stringent positiemanagement. Hierop wordt toegezien door een onafhankelijke Eneco Risk Management-afdeling. Daarnaast worden risicoanalyses uitgevoerd bij het aangaan van duurzame energiecontracten en nieuwe investeringen in duurzame assets. Ook wordt dit risico gemonitord door het doen van periodieke risicoanalyses op de financiële ratio’s van Eneco Groep als geheel.

Garanties van Oorsprong

Uit de duurzame productie ten behoeve van onze klanten verkrijgt Eneco Garanties van Oorsprong (GvO’s). Deze GvO’s zijn een garantiebewijs dat de elektriciteit duurzaam is opgewekt. Zo krijgt Eneco GvO’s bij de productie van duurzame elektriciteit uit wind, biomassa en zon in Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk. Ook bij de inkoop van duurzame elektriciteit die we direct afnemen bij de producent via een Power Purchase Agreement (PPA) verkrijgt Eneco meestal GvO’s. CertiQ, een overheidsinstantie en onderdeel van TenneT, controleert en verstrekt deze GvO’s aan de producent. Wij leveren ze vervolgens als leverancier in bij CertiQ om aan te tonen dat de door ons geleverde elektriciteit duurzaam is opgewekt. CertiQ is onderdeel van de Association of Issuing Bodies die tot doel heeft het gestandaardiseerde European Energy Certificate System te ontwikkelen, gebruiken en promoten.

Naast de GvO’s uit onze eigen productie en PPA’s koopt Eneco ook GvO’s van andere producten op de markt om duurzame levering van elektriciteit mogelijk te maken. Deze GvO’s koopt Eneco onder meer in Denemarken (Europese Wind-GvO’s) en Noorwegen (Europese Water-GvO’s). Voor ons product HollandseWind gebruikt Eneco uitsluitend Nederlandse Wind-GvO’s.

Zie ook CO2-compensatie en GvO's voor meer informatie over landen waar Eneco GvO's betrekt en welke aantallen dit betrof in 2015.

Steeds meer zonne-energie

Eneco gaat ervan uit in de komende jaren een toenemend aantal zonne-energieprojecten in eigendom en beheer te hebben. We verwachten groei in Nederland (dankzij een gunstiger regeling Stimulering Duurzame Energieproductie), Frankrijk, België en het Verenigd Koninkrijk. In Frankrijk zijn we daarvoor een samenwerkingsovereenkomst met Ophiliam aangegaan.

Bij deze projecten is steeds vaker sprake van directe betrokkenheid van de klant via integratie met energieopslag en vraagsturing vanuit de klant - bijvoorbeeld als de prijs laag is - en van ontwikkeling en financiering samen met lokale partners. Daarnaast zien we dat steeds meer zakelijke klanten interesse hebben in het afnemen van locatiespecifieke zonnestroom. In Nederland bouwen we nu in samenwerking met de gemeente Ameland en de Amelander energiecoöperatie het Zonnepark Ameland, op dit moment met 6 MWp het grootste zonnesysteem in Nederland. De oplevering is naar verwachting eind januari 2016. Daarnaast hebben we in 2015 het zonnepark op het dak van het Kyocera Stadion van ADO Den Haag van 0,8 MWp opgeleverd. Deze projecten passen in het groeidomein Client Sources.

Meer duurzame energie uit biomassa

Een goed voorbeeld van het versterken van de directe verbinding met de klant is de overeenkomst die we in 2015 hebben gesloten voor de energiecentrale Bio Golden Raand in Delfzijl. De centrale levert nu nog uitsluitend elektriciteit. Vanaf 2017 gaat deze centrale ook stoom leveren aan nabijgelegen bedrijven, met name aan AkzoNobel. De levensduur van de centrale is daarmee verlengd tot 2029.

Eneco bestudeert ook opties om het Utrechtse stadsverwarmingsnet verder te verduurzamen met een bioketel. Naar verwachting zullen we in 2016 daarover een beslissing nemen.

Bovendien onderzoeken we de mogelijkheden om voor industriële klanten de stoomvoorziening te verduurzamen met bioketels.

Duurzame biomassa

De discussie over de duurzaamheid van vaste biomassa is in 2015 voortgezet binnen het SER-overleg tussen de energiebedrijven (met name de bedrijven die biomassa bij- en meestoken) en de ngo’s. Eneco, als een van de grootste producenten van bio-energie in Nederland, heeft zich nadrukkelijk in deze discussie gemengd. Het uitgangspunt voor de discussie voor Eneco is haar eigen Sustainability Charter Biomassa en de afspraken die met WNF gemaakt zijn over de duurzaamheid van biomassa. Hiermee gaat Eneco verder dan de sector. De afspraken met WNF zijn vastgelegd in een aparte module van de samenwerkingsovereenkomst tussen Eneco en WNF. Hierin is het ambitieniveau dat Eneco nastreeft vastgelegd voor wat betreft duurzaamheid en certificering, namelijk NTA8080 (Duurzaam geproduceerde biomassa voor bio-energie en biobased producten), en voor duurzaam bosbeheer FSC of gelijkwaardig.

In 2015 is ca. 300.000 ton biomassa in onze bio-energiecentrale Bio Golden Raand omgezet in energie. De oorsprong van deze biomassa is Nederland (39%) en Noordwest-Europa (met name het Verenigd Koninkrijk). De gebruikte biomassa is B-hout (afvalhout afkomstig uit bouw- en sloop en milieustraten). De hoeveelheid en de herkomst van de biomassa die Eneco in 2015 heeft ingezet, is door Eneco in het kader van de sector afspraak 'Green Deal Duurzaamheid Vaste Biomassa' gerapporteerd.

Om uiteindelijke de gehele keten te kunnen certificeren is, naast Eneco Energy Trade, ook Bio Golden Raand in mei op grond van de criteria van NTA8080 gecertificeerd. Bio Golden Raand heeft bovendien als eerste organisatie het certificaat onder de nieuwe naam 'Better Biomass' ontvangen. Het certificeren van de gehele keten is niet door regelgeving opgelegd; we doen dit op vrijwillige basis. In de tweede helft van 2015 is de certificering van de biomassaleveranciers van Bio Golden Raand opgestart. In deze periode is inmiddels 17% van het totale volume gecertificeerd.

Tot slot is in 2015 de herziening van de NTA8080 (Duurzaam geproduceerde biomassa voor bio-energie en biobased producten) afgerond. Eneco heeft hieraan deelgenomen in de projectgroep die de herziening heeft vormgegeven. Ook heeft zij als lid van de Commissie van Deskundigen NTA8081 een grote bijdrage geleverd. De herziene versie is, evenals de oorspronkelijke uitgave van 2009, tot stand gekomen door middel van een stakeholderoverleg waaraan ngo’s, de industrie en de overheid hebben deelgenomen.

Forse groei windenergie

Eneco heeft gedurende 2015 haar wind-op-landportfolio fors uitgebreid. In het Verenigd Koninkrijk hebben we de parken Moy en Loch Luichart opgeleverd. In Nederland leverden we het park Delfzijl-Noord op, met 63 MW het grootste windpark op land in Nederland. Google neemt de duurzame elektriciteit af uit dit windpark. Op zee is windpark Eneco Luchterduinen opgeleverd, het tot dusver grootste windpark in Nederland. Luchterduinen is een joint venture van Mitsubishi en Eneco en heeft een totale capaciteit van 129 MW.

Investeringen wind-op-land iets vertraagd

Ons voornemen voor 2015 was om voor 132 MW in wind-op-landprojecten op te leveren. We hebben echter voor 120 MW opgeleverd. Dit komt door lichte vertraging in de bouw van een van de parken, dat nu in januari 2016 wordt opgeleverd.

Bij de ontwikkeling van wind-op-zeeprojecten buiten Nederland ondervonden we in 2015 een tegenslag doordat aan het windpark Navitus Bay in het Verenigd Koninkrijk (een gezamenlijke ontwikkeling met het Franse bedrijf EDF), geen vergunning is toegekend.

We verwachten dat we in 2016 voor wind-op-landprojecten in België en Nederland positieve investeringsbesluiten kunnen nemen. Daarnaast werken we aan het ontwikkelen van wind-op-zeeprojecten in België en Nederland.

Omgevingsmanagement

Eneco wil graag een goede relatie met de mensen die wonen of werken in de omgeving waar zij actief is. We willen een goede buur zijn, want daarmee ontstaat wederzijds vertrouwen en komen we tot betere resultaten. Daarom betrekken we de omgeving vroegtijdig bij de ontwikkeling, de bouw en het beheer van onze energieprojecten. Samen geven we vorm aan het project: we bespreken op welke manier de omgeving betrokken wil zijn, waar omwonenden verbeterpunten zien en hoe ze geïnformeerd willen worden. Daarnaast bezien we of zij in het project willen participeren, bijvoorbeeld door energie van dat specifieke project af te nemen. Zo worden mensen deelnemer in het project en samenwerkingspartner.’

Risico: ontwikkeling kapitaalintensieve projecten

Ontwikkeltrajecten van energieproductiefaciliteiten, waaronder windparken op zee, kunnen langdurig zijn. Het kan enkele jaren duren voordat een project gerealiseerd wordt. Het risico bestaat dat veel tijd en geld wordt gestoken in een ontwikkeling die er uiteindelijk niet komt.

Eneco mitigeert de ontwikkelrisico’s reeds enige jaren door gebruik te maken van de zogenaamde Decision Gate (DG) methodiek: gedurende het ontwikkeltraject wordt voor iedere volgende stap in het ontwikkeltraject beoordeeld of het verantwoord is om door te gaan met de ontwikkeling. De verwachte kosten en de baten worden in kaart gebracht en de risico’s worden geanalyseerd. Als de kosten/baten/risicoanalyse negatief uitvalt wordt stopt Eneco met de ontwikkeling van een project.

Desondanks heeft Eneco in 2015 een tegenvaller gehad bij het in ontwikkeling zijnde wind-op-zeepark Navitus Bay in het Verenigd Koninkrijk. Voor dit project werd, na jaren ontwikkeling, onverwacht geen vergunning verleend. De ontwikkelkosten moesten worden afgeboekt. Deze ervaring onderstreept de noodzaak van ons ontwikkelbeleid.

Bij de selectie en ontwikkeling van grote kapitaalintensieve projecten gaat Eneco zorgvuldig te werk. Als belangrijke beslissingen die bepalen of een project definitief doorgaat relatief laat in het proces vallen, ziet zij af van ontwikkeling van het project.

