Toelichting op de geconsolideerde balans

Alle bedragen zijn in miljoenen euro tenzij anders vermeld.

Materiële vaste activa

Grond en bedrijfs- gebouwen

Machines en installaties

Netwerken gereguleerd

Overige bedrijfs- middelen

Activa in aanbouw

Totaal

Aanschafwaarde

Per 1 januari 2014

85

2.576

7.447

193

438

10.739

Investeringen

-

36

439

2

362

839

Acquisities

-

29

-

-

2

31

Desinvesteringen

-

–9

–17

–12

–1

–39

Herclassificatie van / naar activa aangehouden voor verkoop

-

–23

–61

-

-

–84

Herclassificatie overig

5

333

44

–1

–389

–8

Translatieverschillen

-

11

-

-

8

19

Per 31 december 2014

90

2.953

7.852

182

420

11.497

Investeringen

1

37

350

4

314

706

Acquisities

20

27

-

-

-

47

Desinvesteringen

-

–19

–33

–21

-

–73

Herclassificatie van / naar activa aangehouden voor verkoop

-

-

–516

–1

–4

–521

Herclassificatie overig

3

611

–87

–1

–528

–2

Translatieverschillen

-

12

-

-

7

19

Per 31 december 2015

114

3.621

7.566

163

209

11.673

Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen

Per 1 januari 2014

24

958

2.664

112

3

3.761

Jaarafschrijvingen en bijzondere waardemutaties

1

54

217

12

-

284

Acquisities

-

2

-

-

-

2

Desinvesteringen

-

–11

–8

–8

-

–27

Herclassificatie van / naar activa aangehouden voor verkoop

-

–20

–25

-

-

–45

Herclassificatie overig

-

–14

19

–7

–2

–4

Per 31 december 2014

25

969

2.867

109

1

3.971

Jaarafschrijvingen en bijzondere waardemutaties

3

194

223

14

27

461

Desinvesteringen

-

–5

–22

–21

–1

–49

Herclassificatie van / naar activa aangehouden voor verkoop

-

-

–196

–1

-

–197

Herclassificatie overig

1

38

–37

–2

-

-

Per 31 december 2015

29

1.196

2.835

99

27

4.186

Netto boekwaarde

Per 31 december 2014

65

1.984

4.985

73

419

7.526

Per 31 december 2015

85

2.425

4.731

64

182

7.487

Netwerken gereguleerd

De categorie ‘Netwerken gereguleerd’, heeft betrekking op diverse soorten activa van Stedin in het gereguleerde domein zoals het electriciteits- en gasnetwerk, gasaansluitingen en meters die nodig zijn voor het uitvoeren van distributie- en transportactiviteiten voor gas en elektriciteit. De gereguleerde netwerkactiviteiten zijn onderhevig aan regulering door de Energiekamer, een onderdeel van de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

Reële waarde netwerken gereguleerd

De gegevens voor de waarderingsberekeningen voor de gereguleerde netwerken vallen onder ‘niveau 1’ binnen de reële waarde hiërarchie zoals bepaald in IFRS 13 ‘Fair Value Measurement’ (zie toelichting 18 'Afgeleide financiële instrumenten'). In deze waarderingsmodellen wordt gebruik gemaakt van observeerbare marktprijzen, namelijk de door de overheid vastgestelde Gestandaardiseerde Activa Waarde (GAW).

Per 31 december 2015 bedraagt de boekwaarde tegen historische kostprijs van Netwerken gereguleerd € 3.685 mln. (31 december 2014: € 3.884 mln.).

Geactiveerde rente

In het boekjaar is € 18 mln. (2014: € 13 mln.) toerekenbare rente geactiveerd in de materiële vaste activa. De gehanteerde verslaggevingstandaarden vereisen dat deze rente wordt geactiveerd. In 2015 bedraagt het activeringspercentage voor interest 4,8% (2014 : 4,5%).

Activa in aanbouw

De activa in aanbouw betreft voornamelijk in aanbouw zijnde windparken, zowel op land als op zee, en reguliere investeringen in gas- en elektriciteitsnetwerken alsmede warmtenetten. In september  2015 is door de Britse overheid besloten geen vergunning toe te kennen voor de ontwikkeling en bouw van het offshore windpark ‘Navitus Bay’ ten zuiden van Engeland. Als gevolg daarvan heeft het management besloten het volledige bedrag aan geactiveerde ontwikkelingskosten ten laste van het resultaat 2015 te brengen. Deze bijzondere waardevermindering is verwerkt onder ‘Afschrijvingen en bijzondere waardemutaties materiële vaste activa’.

Immateriële vaste activa

Goodwill

Klanten- bestanden

Licenties en software

Concessies, vergunningen en rechten

Ontwikkelings- kosten

Totaal

Aanschafwaarde

Per 1 januari 2014

170

180

90

245

4

689

Investeringen

-

-

2

1

-

3

Acquisities

-

18

-

3

2

23

Inkrimping consolidatiekring

-

-

-

–19

-

–19

Translatieverschillen

1

-

-

1

-

2

Desinvesteringen

-

-

-

-

–1

–1

Herclassificatie overig

-

-

3

-

–2

1

Per 31 december 2014

171

198

95

231

3

698

Investeringen

-

-

7

1

1

9

Translatieverschillen

1

-

-

1

-

2

Desinvesteringen

–10

-

–14

–150

-

–174

Herclassificatie van / naar activa aangehouden voor verkoop

-

-

–1

-

-

–1

Herclassificatie overig

–1

1

1

1

-

2

Per 31 december 2015

161

199

88

84

4

536

Cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen

Per 1 januari 2014

10

89

68

141

4

312

Jaarafschrijvingen en bijzondere waardemutaties

-

14

8

34

-

56

Inkrimping consolidatiekring

-

-

-

–7

-

–7

Desinvesteringen

-

-

-

-

–1

–1

Herclassificatie overig

-

-

-

2

–2

-

Per 31 december 2014

10

103

76

170

1

360

Jaarafschrijvingen en bijzondere waardemutaties

-

20

9

5

-

34

Desinvesteringen

–10

-

–14

–150

-

–174

Herclassificatie van / naar activa aangehouden voor verkoop

-

-

–1

-

-

–1

Herclassificatie overig

-

-

1

1

-

2

Per 31 december 2015

-

123

71

26

1

221

Netto boekwaarde

Per 31 december 2014

161

95

19

61

2

338

Per 31 december 2015

161

76

17

58

3

315

Goodwill

Goodwill is in beginsel toegerekend aan één of meer kasstroomgenererende eenheden (KGE's) die zelfstandig of geaggregeerd een bedrijfssegment vormen. De goodwill per 31 december 2015 bedraagt € 161 mln. (2014: € 161 mln.) en is volledig toe te rekenen aan de groep van KGE’s die het bedrijfssegment Energiebedrijf Eneco vormen. Voor deze goodwill heeft een impairmentanalyse plaatsgevonden waaruit is gebleken dat de realiseerbare waarde (i.c. de bedrijfswaarde / 'value in use') voor deze groep van KGE’s hoger is dan de boekwaarde. Voor het bepalen van deze bedrijfswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: de bedrijfswaarde van de KGE's die samen het bedrijfssegment Energiebedrijf Eneco vormen, is gebaseerd op de verwachte toekomstige kasstromen voor 5 jaren zoals opgenomen in de meerjarenplanning van Eneco, die mede tot stand is gekomen door ervaringscijfers; daarna zijn deze kasstromen geëxtrapoleerd rekening houdend met de verwachte economische levensduur van de (im)materiële vaste activa die onderdeel uitmaken van deze KGE’s en die doorgaans langer is dan deze 5 jaarsperiode; daarbij is een langetermijngroei van 1% gehanteerd. De disconteringsvoeten voor belastingen bedragen 6% - 7% en sluiten aan op de risico’s van de activiteiten van de betreffende KGE’s (in 2014 voor alle KGE’s: 6% - 7%); deze disconteringsvoeten zijn gebaseerd op de methode ‘weighted-average cost of capital’ (‘WACC’) waarbij de gehanteerde parameters zijn afgeleid uit de gegevens van een peer group en marktgegevens. De berekening van de bedrijfswaarde van deze activa is gevoelig voor onder meer de volgende veronderstellingen: de disconteringsvoet, het gehanteerde groeicijfer voor het extrapoleren van kasstromen voorbij de meerjarenplanning van 5 jaar en de gemiddelde levensduur van de activa. Daarbij is de disconteringsvoet de meest gevoelige factor: bij een aanpassing met 0,5%-punt wijzigt de berekende bedrijfswaarde met circa € 0,2 mld, waarbij er nog geen sprake zou zijn van een impairment.