Risico: wijzigende subsidieregimes

Als gevolg van overheidsbeleid, zoals wijzigende subsidie- en (energie)belastingregimes, kan er vertraging optreden in de uitvoering van onze duurzame strategie. Investeringen in windenergie, biomassa en geothermie kennen lange projectontwikkeltijden. Veranderende subsidieregimes en vergunningsvoorwaarden, evenals wijzigingen in het overheidsbeleid in bredere zin, zorgen voor extra onzekerheden, met name voor nieuwe investeringsbeslissingen. Deze factoren remmen de ontwikkeling van en investeringen in duurzame energie.

Langs verschillende wegen proberen we overheidsorganen te overtuigen van het belang van een stabiel investerings- en financieringsklimaat, met een gelijkwaardig speelveld tussen verschillende (duurzame en fossiele) technologieën. Daarnaast spreidt Eneco haar duurzame investeringen over meerdere landen en subsidieregimes en over diverse duurzaamheidstechnieken (zoals windenergie, zonne-energie en biomassa).

Bovendien is onze strategie erop gericht om alleen nog duurzame productiefaciliteiten te bouwen in samenwerking met klanten (Client Sources). Een mooi voorbeeld hiervan is onze samenwerking met Fujifilm, producent van fotopapier en offsetplaten. Het productieproces van Fujifilm draait sinds 1 januari 2016 volledig op windenergie. Fujifilm heeft voor haar bedrijfsvoering jaarlijks zo’n 100 gigawattuur aan elektriciteit nodig, vergelijkbaar met het gemiddelde stroomverbruik van ongeveer 30.000 huishoudens. De groene stroom wordt geproduceerd door windmolens van Eneco.

CO2-uitstoot productie

In 2015 is de CO2-uitstoot van de elektriciteitsproductie van Eneco als volgt:

CO2eq uitstoot 2015 (in kg/MWh)1

Direct2

Indirect3

Biomassa

0

86

Zon

0

77

Hydro

0

5

Wind op land

0

12

Wind op zee

0

15

Conventioneel

427

37

Warmtekrachtkoppeling

286

37

  1. 1 CO2eq: CO2, CH4 en N2O emissies die vrijkomen tijdens en voorafgaand aan opwekking van elektriciteit
  2. 2 Direct: Uitstoot door verbranding tijdens opwekking (bron: ACM, versie 2014)
  3. 3 Indirect: Uitstoot voorafgaand aan opwekking zoals de bouw van een windmolen, ook wel 'upstream' (bron: Defra, CE Delft of Ecofys)

Innovatie

Nieuwe producten en diensten

De komende drie tot vijf jaar zijn cruciaal om de transitie naar een duurzame, decentrale energievoorziening voor onze klanten mogelijk te maken. Innovatie speelt een doorslaggevende rol bij deze transitie. Daarom investeren we de komende jaren 100 miljoen euro in start-ups, innovatieve energieprojecten en strategische partnerships om de transitie te versnellen. In 2025 moeten nieuwe innovaties de helft van de omzet van Eneco uitmaken.

In de energiewereld worden steeds meer slimme technologieën toegepast. Ook nemen klanten hun energievoorziening steeds meer in eigen hand. Steeds vaker werken zij samen in coöperatieven en partnerschappen. Eneco speelt in op deze trends en biedt haar klanten nieuwe producten en diensten. Bij het ontwikkelen van deze producten en diensten zoeken we de samenwerking met start-ups en bedrijven met andere sterkten en competenties. Deze aanpak helpt ons om vaart te maken in het realiseren van onze strategie. Aandeelhouders en financiers volgen onze verrichtingen op dit gebied met veel belangstelling.

Nieuw bij Eneco: Innovation & Ventures

Om onze innovatie nog verder te versnellen is er sinds 1 april 2015 een nieuw bedrijfsonderdeel: Eneco Innovation & Ventures. Innovation & Ventures heeft de opdracht om focus en structuur aan te brengen in de bestaande initiatieven binnen Eneco Groep en om samenwerking te zoeken met kansrijke initiatieven buiten de organisatie. Het doel is om de goede en vernieuwende ideeën binnen en buiten Eneco Groep te toetsen, in de praktijk te testen en uiteindelijk op de markt te brengen. Innovation & Ventures kijkt ook nadrukkelijk naar internationale groeikansen.

We richten ons op vier hoofdaandachtsgebieden, omdat Eneco op deze terreinen een goede uitgangspositie heeft en omdat zij veel mogelijkheden tot groei bieden:

  • het huis van de toekomst: slimme oplossingen en diensten die inzicht, comfort en gemak bieden in de persoonlijke woonomgeving;
  • mobiliteit;
  • zonne-energie en energie-opslag;
  • slimme oplossingen voor de openbare buitenruimte.1

Daarnaast werken we aan de volgende thema’s:

  • communities, bijvoorbeeld een sportclub die investeert in duurzame verlichting;
  • slimme gebouwen2, bijvoorbeeld kantoorgebouwen;
  • one planet heating, het duurzaam en/of energieneutraal verwarmen van gebouwen;
  • flexibele & slimme netten3, het op elkaar afstemmen van vraag en aanbod van decentraal opgewekte duurzame energie, om te voorkomen dat het net wordt overbelast door een te grote aanvoer of afname van electriciteit.
Huis van de toekomst
Intelligente thermostaat

Quby is de ontwikkelaar van de intelligente thermostaat Toon, die consumenten bewust maakt van het eigen energieverbruik en helpt om hun verbruik te verlagen. Sinds 2013 hadden we al een belang in Quby. In 2015 is dit 100% geworden. Samenwerking met jonge technologiebedrijven helpt ons om vaart te maken. Het is onze ambitie om Toon het centrum van het huis te maken, met slimme oplossingen die het leven makkelijker maken. In 2015 zijn er nieuwe functies toegevoegd aan Toon, zoals Toon Zon en een slimme rookmelder die je via je smartphone waarschuwt wanneer er rook in huis is. Bovendien introduceerde Eneco een nieuwe user interface, waarmee Toon nog makkelijker te bedienen is. Ook kunnen klanten nu met Toon Coach heel eenvoudig energie besparen. Naast inzicht in het energieverbruik gaat Toon klanten ook proactief advies en (bespaar)tips geven om slimmer met Toon én slimmer met hun energie om te gaan.

Om de slimme thermostaat voor een grotere groep klanten aantrekkelijker te maken is de software van Toon nu beschikbaar voor externe ontwikkelaars. Eneco verwacht dat hierdoor het aantal functionaliteiten van Toon snel zal toenemen, waardoor het apparaar voor nog meer klanten interessant wordt. Om Toon nationaal en internationaal nog sneller te laten groeien werken we met steeds meer distributiepartners samen, zoals de (web)winkels Coolblue, Karwei en Bol.com. Toon is daar sinds eind 2015 te koop, ook voor consumenten die geen energiecontract bij Eneco hebben.

Sustainer Homes

Eneco investeert in goede en vernieuwende ideeën buiten de Eneco Groep. Een daarvan is Sustainer Homes, dat duurzame, volledig zelfvoorzienende en comfortabele containerwoningen bouwt. De Sustainer Homes, met zijn zelfvoorzienende technieken voor water, elektriciteit, verwarming en elektriciteitsopslag, is de perfecte omgeving voor innovatie-experimenten. In de komende twee jaar werken we met Sustainer Homes samen in dit interactieve huis. Dit levert ons kennis op over het huis van de toekomst.

Nerdalize de e-radiator

Een ander bedrijf waarin we investeren is Nerdalize. Dit is de ontwikkelaar van e-Radiator, een computerserver die een huis kan verwarmen. Hierdoor hoeft de consument minder te stoken en hoeven er minder data-centers gekoeld te worden: een energiebesparing aan twee kanten. Door deze samenwerking leren we over nieuwe vormen van duurzame energievoorziening en manieren om deze beschikbaar te maken voor consumenten.

Mobiliteit
Elektrisch vervoer groeit

Nederland maakt steeds meer elektrische kilometers. Het wagenpark bestaat nu uit 30.000 elektrische auto’s en dit aantal neemt snel toe. Marktprognoses gaan uit van 200.000 voertuigen in 2020 en zelfs een miljoen in 2025. Deze (hybride) voertuigen vragen veel stroom, en bij ongewijzigd beleid ontstaan er door het laden van de auto's grote pieken in het elektriciteitsnet. Naast een verdere uitbreiding van laadinfrastructuur is ‘slimme’ technologie essentieel in het toekomstig netbeheer.

In één dag een laadpaal

De stichting e-laad is dit jaar gesplitst in twee nieuwe organisaties: ElaadNL en EVnetNL. ElaadNL fungeert als kennis- en innovatiecentrum voor laadinfrastructuur. EVnetNL beheert vanuit de netwerkbedrijven het bestaande netwerk van publieke laadpunten, zodat deze goed blijven functioneren.

Zes van de tien types meest gebruikte laadpalen van EVnetNL staan in het Stedin-gebied. De verwachting is dat de Randstad permanent de meeste ‘tankbeurten’ van autoaccu’s te verwerken krijgt. Maar bijplaatsen van laadpalen is nu nog tijdrovend. Het huidige proces om een laadpaal te plaatsen en werkend te krijgen is arbeidsintensief en omslachtig: het duurt drie weken. Stedin werkt aan een efficiënter proces. De ideale situatie is dat de marktpartij die de gemeente contracteert de hele planning, werkvoorbereiding en uitvoering verzorgt en dat de rol van Stedin beperkt blijft tot het verkrijgen van de zakelijke rechten van de grondeigenaar, het uitvoeren van de nettoets en het eventueel selecteren van de kabels. De toekomstige beoogde doorlooptijd is wat Stedin betreft één dag. In 2016 gaat de netbeheerder de eerste experimenten uitvoeren.

Slim elektrisch laden

Eneco biedt een innovatieve service op het gebied van elektrisch rijden: de eerste app die én de laadpaal aanstuurt én beschikt over actuele voorspelling van de elektriciteitsprijs. Binnen de laadtijd die de consument instelt kiest de app de meest gunstige laadmomenten. Dat zijn de momenten dat er veel groene stroom beschikbaar is en de marktprijs laag ligt. Het voordeel krijgt de consument automatisch uitgekeerd: voordelig én duurzaam. Tesla is de eerste partner bij de lancering van dit product van ons dochterbedrijf Jedlix. De service is binnenkort ook beschikbaar voor auto's van andere merken, waaronder Renault.

Zonne-energie en -opslag
ZonIQ - meer gemak bij zonne-energie

Eneco maakt het opwekken van energie uit zon makkelijker en inzichtelijker voor klanten. We hebben geïnvesteerd in ZonIQ, die consumenten met interesse in zonnepanelen ontzorgt. ZonIQ geeft advies, installeert en geeft inzicht. Ook kunnen klanten sinds dit jaar met Toon Zon de opbrengst van hun zonnepanelen op de Toon zien. Zo wordt duidelijk welk deel van hun energieverbruik ze zelf hebben opgewekt. Sinds september ondersteunen we ZonplusStroom, een community voor bezitters van zonnepanelen om meer uit hun zonnestroominstallatie te halen.

Oplossingen voor de buitenruimte
Energie besparen met slimme openbare verlichting

In 2014 hebben we Luminext overgenomen. Luminext is toonaangevend in intelligente openbare verlichtingssystemen. Met slimme oplossingen bieden we onze gemeentelijke en provinciale klanten de mogelijkheid tot forse besparingen op de energie- en beheerskosten van hun openbare verlichting, terwijl de veiligheids- en comfortbeleving worden verhoogd. Voorbeelden hiervan zijn het op afstand dimmen en schakelen van openbare verlichting, real-time signalering van lampstoringen en een diversiteit aan (storings)analyses en sturingsmogelijkheden. Onze klanten bieden hiermee hun inwoners en gebruikers veel comfort: verlichting die sfeervol en aangenaam is waar het kan, en veilig waar dat nodig is.

De overname van Luminext biedt ook de mogelijkheid om onze dienstverlening aan klanten verder te verbreden door het verslimmen van de openbare ruimte door dynamische buitenverlichting. Deze verlichting is naar behoefte te dimmen of op te schalen, afhankelijk van factoren als wegconditie, weersomstandigheden, drukte op de weg en calamiteiten. Dit soort innovaties zijn belangrijk voor Eneco en haar klanten omdat ze een enorme energiebesparing opleveren.

Slimme gebouwen
Energievraag afstemmen en geld besparen

Samen met de start-up Peeeks helpen we bedrijven om hun energieverbruik zoveel mogelijk af te stemmen op de momenten dat de stroom goedkoop is. Op het moment dat de prijs omhoogschiet schakelen zij hun installaties uit. De vraag wordt op deze manier afgestemd op het aanbod, waardoor we pieken in de duurzaam opgewekte energie (op momenten wanneer er veel zon of wind is) goed kunnen opvangen door ze meteen in te zetten in gebruik. Zo besparen bedrijven op de energiekosten en komt er meer ruimte om het aandeel duurzame energie op het elektriciteitsnet op te voeren. Bovendien voorkomen we investeringen in uitbreidingen van capaciteit van de distributienetten voor elektriciteit.

Samenwerking met externe partners

Eneco is in 2015 een partnership aangegaan met het Cambridge Innovation Institute (CIC), het grootste innovatiecentrum van start-ups ter wereld. CIC opereert momenteel vanuit zeven vestigingen in de Verenigde Staten en werkt samen met meer dan 800 start-ups. De eerste Europese vestiging staat in Rotterdam. Eneco is een van de eerste grote bedrijven die bij CIC Rotterdam betrokken zijn. Daarmee zijn we deel van dit internationale innovatie-ecosysteem waarin ook de innovatiecentra YesDelft en Erasmus Center for Entrepreneurship participeren. In de toekomst zal Eneco bij CIC start-ups onderbrengen.

Ook gingen we een samenwerking aan met Stroomversnelling. Binnen Stroomversnelling werken verschillende gemeentes, bedrijven en woningcorporaties nauw samen om de komende jaren 111.000 Nul op de meter-woningen te realiseren. Nul op de meter(NOM)-woningen zijn bestaande woningen die door een verbouwing evenveel energie opwekken als ze verbruiken. Eneco is vastbesloten om met de partners van de Stroomversnelling nieuwe en innovatieve verdienmodellen rond NOM-woningen te ontwikkelen en te realiseren. Het verduurzamen van de bebouwde omgeving speelt immers in toenemende mate een rol in het verwerkelijken van een klimaatneutrale samenleving. Deze ontwikkeling sluit naadloos aan bij de missie van Eneco: Duurzame energie voor iedereen.

NOM-woningen hebben geen gasaansluiting. Ze krijgen als het ware een nieuwe 'schil', worden kier- en tochtvrij gemaakt, krijgen nieuwe binnenhuisinstallaties en worden voorzien van onder meer zonnepanelen. Na de verbouwing wekt het huis evenveel duurzame energie op als nodig is voor het huis en voor het huishouden. Hierdoor komen de energiekosten, bij gemiddeld gebruik en over een jaar genomen, op nul uit. Na de renovatie is de woning weer als nieuw en stijgt het wooncomfort. De verbouwing kan gefinancierd worden uit de kosten die een bewoner normaal gesproken kwijt is aan de energierekening. De bewoner blijft dan circa de komende 30 jaar het bedrag van zijn huidige energierekening betalen. Het aantal jaren is afhankelijk van de hoogte van de energierekening en van het type huis.

Innovation Day

Om nog relevanter te zijn voor onze twee miljoen klanten blijven we innoveren. De beschikbare technologie en de mogelijkheden om te innoveren worden steeds complexer. Daarom zoeken we bewust naar verbinding met anderen, zoals klanten, start-ups, investeerders en universiteiten. Op Innovation Day richtten we expliciet onze blik naar buiten en ontvingen we veel verschillende groepen: klanten, commissarissen, start-ups, collega’s, schoolklassen en leveranciers. Met hen zoeken we de verbinding. De opkomst was hoog. Op de innovatiemarkt lieten zo’n 30 start-ups en andere partners ons op een interactieve manier kennis maken met hun innovatie. Deelnemers konden bijvoorbeeld het 'internet of things' in de praktijk beleven en een kijkje nemen in het Sustainer Home. Verder waren er workshops over onder andere de toekomst van Toon en de manier waarop je innovatie in co-creatie met klanten effectiever kunt maken.

Vooruitblik

In 2015 hebben we goede stappen gezet op het gebied van innovatie. In 2016 maken we nog meer vaart. We maken Toon nog relevanter voor de klant door nieuwe diensten toe te voegen. Ook kijken we over de grens: we brengen Toon internationaal uit en ook andere succesvolle concepten, zoals slim laden, zetten we uit op de internationale markt. Voor veel concepten is schaal onontbeerlijk, daarom kijken we nadrukkelijk ook over de landsgrenzen, om de kansen die we daar zien te benutten. Zo zijn we steeds meer mensen van dienst met onze slimme en duurzame oplossingen.

Infrastructurele footprint

De transitie naar decentraal opgewekte en duurzame energie heeft grote impact op de energie-infrastructuur. Wij nemen onze verantwoordelijkheid om deze veranderingen maatschappelijk verantwoord en logisch in te passen in het huidige systeem.

Steeds meer mensen produceren thuis hun elektriciteit met zonnepanelen. Ze gebruiken deze elektriciteit niet alleen voor verlichting, maar ook om auto’s op te laden en om met warmtepompen huizen te verwarmen. Soms is een gasaansluiting niet meer nodig of gewenst en is het de vraag of verwarming via een warmtenet of warmtepomp wordt verzorgd.

Ons energiegebruik verandert en dus ook de infrastructuur

Als klanten hun eigen keuzes maken in de verduurzaming is het de vraag welke kosten dit met zich meebrengt om de infrastructuur geschikt te houden, en of de energievoorziening betaalbaar blijft. Daarom wordt het steeds belangrijker om integraal naar de lokale energievoorziening te kijken. Wat zijn de mogelijkheden om tegen maatschappelijk acceptabele kosten onze energie te verduurzamen? Is er lokaal restwarmte beschikbaar? Hoe goed zijn de huizen geïsoleerd? Hoe groot is het dakoppervlak en hoeveel auto’s staan er in de buurt? Deze en andere variabelen bepalen hoe energie het best bespaard, efficiënt ingezet en duurzaam geproduceerd kan worden en welke infrastructuur er nodig is om deze energie op te slaan of te transporteren.

Integrale kosten van energie in kaart brengen

Het huidige model is ontworpen voor een centrale energievoorziening: elektriciteit wordt centraal geproduceerd en lokaal gebruikt voor verlichting en aandrijving van apparaten. Gas wordt gebruikt voor verwarming. Klanten betalen voor de levering van elektriciteit, gas en warmte én voor het transport ervan. Energie- en netwerkbedrijven houden zich elk met hun eigen werkveld bezig, terwijl klanten wel naar het totaal kijken. In Nederland geldt nu een capaciteitstarief: de piek van het verbruik bepaalt de grootte van de aansluiting en de transportkosten. Klanten krijgen zo de totale rekening gepresenteerd. Vrijwel alle huishoudelijke klanten hebben dezelfde aansluiting voor elektriciteit (3 x 25 ampère) en voor gas (<= 10 m3(n)/uur (>= 500 - < 4000 m3/jaar). Voor de elektriciteit, gas en warmte zijn de kosten voor het grootste deel afhankelijk van het verbruik. Door technologische ontwikkelingen raken opwekking, levering, opslag en transport van energie steeds meer met elkaar verweven. Daarom kijkt Eneco vanuit een integraal perspectief naar energie, bijvoorbeeld om de kansen van nieuwe technologieën goed in te schatten.

Wat wilden we bereiken in 2015?

Eneco ontwikkelde in 2015 het Infrastructurele Footprint-project. Met deze methode brengen we voor woningen in verschillende buurten de integrale kosten van energie in kaart, op basis van de lokale omstandigheden. Dit onderzoek biedt inzichten waarmee we de maatschappelijke kosten van de overgang naar decentraal opgewekte energie zo laag mogelijk houden. We wilden in 2015 zes buurten onderzoeken en meerdere scenario’s doorrekenen, op basis van verschillende technologieën zoals warmtepompen en zonnepanelen.

Wat hebben we bereikt?

We hebben veel geleerd over lokale verschillen en de uitwerking van verschillende keuzes op de kosten en op CO2-uitstoot. In de ene buurt levert het geld op om de CO2-uitstoot te verminderen, in de andere buurt kost dit geld. Sommige keuzes van klanten leiden tot overbelasting van het elektriciteitsnet in de ene buurt, maar niet in de andere. Onze netbeheerder Stedin krijgt door dit onderzoek een beter beeld van toekomstige ontwikkelingen en benodigde investeringen. Isolatie speelt daarin uiteraard ook een belangrijke rol: bij elektrificatie van de warmtevraag in bestaande gebouwen zonder goede isolatie is verzwaring van het elektriciteitsnet veel eerder nodig dan als er wel wordt geïsoleerd.