Klantenbestanden

De post klantenbestanden betreft voornamelijk de klantenbestanden van DONG Energy Sales (in 2014 overgenomen), Oxxio (in 2011 overgenomen) en van REMU N.V. (in 2003 overgenomen).

Concessies, vergunningen en rechten

De post concessies, vergunningen en rechten bestaat voornamelijk uit geactiveerde vergunningen die zijn verleend voor bestaande en nog te realiseren windparken in België en het Verenigd Koninkrijk.

Bedrijfscombinaties

Eneco heeft op 2 januari 2015 onder meer een aantal productielocaties voor elektriciteit / stadsverwarming en het bijbehorende warmtetransportnet in Utrecht overgenomen van NUON/Vattenfall. Dit betreft een bedrijfscombinatie waarvoor de regels in IFRS 3 ‘Business Combinations’ van toepassing zijn.

Deze overname heeft plaatsgevonden door alle aandelen en de bijbehorende zeggenschap te verwerven en is in 2015 voldaan in geldmiddelen. De definitieve koopprijs is afhankelijk van verrekening van specifieke posten en is op balansdatum nog niet definitief bekend. De verrekening kan de allocatie van de koopprijs van ca. € 50 mln. aan de - op reële waarde gebaseerde - geïdentificeerde activa en verplichtingen nog in beperkte mate beïnvloeden. De overname is daarom nog als ‘voorlopig’ verwerkt in deze jaarrekening 2015 en past in de strategie van Eneco om de hele warmteketen in één hand te hebben waardoor er efficiënter kan worden geopereerd. Daarnaast krijgt Eneco de mogelijkheid om innovaties op het warmtenet toe te passen. Deze acquisitie versterkt daardoor Eneco’s marktpositie.

Op de overnamedatum zijn de activa en verplichtingen opgenomen tegen de (voorlopige) reële waarde. De activa en verplichtingen bestaan uit ca. € 47 mln. materiële vaste activa, € 7 mln. voorraden en € 4 mln. kortlopende schulden; de acquisitie zal zeer waarschijnlijk niet leiden tot opname van goodwill. De kosten gerelateerd aan de overnametransacties bedragen circa € 0,7 mln. Effectief is de overname per 2 januari 2015 in de geconsolideerde cijfers van Eneco verwerkt. Door de aankoop van dit bedrijf worden de inkoopkosten van energie / warmte verlaagd en nemen de operationele kosten toe. Deze acquisitie levert een positieve bijdrage aan het resultaat na belastingen.

Geassocieerde deelnemingen en joint ventures

Eneco Groep neemt samen met één of meerdere partijen deel in diverse ondernemingen voor gezamenlijk uit te voeren activiteiten in de vorm van een geassocieerde deelnemingen en joint ventures.

De waarde van de geassocieerde deelnemingen en joint ventures1 hebben zich in 2015 als volgt ontwikkeld:

2015

2014

Boekwaarde per 1 januari

58

49

Investering

1

-

Herclassificatie van activa aangehouden voor verkoop

-

–5

Aandeel in het resultaat na belastingen

7

11

Ontvangen dividend

–2

–1

Bijzondere waardevermindering

–1

-

Herclassificatie overig

–2

4

Boekwaarde per 31 december

61

58


  1. 1Dit betreffen niet-materiële joint ventures die voor presentatiedoeleinden zijn samengevoegd met de geassocieerde deelnemingen.

De samenvatting van de financiële gegevens van de geassocieerde deelnemingen en joint ventures is als volgt:

Per 31 december 2015 1

Per 31 december 20141

Vaste activa

17

13

Vlottende activa

171

135

Langlopende verplichtingen

2

1

Kortlopende verplichtingen

117

106

Netto activa (100%)

69

41

Netto activa deel Eneco

39

36

Boekwaarde belang in geassocieerde deelnemingen en joint ventures (incl. betaalde goodwill)

61

58

Opbrengsten (100%)

442

326

Resultaat na belasting (100%)

27

22

Totaal niet-gerealiseerde resultaten (100%)

Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten (100%)

27

22

Totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten deel Eneco

7

11

Resultaat na belasting en totaal gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten deel Eneco

7

11

  1. 1Deze cijfers zijn samengesteld op basis van de meest recente gepubliceerde / beschikbare financiële informatie van deze deelnemingen.

Uitgestelde belastingen

De specificatie van de uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen is als volgt:

Vorderingen

Verplichtingen

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Materiële vaste activa

-

413

419

Immateriële vaste activa

-

15

16

Kasstroomafdekkingen

-

8

– 10

Compensabele verliezen

5

4

– 19

– 15

Te verrekenen stallingsverliezen

-

20

21

Voorzieningen

-

– 6

– 7

Totaal

5

4

431

424

De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen die betrekking hebben op kasstroomafdekkingen worden via het eigen vermogen verwerkt. De regeling ter voorkoming van dubbele belastingheffing leidt voor de stallingsverliezen van vaste inrichtingen in het buitenland tot de gepresenteerde uitgestelde belastingverplichting.

De veranderingen in de uitgestelde belastingen gedurende 2015 zijn als volgt:

Netto-positie per 1 januari 2015

Verwerkt in winst- en verlies-rekening1

Verwerkt in totaal niet-gerealiseerde resultaten

Overige mutaties

Netto-positie per 31 december 2015

Vorderingen

Verplich-tingen

Materiële vaste activa

– 419

6

– 413

1

– 414

Immateriële vaste activa

– 16

1

– 15

1

– 16

Kasstroomafdekkingen

10

– 18

– 8

24

– 32

Compensabele verliezen

19

5

24

24

Te verrekenen stallingsverliezen

– 21

1

– 20

– 20

Voorzieningen

7

– 1

6

6

Uitgestelde belastingverplichtingen (vorderingen) voor saldering

– 420

12

– 18

– 426

56

– 482

Saldering

– 51

51

Totaal

5

– 431

  1. 1Dit bedrag is opgenomen in de ‘Mutatie uitgestelde belastingen’ als onderdeel van ‘Belastingen over het resultaat.’ Zie hiervoor toelichting 10 (Belastingen).

De veranderingen in de uitgestelde belastingen gedurende 2014 zijn als volgt:

Netto-positie per 1 januari 2014

Verwerkt in winst- en verlies- rekening1

Verwerkt in totaal niet-gerealiseerde resultaten

Overige mutaties

Netto-positie per 31 december 2014

Vorderingen

Verplich-tingen

Materiële vaste activa

– 398

– 21

– 419

2

– 421

Immateriële vaste activa

– 24

5

3

– 16

2

– 18

Kasstroomafdekkingen

8

1

1

10

10

Compensabele verliezen

20

– 1

19

4

15

Te verrekenen stallingsverliezen

– 26

5

– 21

– 21

Voorzieningen

12

– 5

7

7

Uitgestelde belastingverplichtingen (vorderingen) voor saldering

– 408

– 17

1

4

– 420

25

– 445

Saldering

– 21

21

Totaal

4

– 424

  1. 1Dit bedrag is opgenomen in de ‘Mutatie uitgestelde belastingen’ als onderdeel van ‘Belastingen over het resultaat.’ Zie hiervoor toelichting 10 (Belastingen).

De specificatie van de vervaltermijnen van verrekenbare tijdelijke verschillen per 31 december 2015 is als volgt:

Vervaltermijnen van verrekenbare verschillen na 31 december 2015

Materiële vaste activa

1 - 50 jr

Immateriële vaste activa

1 - 25 jr

Kasstroomafdekkingen

1 - 30 jr

Compensabele verliezen

1 - 10 jr

Voorzieningen

1 - 10 jr

Voor compensabele (voorvoegings)verliezen ten bedrage van € 105 mln. (2014: € 95 mln.) is geen uitgestelde belastingvordering opgenomen, omdat niet zeker is of voldoende toekomstige fiscale winsten beschikbaar zullen zijn voor de deelnemingen en vaste inrichting, die geen onderdeel vormen van de fiscale eenheid. Volgens de fiscale regelgeving is verrekening van deze verliezen alleen mogelijk met winsten die worden gerealiseerd in de jaren 2016 tot en met 2021 (België is onbeperkt verrekenbaar). Tegenover deze fiscale verliezen staat een stallingsverlies in Nederland ad € 32 mln. (2014: € 32 mln.), waarvoor geen latente belastingverplichting is opgenomen.