Rekening houden met lokale verschillen

De consequenties van energietransitie zijn dus lokaal sterk verschillend. In regelgeving wordt hier nu nog geen rekening mee gehouden. Het is goed als dat in de toekomst wel gebeurt. Daarnaast kunnen energiebedrijven door middel van meer variëteit en flexibiliteit in tarieven (zowel van levering als netwerk) efficiënter inspelen op klantbehoeften en lokale verschillen. Bij grootschalige elektrificatie in een buurt lijkt het logisch om het gasnet te verwijderen, maar het kan ook zinvol zijn het net in stand te houden. In de huidige regelgeving zal niet altijd voor de optie met de laagste maatschappelijke kosten gekozen worden. Dit heeft twee redenen. Allereerst is de keuze voor gas voor de klant nog steeds aantrekkelijker, ondanks de recente aanpassing in de energiebelasting. Bovendien is er nog geen duidelijk wettelijk kader om lokale keuzes voor de optimale energie-infrastructuur bindend vast te leggen.

In 2016 ontwikkelen we de Infrastructurele Footprint-methode verder en testen we deze samen met enkele gemeenten, zodat het ook daadwerkelijk een hulpmiddel wordt waarmee Eneco een bijdrage levert aan het realiseren van de energietransitie tegen de laagste maatschappelijke kosten.

Medewerkers

Dynamische werkgever

'Duurzame energie voor iedereen' is een missie die binnen ons bedrijf werkelijk leeft en beleefd wordt, waar we op sturen en waarop we elkaar aanspreken. Een missie die bindt en verbindt.

Samen werken voor onze klanten

Onze medewerkers hebben energie, talenten en innerlijke krachten. Zij hebben de behoefte om te werken aan een missie die er echt toe doet, om zich te ontwikkelen en om elkaar te versterken.

De energiemarkt bevindt zich middenin een grote transitie en is dynamisch en innovatief. Bij Eneco Groep zijn we gericht op steeds hogere prestaties en op het versnellen van de transformatie. Daarom werken we bijvoorbeeld in een moderne werkomgeving, met veel vrijheid - en dus ook met veel eigen verantwoordelijkheid op elk niveau. Een aantal jaren geleden hebben we het 'nieuwe werken' geïntroduceerd: niemand heeft een eigen kamer. We werken flexibel en vooral 'samen' voor en met onze klanten.

Binnen Eneco Groep werken we bovendien actief aan een filosofieverandering van 'Werk voor het leven' (Employment for Life) naar 'Plezier voor het leven' (Enjoyment for Life) en 'Ontwikkelen & verder gaan' (Grow & Go). Als elke medewerker met plezier voor ons werkt, in lijn met onze strategie handelt en zijn kennis en vaardigheden goed ontwikkelt, dan doen we het goed als bedrijf.

Alignment en motivatie
Waarom is dit belangrijk?

‘Alignment’ met onze missie en strategie en een goede motivatie van medewerkers zijn essentieel voor ons succes. Hoe beter onze medewerkers zijn afgestemd ('aligned') op onze missie en strategie, hoe meer ambassadeurs en hoe beter we onze strategie kunnen realiseren. Ook motivatie is belangrijk. Het zegt iets over het plezier en het enthousiasme waarmee onze mensen werken.

In 2015 zijn we begonnen met een nieuwe geïntegreerde manier van het meten van alignment en motivatie. Een uniek onderzoek. Elk kwartaal bevragen we hierover een representatief kwart van onze medewerkers. De resultaten geven een goed inzicht in waar we staan en bieden goede stuurinformatie voor verdere verbetering.

Waar staan we nu?

Voor wat betreft Motivatie zien we in 2015 dat onze medewerkers in het algemeen goed gemotiveerd zijn. We zijn het jaar begonnen en geëindigd met een gemiddelde van 7,7. Wij zijn blij met dit resultaat, met name omdat we een afname van motivatie verwachtten vanwege de reorganisaties die in 2014 en 2015 plaatsvonden.

Met betrekking tot Alignment zien we steeds betere resultaten. Bij de meting in het eerste kwartaal zagen we een score van 54% en eind 2015 is de score opgelopen tot 58,4%. Deze score geeft aan dat een groeiende meerderheid van de medewerkers onze missie en strategie redelijk tot volledig kent en daar ook naar handelt in het dagelijkse werk.

Wij zijn nog niet tevreden met deze resultaten. In 2015 hebben we verschillende initiatieven genomen, die we in 2016 zullen continueren. Het internaliseren van onze strategie en de rol van de leidinggevenden zijn hierbij speerpunten.

Risico: het onvoldoende aantrekken van de juiste competenties en beperkte sturing op High Performance-cultuur

Het succes van de transformatie, die nodig is om de strategie te realiseren, hangt voor een groot deel af van de kwaliteit van de individuele medewerkers en de gezamenlijke cultuur. Onvoldoende geschikte leiders en medewerkers vormen een risico voor de transformatiesnelheid en het aanpassingsvermogen van het bedrijf.

Eneco heeft voor dit risico verschillende High Performance Management-tools geïmplementeerd die zich focussen op alignment, feedback, evaluatie en nieuwe opleidingen. Hierin staan openheid, actiegerichtheid, vernieuwing en aanpassing aan verandering centraal. Eneco bouwt daarmee aan een High Performance-cultuur waar medewerkers agile zijn, zich continu ontwikkelen en het potentieel hebben om door te groeien. De kwaliteit en van leiders en leidinggevenden speelt hierbij een cruciale rol. Het management dient te sturen op waarden, prestatie, ruimte voor groei, verbinding met stakeholders en ontwikkeling gericht op de lange termijn. Deze componenten worden gericht getraind en ontwikkeld in de ontwikkelprogramma’s en -paden voor leidinggevenden. Ook vindt er gerichte en effectieve talentmanagement plaats in het Eneco High Potentials-programma waarin de continuïteit van instroom, ontwikkeling, plaatsing en behoud van (intern en extern) talent wordt geborgd.

Ontwikkeling van talenten

Ontwikkeling is voor ons een belangrijk thema. De energiewereld is sterk aan het veranderen en daarmee veranderen ook de behoeften van onze klanten. Daarbij legt Eneco Groep een grotere nadruk op innovatieve producten en diensten. Tegelijkertijd blijven we onze prestaties in de bestaande activiteiten steeds verder verbeteren. Om onze medewerkers daarop toe te rusten stimuleren we op verschillende manieren hun ontwikkeling.

Het vermogen om jezelf te kunnen en willen ontwikkelen ('learning agility') is een belangrijk startpunt, waarbij zelfinzicht - waar ben ik goed in en wat kan ik verbeteren? - cruciaal is. Met behulp van 360 graden-feedback en online assessments werken we aan het verbeteren van zelfinzicht. Ook zetten we 'learning agility' in bij onze wervingsactiviteiten en bij management development.

We stimuleren ontwikkeling op basis van de 70/20/10-verdeling (70% van ontwikkeling komt door nieuwe dingen te doen, 20% door het leren van anderen en 10% door zelf te leren, bijvoorbeeld uit een boek). Ons online platform ('de Campus') is ingericht op basis van de 70/20/10-verdeling en biedt vele ontwikkelmogelijkheden. Ook hebben we bedrijfsscholen voor technische ontwikkeling. Het Career Development Centre (CDC) ondersteunt ontwikkeling van medewerkers met tijdelijke opdrachten of bij het vervullen van een nieuwe rol binnen Eneco Groep.

Prestatiemanagement

Het doel van prestatiemanagement is om onze medewerkers optimaal te laten bijdragen aan onze missie, visie, strategie en onze plannen. Sinds 2014 kiezen we voor een moderne aanpak. Dit betekent dat we medewerkers niet langer eenmaal per jaar beoordelen op basis van een vijfpuntsschaal, maar ons toeleggen op het goede gesprek: 'Heb’t er echt over'. Vijf vragen vormen de kern van dit gesprek tussen medewerker en manager: doe ik de goede dingen?; doe ik ze goed?; waarin moet ik mij ontwikkelen?; waar zit mijn kracht?; zit ik nog op de goede plaats? Erkenning is ook een belangrijk onderdeel van dit regelmatig terugkerende gesprek.

Het kunnen voeren van 'goede gesprekken' is een belangrijke eigenschap. In 2015 zijn we begonnen met het opleiden van alle 600 leidinggevenden van Eneco Groep om deze gesprekken nog beter te kunnen voeren.

Diversiteit en inclusiviteit

Eneco Groep heeft meer dan 7.000 medewerkers. Daarnaast werken er veel uitzendkrachten en medewerkers met een ander dienstverband. Om samen onze missie waar te maken is het noodzakelijk om gebalanceerde teams te hebben die gezamenlijk in staat zijn om de verbinding met onze klanten en omgeving te maken, de beste beslissingen te nemen en een gebalanceerde uitvoering te realiseren, die met alle uitvoeringsaspecten rekening houdt. Dit vraagt niet alleen om een goede verdeling van bijvoorbeeld mannen en vrouwen. Het betekent ook dat er in de organisatie plaats is voor mensen met een andere visie op zaken, met een andere achtergrond of persoonlijkheid en voor mensen met een arbeidsbeperking. Om deze teams succesvol te laten zijn is het belangrijk om respect te hebben voor de verschillen, om de 'robuuste' dialoog aan te gaan en samen tot het beste te komen. Juist door het voeren van die robuuste dialoog zijn we in staat om onze strategie vanuit alle mogelijk invalshoeken vorm te geven.

Binnen Eneco Groep streven we naar diversiteit, zowel in de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur als de (management)lagen daaronder. We hadden onszelf in overleg met de centrale ondernemingsraad een doelstelling opgelegd van 30% vrouwen op leidinggevende posities. Dit aandeel bedraagt op dit moment ongeveer 25% (2014: 26%, 2013: 23%).

Het percentage vrouwen binnen Eneco Groep was in 2015 24%  (2014: 25%; 2013: 22%). Bij Eneco was dat in 2015 30%, bij Stedin 17%.

Om de man/vrouwbalans binnen de groep verder te verbeteren hebben we in 2014 afgesproken om bij elke externe werving voor posities van hoofd en hoger te streven naar een 50/50 instroom voor mannen en vrouwen. In totaal zijn in 2015 bij Eneco Groep 94 nieuwe medewerkers binnengekomen op dit niveau, waarvan 38 vrouwen (40%; 2014: 36%).

Voor meer informatie over de samenstelling van ons personeelsbestand en andere details hierover zie Personeelsgegevens..

Veiligheid

Veel van onze mensen verrichten werkzaamheden aan de energie-infrastructuur, een werkomgeving met relatief veel risico's. Hun veiligheid én die van klanten en burgers is onze prioriteit. Daarom investeren we in kennis en vakmanschap en werken we aan een proactieve 'veiligheidscultuur'.