Afgeleide financiële instrumenten

De specificatie van de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten is als volgt (totaal overzicht):

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Activa

Passiva

Activa

Passiva

Renteswapcontracten

5

7

Valutaswapcontracten

41

73

9

106

Energiecommoditycontracten

356

226

374

287

CO2-emissierechtencontracten

8

1

9

1

Totaal

405

305

392

401

Classificatie

Vlottend / kortlopend

221

164

248

225

Vast / langlopend

184

141

144

176

Totaal

405

305

392

401

De specificatie van de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten waarvan de waardemutaties zijn verwerkt in het resultaat is als volgt:

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Activa

Passiva

Activa

Passiva

Valutaswapcontracten

Energiecommoditycontracten

222

222

279

273

CO2-emissierechtencontracten

8

1

9

1

Totaal

230

223

288

274

Classificatie

Vlottend / kortlopend

165

160

224

212

Vast / langlopend

65

63

64

62

Totaal

230

223

288

274

De specificatie van de reële waarde van afgeleide financiële instrumenten waarvan de waardemutaties zijn verwerkt in het eigen vermogen via de reserve kasstroomafdekkingen is als volgt:

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Activa

Passiva

Activa

Passiva

Renteswapcontracten

5

7

Valutaswapcontracten

41

73

9

106

Energiecommoditycontracten

134

4

95

14

Totaal

175

82

104

127

Classificatie

Vlottend / kortlopend

56

4

24

13

Vast / langlopend

119

78

80

114

Totaal

175

82

104

127

Deze instrumenten worden gebruikt in kasstroomhedge afdekkingstransacties om rente-, valuta en energieprijsrisico’s af te dekken.

Voor de waarderingsmethodiek van financiële instrumenten wordt de volgende hiërarchie gehanteerd:

Niveau 1

Onder niveau 1 worden financiële instrumenten verantwoord waarvan de reële waarde is gebaseerd op niet aangepaste marktprijzen van gelijke instrumenten in actieve markten.

Niveau 2

Onder niveau 2 worden financiële instrumenten verantwoord met een reële waarde gebaseerd op marktprijzen of prijsopgaven aangevuld met andere beschikbare informatie. Bij de waarderingsmethodiek wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van observeerbare marktprijzen. De waardering van niveau 2 energiecommoditycontracten is gebaseerd op marktprijzen of prijsopgaven voor liquide perioden voor onderliggende waarden als elektriciteit, gas ('title transfer facility'), olie-gerelateerde prijzen en emissierechten. Andere contracten worden gewaardeerd middels afstemming met de tegenpartij, in deze afstemmingen worden observeerbare forwardcurves van rente en valuta gehanteerd.

Niveau 3

Onder niveau 3 worden financiële instrumenten verantwoord die zijn gewaardeerd op basis van berekeningen waarin één of meer significante inputfactoren niet zijn gebaseerd op objectieve marktdata.

De hiërarchie van de op reële waarde gewaardeerde afgeleide financiële instrumenten is als volgt:

31 december 2015

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Activa

Energiecommoditycontracten

69

295

364

Rente- en valutaswapcontracten

41

41

69

336

405

Passiva

Energiecommoditycontracten

227

227

Rente- en valutaswapcontracten

78

78

305

305

31 december 2014

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

Totaal

Activa

Energiecommoditycontracten

59

324

383

Rente- en valutaswapcontracten

1

8

9

60

332

392

Passiva

Energiecommoditycontracten

1

287

288

Rente- en valutaswapcontracten

113

113

1

400

401

In toelichting 24 is het verloopoverzicht van de reserve kasstroomafdekking opgenomen.

De kasstroomafdekkingsinstrumenten betreffen afgeleide financiële instrumenten die netto tussen partijen worden afgerekend. De specificatie van de perioden waarin de kasstromen van de kasstroomafdekkingen naar verwachting zullen worden gerealiseerd is als volgt:

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Verwachte kasstroom

Binnen 1 jaar

132

64

Van 1 tot 5 jaar

203

298

Na 5 jaar

– 99

– 61

Totaal

236

301

Het totaal van de kasstroomafdekkingen dat in de toekomst in het resultaat wordt verwerkt is onder aftrek van belastingen opgenomen in de reserve kasstroomafdekkingen. De specificatie van de perioden waarin de resultaten van de kasstroomafdekkingen naar verwachting zullen worden gerealiseerd is als volgt:

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Verwachte verwerking in het resultaat na belastingen

Binnen 1 jaar

28

– 1

Van 1 tot 5 jaar

27

19

Na 5 jaar

– 36

– 53

Totaal

19

– 35

Overige financiële vaste activa

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Overige kapitaalbelangen

1

-

Vorderingen op verbonden partijen

7

10

Overige vorderingen

34

52

Totaal

42

62

Activa / passiva aangehouden voor verkoop

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Gebouwen

7

6

Af te stoten activa

318

115

Totaal activa

325

121

Af te stoten passiva

18

1

Totaal passiva

18

1

Totaal aangehouden voor verkoop

307

120

In het bedrag per 1 januari 2015 was onroerend goed opgenomen dat per 30 december 2015 is verkocht. Na renovatie zal dit pand worden teruggehuurd voor een initiële periode van 15 jaar.

Op 1 januari 2015 heeft de economische eigendomsoverdracht plaatsgevonden aan TenneT van de hoogspanningsnetten in Utrecht (bedrijfssegment Stedin). Per 17 november 2015 is de juridische eigendom overgegaan en heeft de financiële afwikkeling plaatsgevonden (€ 43 mln.). Op deze transactie is een beperkte boekwinst behaald.

De activa aangehouden voor verkoop (en de daarmee samenhangende verplichtingen) heeft ultimo 2015 enerzijds betrekking op de verwachte verkoop van een deel van de gas- en elektriciteitsnetten van het Segment Stedin en anderzijds op de verwachte verkoop van de helft van onze 50%-deelneming in het te ontwikkelen Belgische offshore windpark Norther (joint operation) van het Segment Energiebedrijf Eneco.

De gas- en elektriciteitsnetten gelegen in de regio’s Noordoost Friesland, Amstelland, Kennemerland en Midden Limburg bestaan voornamelijk uit materiële vaste activa. Onder IFRS dienen activa aangehouden voor verkoop te worden gewaardeerd tegen de laagste van de boekwaarde of opbrengstwaarde verminderd met verkoopkosten. De boekwaarde van deze netten per 31 december 2015 bedraagt  € 319 mln. Er zijn geen indicatoren voor een bijzondere waardevermindering geïdentificeerd. Voor deze materiële vaste activa is € 39 mln. opgenomen in de herwaarderingsreserve, als onderdeel van het eigen vermogen. Naar verwachting zal de verkoop eind 2016 plaatsvinden.

De activa van Norther bestaan hoofdzakelijk uit geactiveerde ontwikkelingskosten voor de bouw van het windpark. In januari 2016 is voorlopige overeenstemming bereikt met een potentiële investeerder die de helft van onze deelneming zal kopen. Verwachting is dat deze voorgenomen transactie in 2016 wordt geëffectueerd. De hiermee samenhangende activa en passiva zijn tegen boekwaarde opgenomen in de balans.

Handelsdebiteuren

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Energiedebiteuren

595

765

Overige handelsdebiteuren

99

83

Af: waardeverminderingen

– 90

– 101

Totaal

604

747

De specificatie van de uitstaande vorderingen naar ouderdom is als volgt:

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Voor vervaldatum

445

584

Na vervaldatum

- tot 3 maanden

88

108

- 3 tot 6 maanden

20

26

- 6 tot 12 maanden

43

42

- meer dan 12 maanden

98

88

Nominale waarde

694

848

Af: waardeverminderingen

– 90

– 101

Totaal

604

747

De specificatie van de afgewaardeerde debiteurenvorderingen naar ouderdom is als volgt:

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Voor vervaldatum

3

3

Na vervaldatum

- tot 3 maanden

5

10

- 3 tot 6 maanden

6

10

- 6 tot 12 maanden

17

20

- meer dan 12 maanden

59

58

Totaal

90

101

Het verloop van de waardeverminderingen van de debiteuren is als volgt:

2015

2014

Per 1 januari

101

115

Toevoegingen via het resultaat

16

26

Onttrekkingen

– 26

– 32

Vrijval

-

– 8

Overige mutaties

– 1

Per 31 december

90

101

Vanwege het kortlopende karakter van de post handelsdebiteuren is de boekwaarde gelijk aan de reële waarde.

Overige vorderingen

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Overlopende activa

121

100

Zekerheidsstellingen aan handelspartijen (margin calls)

25

-

Overige vorderingen1

50

64

Totaal 1

196

164

  1. 1Gegevens 2014 i.v.m. een reclassificatie van onderhanden projecten voor vergelijkingsdoeleinden aangepast.

Vanwege het kortlopende karakter van de post overige vorderingen is de boekwaarde gelijk aan de reële waarde.

Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit kas- en banksaldi en deposito’s en bedragen per 31 december 2015 € 367 mln. (2014: € 606 mln.). Hiervan bedragen de niet direct opvraagbare deposito’s en geblokkeerde rekeningen op 31 december 2015 € 50 mln. (2014: € 43 mln.). Deze laatste categorie middelen staan niet ter vrije beschikking van Eneco.

Groepsvermogen

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Aandelenkapitaal

497

497

Agioreserve

381

381

Herwaarderingsreserve

779

821

Reserve translatieverschillen

45

23

Reserve kasstroomafdekkingen

19

– 35

Ingehouden resultaten

2.928

2.791

Onverdeeld resultaat boekjaar

196

205

Eigen vermogen toe te rekenen aan aandeelhouders Eneco Holding N.V.

4.845

4.683

Achtergestelde eeuwigdurende obligatielening

501

501

Minderheidsbelangen

4

4

Groepsvermogen Eneco

5.350

5.188

Aandelenkapitaal

Het maatschappelijk kapitaal van Eneco Holding N.V. bedraagt € 2 mld., verdeeld in 20 miljoen aandelen met een nominale waarde van elk € 100,-. Per 31 december 2015 zijn 4.970.978 aandelen geplaatst en volgestort. In 2015 is hierin geen wijziging opgetreden. Eneco Holding N.V. heeft alleen gewone aandelen uitstaan.

Agioreserve

Eneco Holding N.V. is ontstaan in 2000. De toenmalige aandeelhouders van N.V. Eneco hebben een kapitaalbelang in de vennootschap verkregen door hun kapitaalbelang in N.V. Eneco in te brengen in Eneco Holding N.V. Voor zover de waarde van dat kapitaalbelang de nominale waarde van de aandelen van Eneco Holding N.V. oversteeg is dit meerdere opgenomen als agioreserve. Deze reserve is te beschouwen als gestort kapitaal.

Herwaarderingsreserve

De herwaarderingsreserve heeft betrekking op de waardering van netwerken en netwerkgerelateerde activa op basis van de reële waarde. Het verschil tussen de afschrijvingen op basis van de geherwaardeerde boekwaarde en de afschrijvingen op basis van de oorspronkelijke historische kostprijs is, gecorrigeerd voor uitgestelde belastingen, overgeboekt van de herwaarderingsreserve naar de reserve ingehouden resultaten. De herwaarderingsreserve staat niet ter vrije beschikking van de aandeelhouders.

Reserve translatieverschillen

De activa en passiva van de buitenlandse groepsmaatschappijen in vreemde valuta alsmede de op de financiering van deze dochterondernemingen betrekking hebbende langlopende leningen in vreemde valuta worden, rekening houdend met be­lastingen, per balansdatum omgerekend tegen de eindkoers in euro’s. De hieruit voortvloeiende koersverschillen worden in de translatiereserve binnen het eigen vermogen verwerkt. Daarnaast worden, als gevolg van het toepassen van ‘net investment hedge accounting’ vanaf april 2015 de koersverschillen van de daaraan toegewezen financiële instrumenten met tegengesteld effect eveneens in deze translatiereserve verwerkt. De resultaten van de buitenlandse groepsmaatschappijen worden tegen gemiddelde koersen omgerekend in euro’s. Het verschil tussen de nettowinst op basis van de gemiddelde koer­sen en de nettowinst op basis van de koersen per balansdatum wordt verwerkt in de translatiereserve binnen het eigen vermogen. Bij afstoting of vermindering van een investering in een buitenlandse activiteit worden de cumulatieve koersverschillen die verband houden met die activiteit opgenomen als resultaat in de winst- en verliesrekening. De translatiereserve staat niet ter vrije beschikking van de aandeelhouders.

Reserve kasstroomafdekkingen

In de reserve kasstroomafdekkingen worden veranderingen verwerkt van de reële waarde van het effectieve deel van afgeleide financiële instrumenten die zijn aangewezen voor kasstroomafdekking waarvan de afdekkingstransactie nog niet is afgewikkeld. Eneco voldoet hierbij aan de voorwaarden van cashflow hedge accounting. Deze afdekkingsinstrumenten bestaan vooral uit forward- en swapcontracten die met andere marktpartijen zijn afgesloten om de marktprijsrisico’s af te dekken van de inkoop en verkoop van energiecommoditycontracten. Daarnaast is onder deze reserve het effectieve deel van de afdekking met rente- en valutaswapcontracten opgenomen. De reserve kasstroomafdekkingen staat niet ter vrije beschikking van de aandeelhouders.

Onderstaand is het verloopoverzicht van de reserve kasstroomafdekkingen opgenomen:

Energie- commodities

Renteswap-contracten

Valutaswap-contracten

Totaal

Per 1 januari 2014

41

– 5

– 68

– 32

Nieuw gedefinieerde kasstroomafdekkingen in boekjaar

55

55

Mutatie reële waarde kasstroomafdekkingen

24

– 30

– 6

Uitgestelde belastingverplichtingen

– 7

8

1

Ineffectief deel van kasstroomafdekkingen

– 6

– 6

Beëindigde kasstroomafdekkingen

– 47

– 47

Per 31 december 2014

60

– 5

– 90

– 35

Nieuw gedefinieerde kasstroomafdekkingen in boekjaar

26

– 1

25

Mutatie reële waarde kasstroomafdekkingen

39

2

25

66

Uitgestelde belastingverplichtingen

– 11

– 1

– 6

– 18

Ineffectief deel van kasstroomafdekkingen

– 6

– 6

Beëindigde kasstroomafdekkingen

– 12

– 1

– 13

Per 31 december 2015

96

– 4

– 73

19

Achtergestelde eeuwigdurende obligatielening

Op 1 december 2014 heeft Eneco een achtergestelde eeuwigdurende obligatielening (‘Perpetual Fixed Rate Reset Securities’) uitgegeven voor een bedrag van nominaal € 500 miljoen met een couponrente van 3,25% en een uitgiftekoers van 99,232%, resulterend in een ontvangen bedrag van € 496 miljoen. Hierop zijn rechtstreeks toerekenbare kosten van € 3 miljoen in mindering gebracht, zodat in 2014 € 493 miljoen is toegevoegd aan het groepsvermogen. De obligaties zijn genoteerd aan de Euro MTF Market van de beurs van Luxemburg.

Deze achtergestelde eeuwigdurende obligatielening wordt aangemerkt als eigen vermogen en is achtergesteld ten opzichte van alle schuldeisers van Eneco Groep, maar heeft bepaalde preferenties ten opzichte van de aandeelhouders in geval van liquidatie van de onderneming. Eneco heeft geen contractuele verplichting tot terugbetaling van de lening. Eventuele betaling van de (achterstallige) couponrente is conditioneel en afhankelijk van uitkeringen aan aandeelhouders. Als gevolg hiervan kunnen de houders van deze obligatielening Eneco niet verplichten tot betaling van de couponrente en tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de lening.

Minderheidsbelangen

Dit betreft het aandeel van derden in het eigen vermogen van dochterondernemingen, waarvan Eneco Holding N.V. niet alle aandelen bezit.

Personeelsvoorzieningen

Diensttijd gebonden uitkeringen

Overige

Totaal

Per 1 januari 2014

29

2

31

Dotaties

5

5

Onttrekkingen

– 1

– 1

Per 31 december 2014

34

1

35

Dotaties

1

7

8

Onttrekkingen

– 1

– 3

– 4

Herclassificatie

3

3

Per 31 december 2015

34

8

42

Classificatie

Kortlopend

2

6

8

Langlopend

32

2

34

Per 31 december 2015

34

8

42

Diensttijd gebonden uitkeringen

Deze voorziening dekt de verplichting voor het uitkeren van bedragen bij het bereiken van een bepaald aantal jaren dienstverband en de pensionering van medewerkers.

De voorzieningen zijn actuarieel bepaald op basis van de volgende uitgangspunten:

2015

2014

Disconteringsvoet per 31 december

1,8%

1,8%

Toekomstige salarisstijgingen

1,0% - 1,9%

1,0%

Sterftetabel

GBM & GBV 2005-2010

GBM & GBV 2005-2010

De uitgaven van de personeelsvoorzieningen vinden over een langere periode plaats. De voorziening wordt jaarlijks herrekend op basis van actuele personeelsgegevens en geeft de adequate weergave van de verwachte kasstromen.

Overige personeelsvoorzieningen

Onder de overige personeelsvoorzieningen zijn de verplichtingen opgenomen voor uitkeringen als gevolg van loondoorbetaling bij ziekte en uitkeringen bij werkloosheid, omdat Eneco eigenrisicodrager is voor de Werkloosheidswet (WW). Gezien het overwegend kortlopende karakter zijn deze voorzieningen tegen nominale waarde opgenomen.

Overige voorzieningen

Amoverings- voorziening

Verlieslatende contracten

Reorganisatie

Overige

Totaal

Per 1 januari 2014

55

26

23

19

123

Dotaties

8

1

20

6

35

Onttrekkingen

– 1

– 15

– 13

– 4

– 33

Vrijval

– 7

– 1

– 3

– 11

Herclassificatie

1

1

2

Per 31 december 2014

62

5

30

19

116

Dotaties

13

6

2

21

Onttrekkingen

– 5

– 20

– 3

– 28

Vrijval

– 8

– 8

– 3

– 19

Herclassificatie

– 3

– 3

Per 31 december 2015

67

8

12

87

Classificatie

Kortlopend

5

5

Langlopend

67

3

12

82

Per 31 december 2015

67

8

12

87

De voorzieningen zijn in 2015 opgerent met percentages in een range van 2,5% - 4,8% (2014: 4,5%). Gezien het doorgaans kortlopende karakter is de reorganisatievoorziening niet opgerent.

Amoveringsvoorziening

De amoveringsvoorziening heeft een langlopend karakter. De kasstromen zullen over het algemeen na tien jaar en binnen twintig jaar plaatsvinden. De bedragen vormen de beste schatting en worden jaarlijks beoordeeld voor de verwachte toekomstige kostenontwikkelingen voor het verwijderen van activa.

Reorganisatievoorziening

In 2015 is een bedrag van € 6 mln. (2014: € 20 mln.) gedoteerd aan de reorganisatievoorziening dat voornamelijk betrekking heeft op de afwikkeling van een herstructurering uit eerdere jaren inzake het voormalige Joulz en op een herstructurering van de stafafdelingen binnen het Energiebedrijf Eneco

Overige voorzieningen

De uitgaven van de overige voorzieningen zullen naar verwachting over een langere periode plaatsvinden. De uitgaven voor deze voorzieningen zijn moeilijk in te schatten. De huidige bedragen vormen de beste inschatting op balansdatum.

Rentedragende schulden

De rentedragende schulden zijn als volgt te specificeren:

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Onderhandse leningen

1.625

1.661

Groenleningen

101

103

Non-recourse/achtergestelde leningen

117

136

Totaal

1.843

1.900

Voor de specificatie van de perioden waarin de aflossingen zullen plaatsvinden wordt verwezen naar toelichting 32.

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Classificatie

Kortlopend

54

115

Langlopend

1.789

1.785

Totaal

1.843

1.900

Voor de rentedragende schulden inzake de financiering van windparken hebben bepaalde zekerheidstellingen plaatsgevonden voor een bedrag van € 119 mln. (2014: € 178 mln.) in de vorm van het recht van hypotheek op windparken, pandrechten op de aandelen van de juridische entiteiten, pandrechten op energie-afnamecontracten of subsidies voor de bouw van windparken. Voor de overige rentedragende schulden hebben geen zekerheidstellingen plaatsgevonden.

De onderhandse leningen zijn in overwegende mate verkregen van institutionele beleggers en banken. De onderhandse leningen omvatten tevens voor een bedrag van € 338 mln. in US dollars (2014: € 305 mln.), € 153 mln. in Japanse yens (2014: € 138 mln.) en € 102 mln. in Britse ponden (2014: € 96 mln.). De groenleningen betreffen leningen voor financiering van specifieke investeringen in duurzame energie-infrastructuur. Vanwege de belastingvoordelen die beleggers in deze groenleningen genieten, ligt de verschuldigde rente onder de marktrente.

Een overzicht van de kredietfaciliteiten is opgenomen in toelichting 32.

Aflossingsverplichtingen voor het eerste jaar na balansdatum worden opgenomen onder de kortlopende schulden.

Voor een bedrag van € 1.726 mln. (2014: € 1.694 mln.) zijn de leningen vastrentend (reële waarde risico). Voor de overige leningen gelden variabele rentepercentages die de ontwikkeling van de marktrente (kasstroom-renterisico) volgen. Voor deze variabele rentepercentages wordt deels gebruik gemaakt van afgeleide financiële instrumenten (renteswapcontracten).

De gemiddelde rentelast (exclusief de geactiveerde rente) en de reële waarde van de leningen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

2015

2014

Gemiddelde rentelast (excl. kasgeldleningen)

4,9%

5,2%

Gemiddelde rentelast (totaal rentedragende schulden)

4,8%

4,5%

Reële waarde van de leningen

2.083

2.190

De gemiddelde rentelast is in 2015 berekend als het gewogen gemiddelde van de maandelijkse rentelasten die direct zijn gerelateerd aan de rentedragende schulden, exclusief de overige financieringslasten.

De reële waarde van de leningen is benaderd door middel van de contante waarde methode (volgens de zgn. ‘inkomstenbenadering’). Hierbij is uitgegaan van relevante marktrentetarieven voor vergelijkbare schulden. Daarmee vallen de gegevens voor deze waarderingsberekening onder ‘niveau 2’ binnen de reële waarde hiërarchie.

Handelscrediteuren en overige schulden

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Handelscrediteuren

712

863

Overlopende passiva 1

348

454

Pensioenpremies

4

5

Overige schulden

674

659

Totaal 1

1.738

1.981

Classificatie

Kortlopend 1

1.300

1.562

Langlopend

438

419

Totaal 1

1.738

1.981

  1. 1Gegevens 2014 i.v.m. een reclassificatie van onderhanden projecten voor vergelijkingsdoeleinden aangepast.

Gezien het karakter van de post handelscrediteuren en overige schulden is de boekwaarde gelijk aan de reële waarde.

Operationele leases

Kosten en verplichtingen van operationele leases

Eneco heeft operationele lease-overeenkomsten afgesloten voor ICT-voorzieningen en het wagenpark. Daarnaast zijn huurovereenkomsten gesloten voor een aantal terreinen en bedrijfspanden. In het resultaat is hiervoor een last opgenomen van € 54 mln. (2014: € 55 mln.).

De minimale verplichtingen van deze overeenkomsten vervallen als volgt:

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Binnen 1 jaar

54

54

Van 1 tot 5 jaar

176

159

Na 5 jaar

208

167

Totaal

438

380

Opbrengsten van operationele leases

Verbruikstoestellen en energie-installaties worden verhuurd voor perioden van 5 tot 15 jaar, waarbij de betreffende activa eigendom van Eneco blijven. De verhuur omvat de terbeschikkingstelling aan gebruikers inclusief het onderhoud. De verhuuropbrengsten die in het resultaat zijn verwerkt bedragen € 30 mln. (2014: € 28 mln.).

De minimale vorderingen uit hoofde van niet-opzegbare huurovereenkomsten vervallen als volgt:

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Binnen 1 jaar

27

31

Van 1 tot 5 jaar

91

90

Na 5 jaar

68

60

Totaal

186

181

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

De niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen, met uitzondering van de garanties, worden gewaardeerd tegen contante waarde. De contante waarde wordt berekend met een disconteringsvoet waarin de actuele marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld tot uitdrukking komt. 

Inkoop- en verkoopverplichtingen energie

Eneco heeft inkoopverplichtingen voor energie ter grootte van € 5,9 mld. (2014: € 7,4 mld.). Deze inkoopcontracten hebben betrekking op 2016 en latere jaren. De inkoopverplichtingen omvatten energiecontracten voor eigen gebruik ('own use') met verschillende energieproducenten. Daartegenover staan reeds afgesloten verkoopverplichtingen, met name voor de zakelijke markt, die betrekking hebben op 2016 en latere jaren ter grootte van € 2,6 mld. (2014: € 3,0 mld.).

Voor de inkoop van warmte zijn verplichtingen ter grootte van € 0,8 mld. (2014: € 0,7 mld.) aangegaan tot en met 2043. De jaarlijkse verkoopverplichting, voor onbepaalde tijd, van warmte bedraagt € 0,3 mld. (2014: 0,3 mld.).

Investeringsverplichtingen

Ultimo 2015 is Eneco investeringsverplichtingen aangegaan voor een totaalbedrag van € 0,2 mld. (2014: € 0,3 mld.).

Overige (voorwaardelijke) verplichtingen

Ultimo 2015 bedragen de overige contractuele verplichtingen € 0,5 mld. (2014: € 0,8 mld.). Hieronder zijn voornamelijk onderhoudscontracten opgenomen.