Niet veilig? Niet doen

Het verhogen van het veiligheidsbewustzijn heeft onverminderde aandacht in ons bedrijf. We geven instructies en besteden aandacht aan het signaleren en het bespreekbaar maken van veiligheidsrisico’s en het stimuleren van veilig gedrag, vooral bij de uitvoerende afdelingen waar de risico's het grootst zijn. Ons uitgangspunt is: 'als het niet veilig kan, dan doen we het niet'. Leidinggevenden gaan steeds meer met uitvoerenden op de werkplek de open dialoog aan om de risico’s te bespreken en het veiligheidsbewustzijn te vergroten. Dit blijft ook de komende jaren een belangrijk speerpunt. De directie, het management en de lijnorganisatie zijn zich ervan bewust dat iedereen actief bezig moet zijn met veiligheid in alle facetten van de activiteiten die worden uitgevoerd. In alle werkoverleggen en managementteams is veiligheid een vast agendapunt, en maandelijks wordt over veiligheid gerapporteerd aan de Raad van Bestuur. Eneco heeft een Veiligheidsmanagementsysteem, Alerta, waarin procedures en werkinstructies beschikbaar zijn gemaakt en incidenten en de opvolging daarvan worden bijgehouden.

Veiligheidscultuur

Het management heeft dit jaar meer tijd besteed aan het bezoeken van werklocaties en het bespreken van veiligheidsrisico’s. Deze zogenaamde rondgangen spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van een goede, open en transparante veiligheidscultuur.

Om de veiligheidscultuur verder te stimuleren hebben we bij de veiligheidsinstructies aan leidinggevenden, naast algemene kennis, ook aandacht geschonken aan gedrag en vaardigheid.

Samenwerking binnen de groep

De samenwerking van de veiligheidsafdelingen binnen de groep is dit jaar verder geïntensiveerd, onder meer doordat enkele managers de verantwoordelijkheid kregen voor de totale Eneco Groep. Hierdoor hebben we de samenwerking op het gebied van rapportage en informatievoorziening verbeterd en delen we steeds meer onze ervaring op het gebied van veiligheid.

Wat wilden we bereiken in 2015?

Het doel voor 2015 was om het totaal aantal arbeidsongevallen terug te brengen tot minder dan 61. Deze doelstelling baseren we op cijfers uit eerdere jaren en op een inschatting van het maximaal haalbare. Onder arbeidsongevallen verstaan we alle ongevallen met of zonder verzuim waarbij doktersbehandeling noodzakelijk is of waarbij tijdelijk ander werk verricht moet worden. Dit betekende een maximale RIF van 1,18. (Recordable Incident Frequency: het aantal arbeidsongevallen per 200.000 gewerkte uren).

Daarnaast wilden we het aantal arbeidsongevallen met verzuim (Lost Time Injury, LTI) verder reduceren tot maximaal 11. Het uiteindelijke streven is om dit aantal terug te brengen tot nul.

Omdat contractors een groot deel van onze civiele en aanlegwerkzaamheden uitvoeren, wilden we ook hun prestaties op het gebied van veiligheid beter in kaart brengen. Ons doel was om op basis van waarnemingen en incidentmeldingen onze bevindingen periodiek in een open dialoog met onze contractors te bespreken en zo het veilig werken verder te stimuleren.

Daarnaast wilden we het veiligheidsbewustzijn bij leidinggevenden verder verhogen door het geven van veiligheidstrainingen en het stimuleren van werkplekbezoeken.

Wat hebben we bereikt?

In 2015 hebben we het aantal arbeidsongevallen weten terug te brengen tot 45. Hiermee hebben we onze doelstelling ruimschoots bereikt. De RIF is gedaald tot 0,86.

Het aantal arbeidsongevallen met verzuim is toegenomen, waarmee we onze doelstelling op dit punt niet hebben gehaald. Het ging vooral om relatief lichte ongevallen die toch tot verzuim hebben geleid. Totaal hebben we 26 ongevallen met verzuim geregistreerd. Het aantal bedrijfsongevallen met verzuim per miljoen gewerkte uren (LTIR) kwam hiermee uit op 2,49.

De ernstgraad, uitgedrukt in het aantal verzuimdagen, is uitgekomen op 4,08 dagen en is beter dan in 2014, toen we op 15,5 dagen eindigden.

Bij onze contractors zijn er dit jaar 26 ongevallen geregistreerd. Dit zijn er 23 minder dan in 2014. Enerzijds is dit een gevolg van steeds betere prestaties op het gebied van veiligheid. Anderzijds is de terugloop gedeeltelijk te verklaren doordat Stedin minder opdrachten heeft verstrekt.

Veiligheid bij complexe projecten

Bij de uitvoering van onze grote projecten streven onze eigen toezichthouders en veilligheidskundigen er voortdurend naar om de veiligheid van eigen personeel, contractors en omgeving te waarborgen. Een goed voorbeeld hiervan is het offshore groutproject bij het Amaliawindpark, waarbij we onder moeilijke en potentieel risicovolle omstandigheden ook op veiligheidsgebied goed hebben gepresteerd: onze medewerkers hebben daar 350.000 uren gewerkt zonder verzuimongeval.

Incidentmeldingen

Hoewel het aantal incidentmeldingen met 3.869 enigszins is achtergebleven bij de doelstelling van 4.000, hebben we de snelheid van afhandeling van deze meldingen zichtbaar verbeterd: 15% van alle meldingen handelden we binnen vier weken af.

Ook in de toekomst blijven we incidentmeldingen stimuleren. Door de meldingen nauwkeurig te analyseren achterhalen we de oorzaak van incidenten en treffen we maatregelen om herhaling te voorkomen. Zo hebben we werkinstructies aangepast en communicatielijnen verbeterd.

Uitdagingen

Het signaleren en het tijdig nemen van adequate maatregelen is van blijvend belang om het aantal bedrijfsongevallen in de komende jaren significant te reduceren. Naast bestaande risico’s blijven we alert op nieuwe veiligheidsrisico’s die ontstaan door innovatie. Voorbeelden hiervan zijn decentrale energieopslag en 'smart home'-toepassingen zoals de Sustainer Homes: een zelfvoorzienende duurzame, mobiele containerwoning. Het nieuwe bedrijfsonderdeel Eneco Innovation & Ventures ondersteunt slimme ontwikkelingen om de transitie naar een duurzame en decentrale energievoorziening te versnellen. Het is een uitdaging om de veiligheidsrisico's hierbij te beheersen zonder dat dit onnodig beperkingen oplegt en het uitwerken van kansrijke ideeën belemmert.

Nieuwe veiligheidsrisico's

Bij het terugbrengen van arbeidsongevallen gaat het vooral om de veiligheid bij de bouw van en werkzaamheden aan productiefaciliteiten en energie-infrastructuren. We hebben ruime veiligheidservaring met (werkzaamheden aan) energie-infrastructuren en technische installaties. Grote projecten die in korte tijd worden opgeschaald, zoals het plaatsen van slimme meters, vereisen extra alertheid. Nieuwe vormen van duurzame productie, zoals biomassa-installaties of windparken op zee, brengen echter nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee.

Koolmonoxide-incidenten

In de consumentenmarkt worden open geisers zonder afvoer gebruikt. Dit type geiser haalt de lucht voor de verbranding uit de ruimte waarin deze is geplaatst. De verbrandingsgassen komen ook in deze ruimte terecht. Zulke geisers moeten geplaatst zijn in een opstellingsruimte die voldoende en volgens de voorschriften van het bouwbesluit geventileerd is. De combinatie van onvoldoende ventilatie en onvolledige verbranding kan leiden tot koolmonoxidevergiftiging.

Wij voeren bij onze klanten periodieke controles uit van geisers en de ruimtes waarin deze toestellen zijn geplaatst. Bij onveilige situaties bieden we onze klanten proactief alternatieven aan. Bij afvoerloze geisers plaatsen we koolmonoxidemelders. In samenwerking met huiseigenaren en bewoners bouwen we gecontroleerd het aantal nog geïnstalleerde (afvoerloze) keukengeisers af.

Business continuity & ICT/cyber security

Veiligheid heeft ook betrekking op de continuïteit van onze operatie. Uitval van bijvoorbeeld ICT-systemen kan bij onze klanten leiden tot leveringsonderbreking van energie, te laat verstuurde facturen of een lager serviceniveau, doordat gebouwen en medewerkers niet inzetbaar zijn en processen in ICT systemen niet als bedoeld functioneren. Dit kan leiden tot reputatieschade. Ook kunnen we financiële schade lijden als systemen die wij gebruiken voor de handel in energie het laten afweten of als Eneco Groep doelwit wordt van cybercriminaliteit.

Om deze risico's te beperken draaien de aan energiehandel gerelateerde activiteiten en het bedrijfsvoeringscentrum op een apart, dubbel uitgevoerd ICT-platform. Voor onze kritische systemen verrichten we periodiek de hersteltesten. Een taskforce Cyber Security ziet onder meer toe op adequate ICT-beveiliging. We werken actief samen met externe organisaties als het NCSC en EDSN. Daarnaast worden gespecialiseerde bedrijven ingezet voor onderzoeken en operationele bewaking van de IT. We besteden continu aandacht aan de bewustwording van Eneco-medewerkers ten aanzien van de informatiebeveiliging. In 2015 hebben we Security Incident & Event Monitoring geïmplementeerd (SIEM). Ook hebben we Eneco’s Privacy Board ingesteld. De Board adviseert onder andere bij nieuwe cases en toetst deze aan onze privacynormen. ICT-veiligheidsincidenten komen ook aan de orde tijdens veiligheidsoverleg met andere netbeheerders. Extra zekerheid over de effectiviteit van de maatregelen verkrijgen we door assurance-activiteiten zoals audits en certificering.

Moderne medezeggenschap

Medezeggenschap is een belangrijk onderdeel van Eneco Groep. Ook dit doen we 'samen' en modern. Moderne medenzeggenschap betekent dat de ondernemingsraden een beperkt aantal leden hebben en dat een lid slechts enkele termijnen zitting heeft. We werken met specifieke rolprofielen, waarin is vastgelegd wat we van een OR-lid verwachten, en zetten sterk in op de ontwikkeling van de leden van de medezeggenschap. Bij adviestrajecten maken we gebruik van themagroepen die bestaan uit enkele leden van de medezeggenschap, aangevuld met medewerkers met een specifieke expertise.

Medezeggenschapstrajecten beter en sneller

Kern van de moderne medezeggenschap is dat bestuurders haar vroegtijdig bij elk traject betrekken. Zo ontstaat er een gezamenlijke beeldvorming van het probleem of de kans. Samen kijken we naar de verschillende opties en naar de beste keuzes. Medezeggenschapstrajecten verlopen daardoor veel sneller. We nemen betere beslissingen en het draagvlak voor een beslissing is groter. In 2015 heeft de medezeggenschap zich met alle belangrijke thema's beziggehouden, zoals grote investeringen, organisatiewijzigingen en arbeidsvoorwaarden.