Garanties

Eneco heeft aan derden concern- en bankgaranties verstrekt ter grootte van € 0,4 mld. (2014: € 0,2 mld.), hiervan is € 0,3 mld. (2014: 0,2 mld.) door Eneco Holding N.V. afgegeven. De resterende concerngaranties zijn verstrekt door dochtermaatschappijen van Eneco Holding N.V. waarvoor een 403-verklaring is afgegeven.

Fiscale eenheid

Eneco heeft een fiscale eenheid gevormd voor de vennootschapsbelasting en een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. Eneco Holding N.V. en de dochters die deel uitmaken van een fiscale eenheid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschuld. Stedin Netbeheer B.V. en haar dochters vormen een aparte fiscale eenheid voor de omzetbelasting.

Cashpool

Uit hoofde van de deelname in de cashpool van de Groep is Eneco Holding N.V. hoofdelijk aansprakelijk, tezamen met andere deelnemers, voor de tekorten in de cashpool als geheel.

Juridische procedures

Eneco Groep is betrokken bij een aantal juridische en regulatorische claims en procedures die verband houden met de bedrijfsactiviteiten, ofwel als eiser ofwel als gedaagde. Het management zorgt ervoor dat deze zaken goed behartigd worden. Bij sommige van deze zaken kunnen bedragen worden geëist die significant zijn voor de geconsolideerde jaarrekening. Aansprakelijkheden en voorwaardelijke verplichtingen in relatie tot deze claims en procedures worden periodiek beoordeeld op basis van de meest recente beschikbare informatie. Hierbij wordt regelmatig gebruik gemaakt van de adviezen van juristen en andere specialisten. Een voorziening wordt alleen getroffen als een negatieve uitkomst van de procedure ‘waarschijnlijk’ (‘probable’) wordt geacht en het bedrag van het verwachte verlies redelijkerwijs kan worden ingeschat. De daadwerkelijke uitkomst van een claim of procedure kan anders zijn dan de eerder ingeschatte aansprakelijkheid, en als gevolg daarvan een materieel negatief effect hebben op de financiële prestaties en positie van de Groep.

Splitsingsuitspraak Hoge Raad

Binnen de Eneco Groep bevinden zich zowel vennootschappen die zich toeleggen op het beheer van elektriciteits- en gasnetwerken als vennootschappen die zich toeleggen op de productie en levering van en de handel in elektriciteit en gas. Dit is op grond van de wettelijke bepalingen over het zogeheten groepsverbod (ook wel gedwongen splitsing genoemd) niet toegestaan.

De Hoge Raad heeft op 26 juni 2015 arrest gewezen over de gedwongen splitsing van Nederlandse geïntegreerde energiebedrijven. De Hoge Raad oordeelde dat de wetsartikelen die gaan over het verplichte groepsverbod en zijn opgenomen in de Elektriciteits- en Gaswet, ook wel genoemd Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON), niet in strijd zijn met het vrije verkeer van kapitaal en de vrijheid van vestiging, zoals opgenomen in het (Europese) Unierecht. Voor een uitspraak of gedwongen splitsing in strijd is met recht op eigendom (artikel 1 Eerste Protocol van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM)), waar Eneco (en Delta) ook een beroep op doen, heeft de Hoge Raad de zaak ter verdere behandeling naar het Gerechtshof van Amsterdam verwezen. Dit Hof moet dan toetsen of het groepsverbod in strijd is met het genoemde artikel uit het Eerste Protocol. Deze verwijzingsprocedure is in 2015 bij het Hof Amsterdam aanhangig gemaakt. Het is niet bekend wanneer het Gerechtshof Amsterdam hierin uitspraak zal doen.

Hangende deze juridische procedure duurt derhalve de onzekerheid voort omtrent de vraag of het groepsverbod uiteindelijk rechtsgeldig is.

Inmiddels heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) een zogenaamd handhavingsbesluit genomen ten gevolge waarvan Eneco Holding N.V. uiterlijk 31 januari 2017 moet zijn gesplitst. Dit op straffe van een dwangsom van € 4,5 mln per week, met een maximum van € 90 mln. Op 13 januari 2016 diende Eneco Holding N.V. een bezwaarschrift in tegen dit handhavingsbesluit. De uitkomst van deze bezwarenprocedure is niet bekend.

Eneco Holding N.V. bereidt tegelijkertijd de indiening van een splitsingsplan voor, dat zij de eerste helft van 2016 bij ACM zal indienen. Ondanks het voortzetten van haar verzet tegen gedwongen splitsing, is zij noodgedwongen gestart met het treffen van voorbereidingen voor een effectuering van een splitsing teneinde aan het handhavingsbesluit van ACM te kunnen voldoen.

Transacties met verbonden partijen

Aan Eneco verbonden partijen zijn de geassocieerde deelnemingen, joint ventures en tevens haar bestuurders en commissarissen. Aandeelhouders van Eneco met invloed van betekenis zijn ook verbonden partijen.

De verkopen aan en inkopen van verbonden partijen hebben plaatsgevonden volgens voorwaarden die in het normale economische verkeer met derden gebruikelijk zijn. De vorderingen en schulden zijn niet zeker gesteld en zullen door bankbetalingen worden verrekend.

De specificatie van de handelstransacties met de belangrijkste verbonden partijen is als volgt:

Verkopen

Inkopen

2015

2014

2015

2014

Geassocieerde deelnemingen

125

144

17

22

Joint ventures

4

2

Vorderingen

Schulden

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Per 31 december 2015

Per 31 december 2014

Geassocieerde deelnemingen

14

15

3

3

Joint ventures

2

1

1

6

Voor de bezoldiging van de bestuurders en commissarissen wordt verwezen naar toelichting 6.

Tussen bestuurders en commissarissen bestaat verder geen andere relatie met Eneco dan die van klant en leverancier op basis van algemeen gebruikelijke leveringsvoorwaarden onder marktconforme voorwaarden. Eneco past de vrijstelling toe om transacties met verbonden overheidsinstellingen niet toe te lichten. De Gemeente Rotterdam heeft invloed van betekenis. Naast de aandeelhoudersrelatie bestaat geen andere relatie dan die van klant en leverancier op basis van algemeen gebruikelijke leveringsvoorwaarden onder marktconforme voorwaarden.

Beheersing van financiële risico's

In het kader van de normale bedrijfsvoering wordt kredietrisico, (commodity-)marktrisico, renterisico en liquiditeitsrisico gelopen. Het beleid is erop gericht de negatieve gevolgen van onvoorziene omstandigheden op de financiële resultaten te minimaliseren. De doelstellingen die hiervoor zijn geformuleerd, zijn afgeleid van de strategische doelstellingen. Op basis van deze doelstellingen zijn procedures en richtlijnen opgesteld die ten minste eenmaal per jaar worden geëvalueerd en indien nodig aangepast.

De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de risicobeheersing. In dit kader worden door haar de procedures en richtlijnen vastgesteld en ziet zij toe op de naleving. De bevoegdheden om namens Eneco verbintenissen aan te gaan zijn vastgelegd in het Corporate Authority Manual. Daarnaast zijn voor alle business units mandaten opgesteld die de benoemde risico’s beheersen zoals bijvoorbeeld bij het commodityrisico (elektriciteit, gas, warmte, emissierechten en brandstoffen) voor de inkoop- en handelsafdeling van Eneco en de verkoopkanalen van Eneco.

De Raad van Bestuur bespreekt periodiek met het (business unit-)management de ontwikkeling van de resultaten, kengetallen zoals de ontwikkeling van het werkkapitaal en de handelspositie, de belangrijkste risico’s (en eventuele concentratie van bepaalde risico’s) en de maatregelen om deze risico’s te beheersen. Op basis van belangrijke geïdentificeerde risico’s worden stress tests ontwikkeld en toegepast op de financiële meerjarenplanning. Hiermee wordt de impact van risico’s op de bedrijfsvoering inzichtelijk gemaakt. Elk jaar legt het (business unit-)management verantwoording af aan de Raad van Bestuur middels een ‘in control statement’.

Een intern Audit & Risk Committee, een Commodity Risk Committee en een Investment Risk Committee zien toe op de formulering en toepassing van het risicobeleid en adviseert de Raad van Bestuur hierover.

Door bespreking van strategische plannen, budgetten, kritische performance indicatoren, prognoses, resultaten en het risicobeleid houden de commissarissen toezicht op de gang van zaken en de beheersing van risico’s.

Kredietrisico

Kredietrisico is het risico dat een verlies ontstaat omdat de tegenpartij of de garantiesteller van de tegenpartij niet aan haar contractuele verplichtingen kan of zal voldoen. Voor de beheersing van dit risico wordt onderscheid gemaakt tussen debiteurenrisico en tegenpartijrisico (counterparty risico).