De Centrale Ondernemingsraad werkt samen met de leiding van Eneco Groep aan continue veranderingen binnen het bedrijf. We zetten steeds meer in op geleidelijkheid in plaats van grootse reorganisaties, die veel vragen van de organisatie en in het algemeen lang duren. Zo kunnen we ons beter richten op waar het om gaat: op onze klant en op de realisatie van onze strategie.

Financieel beleid

Transformatie en rendement

Eneco wil relevant zijn voor klanten en de maatschappij, nu en in de toekomst. In verband daarmee willen we laten zien hoe wij presteren op de volgende drie terreinen: de financiële gezondheid van ons bedrijf, onze bijdrage aan het klimaat en het milieu en de manier waarop we onze medewerkers betrekken bij onze missie en visie.

Om onze ambities waar te maken en onze transformatie te kunnen realiseren is het essentieel om risico en rendement in balans en ons bedrijf financieel gezond te houden. We hebben hiervoor enkele kengetallen gekozen die dat tot uitdrukking brengen. We drukken onze waardecreatie ook uit in de CO2-reductie die wij samen met onze klanten en partners bereiken. Verder is het noodzakelijk dat onze strategie in ons bedrijf breed wordt gedragen. De betrokkenheid van onze medewerkers bij onze toekomstvisie - de mate waarin ze zich bij deze visie thuisvoelen en zich ervoor willen inzetten - is voor ons erg belangrijk. Zij zijn het immers die uitvoering geven aan onze missie Duurzame energie voor iedereen. In deze paragraaf gaan we in op de financiele component.

Financieel
Wat wilden we bereiken in 2015?

Onze doelstelling voor 2015 was een credit rating van ten minste A- en een rendement op het gemiddelde werkzame vermogen (Return On Average Capital Employed ofwel ROACE) van 3,3%.

Wat hebben we bereikt?

In 2015 hebben we de credit rating gehandhaafd op de A- status, een goede prestatie in het licht van een energiesector die financieel onder druk staat.

In 2015 bedroeg de ROACE 3,7%. Dat is 0,5 procentpunten lager dan in 2014 (4,2%) en 0,4 procentpunten hoger dan ons doel voor 2015 van 3,3%.

Credit Rating: opnieuw A- status

Onze kredietwaardigheid is een van de kengetallen waarop wij ons financiële beleid baseren. In 2015 heeft Standard & Poor's Eneco opnieuw de A- status met stable outlook toegekend. In tegenstelling tot alle andere strategische kpi's heeft Eneco geen invloed op het vaststellen van de credit rating. Voor een inhoudelijke toelichting op de totstandkoming ervan heeft Standard & Poor's een rapport gepubliceerd. Dit rapport is te vinden op onze corporate website.

ROACE onder druk

Een kengetal dat we gebruiken om transparant te maken of we voldoende rendement maken op onze investeringen in bijvoorbeeld windparken of netwerken is de ROACE. Deze ratio wordt vaak gebruikt in kapitaalintensieve industrieën zoals de onze. Het laat zien hoe goed we in staat zijn om geld te verdienen met onze bezittingen (zoals onze windparken, gascentrale, biomassacentrale en netwerken) in verhouding tot het kapitaal dat we hierin investeren.

Betekenis van het begrip ROACE

Een van de componenten waarmee de ROACE berekend wordt, is het bedrijfsresultaat (EBIT1). Het bedrijfsresultaat van Eneco Groep is afhankelijk van zowel externe invloeden als interne factoren.

Externe invloeden betreffen onder andere de weersomstandigheden en wetgeving en regulering (zie de risico’s die verderop in dit hoofdstuk vermeld zijn). 2015 was een relatief warm jaar, maar 10% minder warm dan 2014. Weersafhankelijke schommelingen in het verbruikspatroon van klanten hebben invloed op de hoogte van de marge op energielevering en op het al of niet in evenwicht zijn van ontvangen klantvoorschotten met het werkelijke verbruik. De overheid reguleert de netbeheertarieven. Wijzigingen van deze tarieven hebben uiteraard invloed op de marges die gerealiseerd worden op het transport van energie door de netbeheerder.

De interne factoren die de EBIT beïnvloeden betreffen onderwerpen als introductie van nieuwe producten en diensten op de markt, investeringsbeslissingen en maatregelen voor kostenbeheersing. In 2015 heeft Eneco ingezet op innovatie waarbij de kosten voor de baten uitgaan.

Voor het berekenen van de ROACE wordt het bedrijfsresultaat afgezet tegen het gemiddelde werkzaam vermogen (Average Capital Employed). Eneco heeft in 2015 € 715mln geïnvesteerd in haar bedrijfsmiddelen, waaronder de netten voor transport van elektriciteit, gas en warmte en duurzame energieproductiemiddelen zoals wind- en zonneparken. Daardoor neemt het ‘capital employed’ toe. Een drietal grote windparken is geopend: Luchterduinen (op zee, Nederland, 129 MW), Delfzijl-Noord (op land, Nederland, 62,7 MW) en Burn of Whilk (op land, Verenigd Koninkrijk, 22,5 MW). Hiermee hebben we langjarige projecten succesvol afgerond en is een grote stap gemaakt in het nastreven van de duurzaamheidsdoelstellingen.

Het investeringsprogramma voor kleinverbruik meters is als gevolg van de invoering van de slimme meter significant opgeschaald van €31 mln in 2014 naar €52 ln in 2015.

Eneco investeert in projecten waarvan ze voldoende rendement over de gehele levensduur verwacht. Relatief jonge productiemiddelen hebben nog een hoge boekwaarde, waardoor net opgeleverde investeringsprojecten het capital employed relatief sterk doen toenemen. Bij gelijke opbrengsten per jaar is de ROACE in de beginjaren van deze activa lager dan in een situatie waarin op de bedrijfsmiddelen al jarenlang is afgeschreven. Dit is een goede illustratie van de uitdaging om enerzijds een aanvaardbaar financieel rendement te realiseren en anderzijds te innoveren in een omgeving die gekenmerkt wordt door transformatie. Een andere reden waarom de ROACE onder druk staat, is dat het ‘capital employed’ bedragen bevat voor middelen die nog in aanbouw zijn en nog niet bijdragen aan het resultaat. Daar komt bij dat gedurende 2015 het werkkapitaal (onderdeel van het werkzame vermogen) is toegenomen door terugbetaling aan klanten van niet-benutte voorschotten vanwege het warme weer in 2014.

Vooruitblik

De ROACE staat onder druk vanwege het effect op de EBIT van de verwachte voortgaande daling van het toegestane rendement op gereguleerde activiteiten en door toenemende concurrentiedruk, met als gevolg een lagere brutomarge op energie. Daarnaast nemen de precariokosten toe.

Eneco gaat de uitdaging aan en investeert in productiemiddelen met een stabiel rendement, ontwikkelt nieuwe producten en diensten om haar klanten nu en in de toekomst nog beter van dienst te zijn en stroomlijnt haar interne processen om slagvaardig en efficiënt te kunnen opereren.

Daarnaast verwachten we een gestage toename van het werkzame vermogen door het duurzame investeringsprogramma voor de komende jaren en door de invoering van slimme meters. We spreiden onze risico's door plannen te ontwikkelen om samen met klanten en partners te investeren of door delen van projecten, zoals de ontwikkeling van windparken, over te dragen aan investeerders.

Risico's

Eerder in dit hoofdstuk is gerefereerd aan risico’s vanuit wetgeving, regulering en kredietwaardigheid. Een zestal wordt hieronder toegelicht.

Risico: Wet Onafhankelijk Netbeheer en gedwongen splitsing

De Hoge Raad wees op 26 juni 2015 arrest over de gedwongen splitsing van Nederlandse geïntegreerde energiebedrijven. De Hoge Raad oordeelde dat de wetsartikelen die gaan over het verplichte groepsverbod en die zijn opgenomen in de Elektriciteits- en Gaswet, ook wel genoemd Wet Onafhankelijk Netbeheer, niet in strijd zijn met het vrije verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging, zoals opgenomen in het (Europese) Unierecht. Voor een uitspraak over de vraag of gedwongen splitsing in strijd is met het eigendomsrecht, zoals vastgelegd in het Eerste Protocol van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens, heeft de Hoge Raad de zaak ter verdere behandeling naar het Gerechtshof van Amsterdam verwezen. Deze procedure is in 2015 bij het Hof Amsterdam aanhangig gemaakt. Het is niet bekend wanneer het Gerechtshof Amsterdam hierin uitspraak zal doen.

Inmiddels nam de Autoriteit Consument & Markt (ACM) een handhavingsbesluit waardoor Eneco uiterlijk 31 januari 2017 moet zijn gesplitst. Op 13 januari 2016 diende Eneco een bezwaarschrift in tegen dit handhavingsbesluit. De uitkomst van deze bezwarenprocedure is nog niet bekend. Desondanks zien we ons gedwongen voorbereidingen te treffen om de splitsing te effectueren conform het handhavingsbesluit van ACM. Eneco bereidt in dat kader, een ten opzichte van het in 2009 ingediend, gewijzigd splitsingsplan voor, dat zij de eerste helft van 2016 bij de ACM zal indienen.

De ontwikkeling van duurzame (decentrale) energieproductie bij klanten en slimme energienetten (die nodig zijn voor teruglevering) zijn nauw met elkaar verbonden. Vanuit de geïntegreerde Eneco Groep kunnen we sturing geven aan deze factoren, die beide nodig zijn voor het verduurzamen van energie en het faciliteren en ondersteunen van de transformatie van de energiesector. Een gedwongen splitsing zal de ontwikkeling van een duurzame energievoorziening en de transformatie vertragen en zal leiden tot maatschappelijke kosten, omdat productie, consumptie en het energienet niet op elkaar worden afgestemd.

Risicobeperking

Het voorkeursscenario van Eneco is het alsnog definitief onverbindend worden van de wettelijke bepalingen over het verplichte groepsverbod of het intrekken van het groepsverbod. Met dit doel vervolgt Eneco de rechtszaak. In het licht van het verlies aan werkgelegenheid en investeringskracht, de oneerlijke concurrentie met buitenlandse -niet gesplitste- energiebedrijven en de maatschappelijke uitdagingen om energie schoon, betrouwbaar en betaalbaar te houden, pleit Eneco bij de politiek voor heroverweging van de uitgangspunten die jaren geleden tot deze wetgeving hebben geleid.

Binnen het financieel sturingskader simuleren we de effecten van een splitsing om te kunnen anticiperen op mogelijke gevolgen. Groei van ons bedrijf is belangrijk om na een eventuele splitsing twee robuuste bedrijven te behouden.