Debiteurenrisico

Debiteurenrisico is het risico dat een debiteur een vordering niet zal voldoen. De meeste vorderingen zijn van beperkte omvang en verdeeld over een zeer groot aantal debiteuren. Concentratie van risico is daarom niet aan de orde.

Het beleid is erop gericht om aan klanten geen andere kredieten te verstrekken dan normale leverancierskredieten zoals vastgelegd in de van toepassing zijnde leveringsvoorwaarden. Daarnaast is op decentraal niveau in de organisatie beleid geformuleerd. De effectiviteit van dat beleid wordt centraal gemonitord en zo nodig bijgestuurd.

Maatregelen die worden toegepast om het debiteurenrisico te beperken zijn:

  • Een actief incassobeleid.
  • Het gebruik van kredietlimieten, bankgaranties en/of margining (cash collateral) voor zakelijke partijen.
  • De inzet van incassobureaus en differentiatie in incassomethoden voor actuele en historische klanten.

De waarde van een vordering wordt volgens een voorgeschreven procedure aangepast. Deze is gebaseerd op de tijd dat de vordering openstaat en de kans dat deze niet volledig wordt voldaan. Voor de zakelijke klanten wordt dit aangevuld met een individuele beoordeling.

Tegenpartijrisico

Tegenpartijrisico is het risico dat een handelspartner niet aan haar leverings- of betalingsverplichtingen kan of zal voldoen. Dit risico heeft voornamelijk betrekking op de handel in energiecommodities, emissierechten en rente- en valuta- afdekkingstransacties. De basis voor de beheersing van dit risico is vastgelegd in het ‘Counterparty Mandaat’ (onderdeel van het commodity mandaat Eneco Energy Trade) en het ‘Treasury Statuut’, dat door de Raad van Bestuur is vastgesteld.

De omvang van het tegenpartijrisico wordt voornamelijk bepaald door de vervangingswaarde van de toekomstige leveringen en de geleverde commodity die nog niet betaald is. De vervangingswaarde wordt per tegenpartij dagelijks berekend op basis van de actuele marktprijzen voor toekomstige leveringen. De risicopositie wordt afgemeten aan de risicotolerantie. Deze tolerantie wordt per contractpartij vastgesteld op basis van een beoordeling van de kredietwaardigheid van die tegenpartij volgens een openbare of interne rating en/of andere beoordelingsmethodieken.

Het tegenpartijrisico wordt beperkt door:

  • Stellen van een bepaalde financiële limietruimte gebaseerd op financiële sterkte counterparty. 
  • Stellen van bepaalde handelsvolume restricties per tegenpartij (positiemanagement).
  • Gebruik maken van gestandaardiseerde overeenkomsten, met name op basis van EFET- en ISDA-voorwaarden.
  • Gebruik maken van margining en clearing via een derde partij.
  • Gebruik maken van bilaterale margining overeenkomsten met tegenpartijen.
  • Uitvoeren van risico reducerende transacties met tegenpartijen waar onderling elkaar (deels) opheffende posities uitstaan.
  • Vragen van additionele zekerheden aan tegenpartijen, zoals bankgaranties.
  • Eventueel afsluiten van kredietverzekeringen voor de afdekking van exposures buiten de limieten.

Margining en clearing via een derde partij vindt plaats bij het gebruik van futures. Hierbij wordt het tegenpartijrisico van een termijncontract overgedragen aan een clearingbank. Deze bank is aangesloten bij het clearinghuis dat faciliteert in de afwikkeling van futures transacties via de handelsbeurzen, zoals ICE ENDEX (InterContinental Exchange European Energy Derivatives Exchange N.V.), EEX (European Energy Exchange A.G.) en ECX (European Climate Exchange). Het clearinghuis verrekent dagelijks tussentijdse marktwaardeveranderingen met zijn clearingbanken, die dat op hun beurt weer verrekenen met de betrokken handelspartijen (margin calls). Hierdoor wordt voor de contractpartijen het tegenpartijrisico op elkaar geneutraliseerd. Bilaterale margining impliceert eenzelfde dagelijkse verrekening, maar dan rechtstreeks met de tegenpartij van de transactie. In het contract met de tegenpartij wordt een initiële minimale waarde (threshold) afgesproken, bilaterale margining wordt alleen toegepast wanneer deze threshold overschreden wordt.

Door de margining systematiek ontstaat liquiditeitsrisico (liquidity risk). Het risicobeleid is gericht op het bewaken en op elkaar afstemmen van het tegenpartijrisico door handel in forwards enerzijds en het liquiditeitsrisico door margining anderzijds. Voor de beheersing van beide risico’s bestaat een systeem waarmee interne limieten worden bewaakt op basis van periodieke rapportages.

Het maximale kredietrisico is gelijk aan de balanswaarde van de financiële activa met inbegrip van afgeleide financiële instrumenten.

Financiële activa en financiële verplichtingen worden gesaldeerd en als nettobedrag in de balans opgenomen voor zover Eneco voldoet aan de IFRS-criteria voor saldering. Voor de transacties in afgeleide financiële instrumenten worden gestandaardiseerde contractvoorwaarden en contracttypen gebruikt zoals de ‘master netting’-overeenkomsten op basis van de ISDA- en EFET-voorwaarden. De meeste contracten voor afgeleide financiële instrumenten van Eneco voldoen aan de salderingscriteria. Enerzijds omdat een in rechte afdwingbaar recht bestaat om de verantwoorde bedragen te mogen salderen en daarnaast omdat alle bedragen met betrekking tot gesaldeerde financiële activa en financiële verplichtingen in één bedrag worden afgewikkeld.

De tabel hieronder geeft alleen de financiële activa en financiële verplichtingen weer die zijn gesaldeerd in de balans in overeenstemming met de salderingscriteria van IAS 32. Doordat in deze tabel niet alle in de balans vermelde financiële activa en verplichtingen zijn verwerkt is geen aansluiting mogelijk met de nettobedragen zoals gepresenteerd in de balans.

31 december 2015

Brutobedragen van opgenomen financiële activa

Brutobedragen van opgenomen financiële verplichtingen die gesaldeerd zijn in de balans

Nettobedragen van financiële activa gepresenteerd in de balans

Activa

Afgeleide financiële instrumenten

1.483

1.119

364

Liquide middelen

367

367

Andere financiële instrumenten

600

439

161

2.450

1.558

892

Brutobedragen van opgenomen financiële passiva

Brutobedragen van opgenomen financiële vorderingen die gesaldeerd zijn in de balans

Nettobedragen van financiële passiva gepresenteerd in de balans

Passiva

Afgeleide financiële instrumenten

1.346

1.119

227

Kortlopende schulden aan kredietinstellingen

Andere financiële instrumenten

813

439

374

2.159

1.558

601

31 december 2014

Brutobedragen van opgenomen financiële activa

Brutobedragen van opgenomen financiële verplichtingen die gesaldeerd zijn in de balans

Nettobedragen van financiële activa gepresenteerd in de balans

Activa

Afgeleide financiële instrumenten

1.053

690

363

Liquide middelen

695

331

364

Andere financiële instrumenten

837

616

221

2.585

1.637

948

Brutobedragen van opgenomen financiële passiva

Brutobedragen van opgenomen financiële vorderingen die gesaldeerd zijn in de balans

Nettobedragen van financiële passiva gepresenteerd in de balans

Passiva

Afgeleide financiële instrumenten

971

690

281

Kortlopende schulden aan kredietinstellingen

331

331

Andere financiële instrumenten

1.135

616

519

2.437

1.637

800

Financieringsinstrumenten

De wijze waarop de financieringsinstrumenten worden beheerd is vastgelegd in een Treasury Statuut dat is vastgesteld door de Raad van Bestuur en door de Raad van Commissarissen. Bij het opnemen van gelden is het tegenpartijrisico zeer beperkt. Bij het uitzetten van gelden wordt rekening gehouden met de risicotolerantie zoals deze in het Treasury Statuut zijn geformuleerd. De risicopositie met een tegenpartij wordt afgemeten aan de risicotolerantie. Deze tolerantie wordt per contractpartij vastgesteld op basis van een beoordeling van de kredietwaardigheid van die tegenpartij volgens een openbare credit rating. Het tegenpartijrisico wordt verder beperkt door spreiding over meerdere partijen, vastgestelde limieten per tegenpartij en maximale looptijden voor uitzettingen.

Het tegenpartijrisico voor financiële instrumenten (swapcontracten) wordt beperkt door:

  • Het gebruik van raamovereenkomsten op basis van ISDA-voorwaarden.
  • Procedures voor periodieke beoordeling van het tegenpartijrisico.
  • Margining als gevolg van overeengekomen credit support agreements.