Risico: verandering in rating-methodologie

Eneco heeft momenteel een credit rating bij kredietbeoordelaar Standard and Poor’s. Het risico op een neerwaartse bijstelling van de credit rating van Eneco Holding N.V. kan voortvloeien uit wijzigingen door S&P in haar rating criteria, methodologie en/of uitgangspunten. Een verlaging van de credit rating kan voor Eneco Holding NV gevolgen hebben voor de toegang tot kapitaal- en geldmarkten, de hoogte van financieringskosten en kan repercussies hebben voor de kredietruimte die zakelijke partijen ons verstrekken.

Het risico van verandering in rating methodologie wordt gemitigeerd door regelmatige scenarioplanning en stress testen, evaluatie en advisering door deskundigen evenals periodieke informatie- uitwisseling met Standard and Poor’s.

Risico: regulering tarieven gereguleerd domein

Het tarief dat wij als netbeheerder in rekening mogen brengen (tarifering van het gereguleerde domein) is van belang om alle kosten en investeringen voor een betrouwbaar netwerk te financieren. De netbeheeractiviteiten hebben een langetermijn karakter en hebben een voldoende en voorspelbare tariefstelling nodig. Onverwachte afwijkingen leiden tot een onzeker investeringsklimaat. De reguleringsmethode is gebaseerd op een systeem van maatstafconcurrentie waarmee de regionale netbeheerders onderling worden gebenchmarkt. Het management is proactief binnen overlegorganen met gezamenlijke netbeheerders en ACM en wisselt actief van gedachten over de invulling van de regulering.

Naar aanleiding van het methodebesluit voor de reguleringsjaren 2014-2016 is Eneco samen met andere netbeheerders in beroep gegaan bij het College voor Beroep Bedrijfsleven. Begin januari 2016 heeft het CBb in een tussenuitspraak aan de ACM opgedragen om vóór 12 februari de WACC (een belangrijk component voor de vaststelling van tarieven) voor de huidige reguleringsperiode (2014-2016) opnieuw vast te stellen. Momenteel lopen er tussen de netbeheerders en ACM gesprekken over hoe de uitspraak van het CBb tot aanpassing van de WACC dient te leiden. De uitkomst hiervan is nog onzeker.

Risico: winsten meetdomein

De tarieven die wij als netbeheerder in rekening brengen voor de huur van kleinverbruikmeters zijn gereguleerd en gebaseerd op de Ministeriële Regeling Meettarieven (MR). Hierin is geregeld hoe ACM deze tarieven vaststelt. De maximale tarieven die netbeheerders mogen hanteren zijn op dit moment gebaseerd op de tarieven van 2005, plus een jaarlijkse inflatiecorrectie op basis van de consumentenprijsindex. Sinds 2011 monitort ACM de kosten die gemoeid zijn met het uitvoeren van de meettaak. Hierbij is het de bedoeling dat het project Grootschalig Aanbieden Slimme meters uit de behaalde rendementen gefinancierd kan worden. De MR borgt dat de consument uiteindelijk niet meer dan de kostendekkende tarieven betaalt en dat de netbeheerders geen overwinsten behalen. Om dit te bereiken kan ACM de behaalde rendementen in toekomstige tarievenbesluiten betrekken.

Volgens onze huidige inschattingen hebben we op dit moment voldoende rendement gerealiseerd om de invoering van de slimme meter zonder tariefstijgingen te financieren. Het is mogelijk dat er daarna overwinsten zullen overblijven. Wij verwachten dat ACM na de grootschalige aanbieding van slimme meters eventueel resterende overwinsten zal verrekenen, waarschijnlijk door middel van lagere tarieven.

Risico: grootschalige invoering van slimme meters

Zoals elke netbeheerder moet Stedin voor 2020 aan alle klanten een 'slimme meter' hebben aangeboden en bij minimaal 80% van de klanten ook een slimme meter hebben geïnstalleerd. De slimme meter is een digitale, op afstand uitleesbare energiemeter die klanten meer inzicht geeft in hun energieverbruik en het daardoor gemakkelijk maakt om energie te besparen. Voor een tijdige realisatie, die qua kosten voorspelbaar is, is Stedin afhankelijk van de externe partijen zoals de meterleveranciers, de wetgever maar ook het sentiment van de klant. Deze afhankelijkheden brengen onzekerheden met zich mee, die kunnen leiden tot onvoorziene uitgaven en een negatieve klanttevredenheid.

Door middel van het programma Grootschalige Aanbieding wordt de aanbieding en plaatsing van meters aan onze klanten beheerst en conform de verplichtingen uitgevoerd. Onderdeel van dit programma is onder andere de klant te informeren over de voordelen van de slimme meter. We hebben de afhankelijkheden in kaart gebracht en monitoren deze nauwkeurig.

Risico: claims aansluit- en transporttarieven

Onze netbeheerder heeft een beperkt aantal claims van klanten met private netten ontvangen, waarbij terugbetaling van aansluit- en transporttarieven wordt gevorderd. Deze claims hebben betrekking op het oordeel van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, dat 'net-op-net'-aansluitingen van gelijk spanningsniveau niet als aansluiting kwalificeerde vanwege de wettelijke definitie van 'aansluiting' tot 1 januari 2014. Dit oordeel heeft geleid tot civielrechtelijke vragen, die nog niet beantwoord zijn. 

1Earnings Before Interest and Tax; geeft het behaalde resultaat weer op de gewone bedrijfsactiviteiten.

Financieel resultaat 2015

Managementverslag

Resultaten 2015

Eneco Groep wist over 2015 het nettoresultaat met € 208 miljoen te handhaven op het niveau van 2014 (€ 206 mln.) en boekte een omzet van € 4.282 miljoen (2014: € 4.590 mln.), wat een daling betekent van 7%.

Guido Dubbeld, CFO Eneco Groep: “De financiële resultaten stemmen tot tevredenheid. De onderneming ziet het resultaat van diverse kostenbeheersingsprogramma’s die in de voorgaande jaren zijn ingezet terwijl onze klanten profiteerden van dalende prijzen voor hun energie en lagere tarieven voor het transport van hun energie. Ook zien we een afname van het energieverbruik bij klanten door besparingen. Tegelijkertijd wisten we in 2015 met € 715 miljoen een hoog niveau aan investeringen in de duurzame energievoorziening aan te houden. Dit is lager dan in 2014 (€ 842 miljoen) omdat toen nog gebouwd werd aan een aantal grote projecten zoals Leiding over Noord en Haringvliet. Inmiddels zijn deze bedrijfsmiddelen in gebruik genomen.

Door de ingebruikname van onder andere Delfzijl-Noord en Luchterduinen droeg Eneco 225 MW bij aan de 535 MW windenergie die in 2015 in Nederland werd gerealiseerd. Positief pakte de nieuwe overeenkomst uit met Air Liquide voor de levering van energie geproduceerd door Pergen, een gascentrale die gas omzet in elektriciteit en stoom voor industrieel gebruik. Tussen beide ondernemingen was een dispuut ontstaan, dat met deze overeenkomst is opgelost. Verder heeft Eneco de afgelopen jaren € 47 miljoen geïnvesteerd in het herstellen van een ontwerpfout in alle 60 windmolens van het Prinses Amalia windpark."

Jeroen de Haas, CEO Eneco Groep: “We maakten het afgelopen jaar vaart met de duurzame transitie en ontwikkelden nieuwe, innovatieve energiediensten voor onze klanten. Zo werken we samen met startup Nerdalize om computerservers in te zetten voor het verwarmen van huizen. Met Tesla sloten we een overeenkomst om de PowerWall batterij op de Nederlandse en Belgische markt te brengen en via startup Jedlix werken we inmiddels samen met een aantal autofabrikanten om het laden van hun elektrische auto’s slimmer en goedkoper te maken. We investeerden ook in de startups Peeeks en Sustainer Homes. Peeeks heeft een veelbelovend systeem ontworpen om de grilligheid van wind en zon en het verbruik van klanten beter te balanceren. Sustainer Homes bouwt zeecontainers om tot zelfvoorzienende woningen. Voor Eneco een ideale samenwerking om nieuwe duurzame technieken en smart home toepassingen in de praktijk te testen. Toon telt inmiddels 225.000 verkochte exemplaren en wordt steeds meer een vanzelfsprekendheid in duurzaam bewuste huishoudens. Vorig jaar startte Eneco ook met het leveren van duurzame stroom aan alle spoorvervoerders in Nederland nadat daar in 2014 een tienjarig contract voor werd gesloten. Dit betekent onder andere dat de treinreis van klanten van NS in de nabije toekomst volledig duurzaam wordt. Stedin nam in juni een nieuw soort oplaadpalen voor elektrische auto’s in gebruik. Deze palen kunnen de accu van elektrische auto's opladen maar ook de stroom uit de accu terug leveren aan het elektriciteitsnet. Op deze manier wordt een stroomvoorraad gecreëerd die kan worden ingezet, bijvoorbeeld bij een korte stroomstoring. Eneco België lanceerde een groepsaanbod voor zonnepanelen gericht op de provincie West-Vlaanderen. Zowel klanten van Eneco als andere geïnteresseerden konden vrijblijvend inschrijven voor de levering en installatie van zonnepanelen. Eneco wil met deze actie de drempel verlagen om te kiezen voor zonne-energie. In het afgelopen jaar werd Eneco ook lid van DE Unie, de leverancier van en voor lokale duurzame energiecoöperaties, om zo de snel groeiende beweging van lokale, duurzame energiecoöperaties te ondersteunen. Ik ben ervan overtuigd dat lokale initiatieven een sleutelrol spelen in de overgang naar een volledig duurzame energievoorziening in Nederland.”

Het jaar 2015 stond voor Eneco ook in het teken van de Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON), een wet uit 2006 die voorschrijft dat Nederlandse energiebedrijven moeten splitsen in een energie- en een netwerkbedrijf. De Hoge Raad oordeelde in juni 2015 dat de WON niet in strijd is met het Europees Unierecht en verwees voor een uitspraak over inbreuk op eigendomsrecht de zaak terug naar het Gerechtshof van Amsterdam. Het is nog onduidelijk wanneer het Gerechtshof tot een uitspraak komt. In de tussentijd heeft toezichthouder ACM aangegeven dat Eneco uiterlijk 31 januari 2017 moet zijn gesplitst.

Ontwikkeling van onze resultaten

De brutomarge van onze levering en het transport van gas, elektriciteit en warmte en onze diensten die daarmee verband houden, steeg met € 60 miljoen (+4%) naar € 1.637 miljoen. Deze stijging is vooral het gevolg van de uitbreiding van de windparken, de aankoop van warmteproductiemiddelen in Utrecht, verbeterde resultaten in de handelsactiviteiten en de afkoop en herstructurering van energie inkoopcontracten. Ook de weersomstandigheden hadden een positieve invloed op de marge. Hoewel 2015 in de laatste maanden bijzonder warm was, lag in 2014 de temperatuur gemiddeld nog hoger, waardoor er in 2015 meer gas verkocht is. Het waaide in 2015 harder dan in 2014, waardoor meer elektriciteit zelf opgewekt kon worden. De marge werd sterk negatief beïnvloed door de verdere verlaging van de gereguleerde tarieven voor energietransport, terwijl de inkoopkosten voor transport gestegen zijn.

De bedrijfskosten exclusief afschrijvingen bedroegen in totaal € 1.036 miljoen. Ondanks de extra kosten die onze groei in activiteiten en versnelling in innovatie met zich meebrengen, is dit € 80 miljoen (-7%) lager het jaar ervoor. Dit is ten dele het gevolg van incidentele lasten in 2014, zoals kosten in verband met reorganisaties en afkoop van Cross Border Leases. De verlaging is ook het gevolg van de programma’s voor efficiencyverbetering die vorig jaar bij diverse bedrijfsonderdelen zijn ingezet, en houdt verder verband met een daling in activiteiten in engineeringprojecten voor derden. De afschrijvingskosten bedroegen € 495 miljoen, wat een stijging betekent van € 150 miljoen. Voor € 140 miljoen lag de oorzaak hiervan in het terugdraaien van de bijzondere waardevermindering in 2014.

Het bedrijfsresultaat (EBIT) kwam daarmee uit op € 334 miljoen, € 29 miljoen (-8%) lager dan in 2014 (€ 363 miljoen). De financiële baten en lasten namen met € 26 miljoen af tot € 74 miljoen vanwege minder incidentele kosten en een lagere rentedragende schuldpositie.

Onze productie-, handels- en leveringsactiviteiten

In 2015 waren de weersomstandigheden gedurende de eerste 10 maanden als gemiddeld te beschouwen. November en december daarentegen waren naar verhouding bijzonder warm, en bovendien heeft het in deze twee maanden harder gewaaid dan normaal. Desondanks was 2015 over het hele jaar heen gemiddeld minder warm dan 2014, en was er gemiddeld meer wind. Beide zijn van positieve invloed op onze marge energie. Het verbruik door onze klanten van gas en warmte is daarmee gestegen en er is meer elektriciteit opgewekt met onze windmolens, versterkt door de nieuwe windparken die juist in de maanden met de meeste wind operationeel zijn geworden. De daling in omzet is het gevolg van de lagere prijzen die we onze klanten in rekening hebben gebracht, afname van het gemiddeld verbruik per klant door besparingen en een teruglopend aantal klanten dat elektriciteit, gas of warmte afneemt. Door het in gebruik nemen van nieuwe windmolenparken nam onze duurzame energieproductie verder toe. De beschikbare duurzame productiecapaciteit steeg van 1.680 MW eind 2014 naar 1.919 MW (vergelijkbaar met verbruik van 1.925.000 huishoudens) per 31 december 2015. Aan de andere kant was er een tegenvaller in de vorm van het niet verkrijgen van een vergunning voor de bouw van het offshore windpark Navitus Bay (UK).

Het bedrijfsresultaat (EBIT) van onze productie-, handels- en leveringsactiviteiten is uitgekomen op € 82 miljoen (2014: € 75 mln.1)

Onze netwerk- en engineeringsactiviteiten

In 2014 is de nieuwe reguleringsperiode voor de tarieven voor regionale netbeheerders ingegaan. Dit betekent gedurende drie jaar een jaarlijkse verlaging van de tarieven die we klanten in rekening brengen voor het transport van elektriciteit en gas. Dit is terug te zien in de omzet van onze netwerkactiviteiten die opnieuw met € 71 miljoen (-6%) daalde ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Daartegenover zijn de inkoopkosten voor transport juist gestegen, wat de marge voor deze activiteiten verder onder druk zet. De exploitatiekosten zijn gedaald. Onder de naam Revisie zijn onze netwerk- en engineeringsactiviteiten per 1maart 2015 organisatorisch samengevoegd. Deze efficiencyverbetering stelt ons in staat om onze klanten nog slagvaardiger en efficiënter van dienst te kunnen zijn én meer ruimte te creëren voor investeringen in toekomstbestendige energienetten.

De onderbrekingsduur in onze elektriciteitsnetten bedroeg 82,8 minuten (2014: 103,9 minuten) en de uitvalduur in het gasnetwerk bedroeg 97 seconden (2014: 124 seconden). De onderbrekingsduur in de elektriciteitsnetten lag iets boven de doelstellingen vanwege een grote storing op 26 juni waarbij ruim 130.000 klanten werden getroffen in grote delen van Den Haag en Rijswijk.

Het bedrijfsresultaat (EBIT) van de netwerk- en engineeringactiviteiten daalde van € 310 miljoen) in 2014 tot € 286 miljoen in 2015.

Klanten

Per 1 januari 2015 is Eneco gestart met de elektriciteitslevering aan alle spoorvervoerders in Nederland. Hiervoor werd in 2014 een tienjarig contract afgesloten. Vanaf de start is 50% van de geleverde elektriciteit afkomstig van nieuwe windparken in Nederland en omringende landen en vanaf 2018 zal dat 100% zijn. Dit betekent dat alle treinreizigers vanaf 2018 klimaatneutraal kunnen reizen.

Stedin nam in juni een nieuw soort oplaadpalen voor elektrische auto’s in gebruik. Deze palen kunnen de accu van elektrische auto's opladen, maar ook de stroom uit de accu terugleveren aan het elektriciteitsnet. Op deze manier wordt een stroomvoorraad gecreëerd die op andere momenten kan worden ingezet, bijvoorbeeld bij een korte stroomstoring.

Eneco België lanceerde een groepsaanbod voor zonnepanelen, gericht op de provincie West-Vlaanderen. Zowel klanten van Eneco als andere geïnteresseerden konden zich vrijblijvend inschrijven voor de levering en installatie van zonnepanelen. Eneco wil met deze actie de drempel om te kiezen voor zonne-energie verlagen.

Joulz Energy Solutions startte in mei de bouw van het 150 kV substation Middenmeer waarbij Joulz de realisatie van A tot Z verzorgt. De werkzaamheden betreffen de volledige engineering, inkoop, bouw, commissioning en oplevering van het hoogspanningsstation. In de aanbestedingsfase is Joulz de strijd aangegaan met internationale concurrentie.

Op het dak van het Kyocera stadion in Den Haag plaatste Eneco 2.900 zonnepanelen en levert zo een bijdrage aan de ambitie van de gemeente Den Haag om de stad klimaatneutraal te maken. Voetbalclub ADO Den Haag zal de circa 600.000 kWh groene stroom afnemen die de installatie op jaarbasis opwekt. Dit is ongeveer 50% van het jaarlijkse stroomverbruik van de voetbalclub. Eneco investeerde in de ontwikkeling, realisatie en het beheer van de installatie. Het is tot nu toe haar grootste zonneproject in eigen beheer.

Met Fujifilm, producent van fotopapier en offsetplaten, sloten we een samenwerkingsovereenkomst om met ingang van 1 januari 2016 het productieproces volledig op windenergie te laten draaien. Fujifilm heeft voor haar bedrijfsvoering jaarlijks zo’n 100 gigawattuur aan elektriciteit nodig, vergelijkbaar met het gemiddelde stroomverbruik van ongeveer 30.000 huishoudens. Sinds 2011 krijgt Fujifilm rechtstreeks groene stroom geleverd van vijf Eneco-windmolens op het eigen terrein in Tilburg, waarmee voorzien wordt in 20 procent van haar elektriciteitsbehoefte. De wens om haar gehele bedrijfsvoering CO2-neutraal te maken, resulteerde in een nieuwe overeenkomst, waarmee de Tilburgse producent sinds begin dit jaar ook alle opgewekte stroom van de vijf windmolens van het bestaande Eneco-windpark Anna Vosdijkpolder in Tholen afneemt.

Investeringen

In 2015 investeerden we € 715 miljoen in de verduurzaming van de energievoorziening. In 2014 waren de investeringen nog hoger (€ 842 miljoen) omdat gebouwd werd aan de grote projecten Leiding over Noord (transport van restwarmte van de Botlek naar Rotterdam om duurzame stadsverwarming te leveren aan bedrijven en huishoudens) en Haringvliet (aanleg 19 kilometer lange hoogspanningsverbinding tussen Voorne-Putten en Goeree Overflakkee). Inmiddels zijn deze bedrijfsmiddelen in gebruik genomen.

In 2015 investeerde Eneco € 260 mln. in de aanleg van windparken, waarvan een aantal grote windparken dit jaar in productie is gegaan. Dit betreft windpark Delfzijl-Noord (62,7 MW, bijna 50.000 huishoudens) dat zijn stroom zal gaan leveren aan het nieuwe datacenter van Google, ons tweede windpark op zee Luchterduinen (129 MW, 150.000 huishoudens, samen met Mitsubishi Corporation), windpark Aarlen Messancy (6MW in bezit Eneco, 3.800 huishoudens) en in Groot-Brittannië Burn of Whilk (22,5 MW, 18.500 huishoudens). Ook wordt hard gewerkt aan de parken Libeccio (België) en Moy (GB) die naar verwachting gedurende 2016 in productie zullen gaan. Verder investeerden we in de verbetering en uitbreiding van warmtenetten (€ 105 mln.), waaronder de overname van warmteproductiefaciliteiten in Utrecht. Ook blijven we investeren in het verbeteren en uitbreiden van de elektriciteits- en gasnetwerken (in totaal € 313 mln.) en is de uitrol van slimme meters in 2015 opgeschaald wat heeft geleid tot 238.000 aanbiedingen (€ 52 mln. investering). Per 1 januari 2015 hebben we afstand gedaan van onze hoogspanningsnetten in Zuid-Holland en Utrecht. Door wettelijke verplichtingen zijn deze verkocht aan landelijk netbeheerder TenneT. Voor netwerk Zuid-Holland is de transactie eind 2014 afgerond, voor netwerk Utrecht zijn de formaliteiten eind 2015 afgehandeld.

Vooruitzichten

Wij hebben vertrouwen in de verdere ontwikkelingen van Eneco Groep. Dat neemt niet weg dat de marktomstandigheden uitdagend zijn en dat zullen ze voorlopig nog blijven. Tegen deze achtergrond spreken wij geen resultaatverwachting uit voor 2016. Omdat naar verwachting al dit jaar het beschikbare innovatiebudget is aangewend, verwachten we in Q2 een nieuw, verhoogd innovatiebudget vast te stellen.

Vorige paragraaf:
Strategie
Volgende paragraaf:
Governance