Door de margining systematiek op basis van credit support agreements ontstaat liquiditeitsrisico (liquidity risk). Het risicobeleid is gericht op het bewaken van dit liquiditeitsrisico op basis van periodieke rapportages.

Marktrisico

Marktrisico is het risico dat wordt gelopen over waardeveranderingen in huidige of toekomstige kasstromen en financiële instrumenten die het gevolg zijn van veranderingen in marktprijzen, marktrente en wisselkoersen.

Prijsrisico

Het marktprijsrisico op de commodityportefeuilles voor inkoop en levering aan klanten wordt in de eerste plaats beperkt door back-to-back-transacties voor inkoop- en verkoopverplichtingen, waarbij ook gebruik wordt gemaakt van afgeleide financiële instrumenten. Waar back-to-back hedging niet mogelijk is, of alleen tegen excessief hoge transactiekosten, wordt gebruik gemaakt van gestructureerde hedging strategieën. Bij dit laatste worden de posities tijdelijk afdekt in andere landen, commodities en/of periodes die historisch gezien een sterke correlatie hebben met de af te dekken prijsrisico's. Deze instrumenten worden ingezet binnen een conservatief ingerichte structuur van mandaten en limieten met permanente registratie, bewaking en analyse van de posities en de marktwaarde.

Het marktprijsrisico op de eigen opwek en de langjarige (structured) commodity inkoopcontracten wordt eveneens beperkt door back-to-back-transacties en structured hedging strategieën zoals hierboven beschreven. Hierbij dient aangetekend te worden dat voor exposures die verder in de toekomst liggen er geen liquide energie handelsmarkt is en deze uit dien hoofde moeilijk tot niet afdekbaar zijn.

Prijsrisico’s op handelsportefeuilles van energiecommodities en emissierechten worden beheerst door positielimieten, MtM-limieten, value-at-risk maatstaven (VaR) en stop-loss limieten. Per business activiteit wordt bepaald welke limieten het beste gebruikt kunnen worden om de risico’s te beheersen. De VaR representeert het potentiële verlies van een slecht scenario op een portefeuille over een periode van 10 dagen, uitgaande van een betrouwbaarheid van 95%. VaR-calculaties zijn gebaseerd op een prijshistorie en omvatten onder meer correlaties tussen producten, markten en tijdsperiodes. Door middel van backtesting worden berekende VaR-waarden en het gebruikte model gecontroleerd. Dagelijks wordt aan de riskmanagers en de energiehandelaren gerapporteerd over zowel de VaR als de MtM en de posities in relatie tot de afgegeven limieten. Limietoverschrijdingen worden direct gerapporteerd, conform het commodity mandaat Eneco Energy Trade. De VaR voor de handelsportefeuille bedroeg per 31 december 2015 € 2,1 mln. (2014: € 2,3 mln.). De gemiddelde VaR bedroeg in 2015 € 1,7 mln. (2014: € 2,2 mln.).

Vreemde valutarisico

Vreemde valutarisico is het risico dat wordt gelopen bij waardeveranderingen in financiële instrumenten als gevolg van koersveranderingen in vreemde valuta. De Treasury afdeling is verantwoordelijk voor de beheersing van de andere valutarisico’s van de groep. In de consolidatie opgenomen vennootschappen mogen zonder instemming van de Treasury afdeling geen open posities (exclusief commodity gerelateerde financiële instrumenten) in vreemde valuta aanhouden die groter zijn dan € 250.000. Op basis van de totale positie in een vreemde valuta en de bijbehorende vastgestelde limiet voor open posities bepaalt de Treasury afdeling of hedging gewenst is en welke strategie daarbij zal worden gevolgd. Valutarisico’s verbonden aan de commodity gerelateerde financiële instrumenten worden overeenkomstig het prijsrisico beheerst.

In 2009 zijn leningen aangegaan in Amerikaanse dollars, Japanse yens en Britse ponden om in de financieringsbehoefte van de groep te voorzien. Eneco heeft het valutarisico met betrekking tot de USD- en JPY-leningen voor de hele looptijd afgedekt met cross currency swapcontracten. Het valutarisico gerelateerd aan de GBP-leningen werd voorafgaand aan de toepassing van de ‘net investment hedge’ (zie ook toelichting 24 'Groepsvermogen') eveneens afgedekt door middel van cross currency swapcontracten die in het eerste halfjaar 2015 zijn afgewikkeld. Door deze ‘net investment hedge’ zijn de GBP-leningen (£ 75 mln.) gealloceerd als gedeeltelijke afdekking (‘natural hedge’) voor de translatieverschillen als gevolg van de netto-investering in het Verenigd Koninkrijk.

De gevoeligheid van de koersmutatie voor GBP/Euro voor de Reserve translatieverschillen binnen het eigen vermogen in 2015 bij 1% koersverandering bedraagt € 3,3 mln.

Renterisico

Renterisico is het risico dat wordt gelopen bij waardeveranderingen in financiële instrumenten als gevolg van een renteverandering in de markt. Het renterisico wordt beheerst door de Treasury afdeling. Het renterisicobeleid is gericht op het beheersen van de netto financieringslasten door fluctuaties in de marktrente. Hiertoe wordt uitgegaan van een bepaalde bandbreedte voor de verhouding tussen vast- en variabel rentende leningen. Eneco kan gebruik maken van afgeleide financiële instrumenten zoals renteswapcontracten om het gewenste risicoprofiel te bereiken. Indien alle overige variabelen constant blijven, zal een algemene stijging van Euribor (voor een periode van twaalf maanden) met 1%-punt naar schatting leiden tot een daling van het resultaat vóór belastingen met € 0,1 mln. (per 31 december 2014: € 0,1 mln.).

Liquiditeitsrisco

Eneco is een kapitaalintensief bedrijf. Het financieringsbeleid is gericht op het ontwikkelen en onderhouden van een optimale financieringsstructuur, rekening houdend met de huidige activa-basis en het investeringsprogramma. Uitgangspunten zijn toegang tot de kapitaalmarkt en flexibiliteit tegen acceptabele financieringskosten.

Financieringen worden centraal aangetrokken en intern aangewend. Dochterondernemingen worden gefinancierd met een combinatie van eigen vermogen en intercompany leningen.

Een specifiek liquiditeitsrisico vloeit voort uit margining van energiecontracten via clearinghuizen en contracten met een bilaterale marginingverplichting. Voor de beheersing van dit risico zijn limieten in het Counterparty Mandaat vastgesteld voor zowel het openstaande saldo als de gevoeligheid voor prijsmutaties. Hierover wordt wekelijks gerapporteerd aan het management en halfjaarlijks aan het Commodity Risk Committee. In dit risk committee zijn twee leden van de Raad van Bestuur vertegenwoordigd. De gevoeligheid van de margining call bij 1% prijsverandering bedraagt in 2015 € 1,5 mln. (2014: € 1,4 mln.). Een ander liquiditeitsrisico vloeit voort uit de margining van de marktwaarde van de cross currency swapcontracten die bij een aantal banken zijn afgesloten. Indien de marktwaarde van deze contracten de contractuele grenzen overschrijdt dient Eneco de overschrijding bij deze banken te storten. Per ultimo 2015 is er door Eneco in totaal € 0 mln. gestort (2014: € 0 mln.).

Om te voorkomen dat Eneco niet in staat is te voldoen aan haar financiële verplichtingen wordt groot belang gehecht aan het beheersen van alle hiervoor vermelde risico’s. Daarnaast wordt de liquiditeitsbehoefte gepland op basis van lange, middellange en korte termijn kasstroomprognoses. Deze kasstroomprognoses omvatten onder meer operationele kasstromen, investeringskasstromen, dividenden, te betalen interest en aflossing van schulden. De vermogensbehoefte wordt door de Treasury afdeling afgezet tegenover de beschikbare middelen. Maandelijks wordt hierover gerapporteerd aan de Raad van Bestuur.

Bij een aantal banken zijn niet-gecommitteerde krediet- en garantiefaciliteiten overeengekomen ter grootte van in totaal € 251 mln. (2014 voor vergelijkingsdoeleinden aangepast: € 251 mln.). Daarnaast is tot oktober 2018 een gecommitteerde kredietfaciliteit beschikbaar voor een maximum van € 1,25 mld. (2014: € 1,25 mld.). Er is in 2015 geen gebruik gemaakt van deze faciliteit.

De specificatie van de verwachte uitgaande nominale kasstromen met eventuele rente van financiële instrumenten gedurende de komende jaren is hieronder opgenomen. De kasstromen van de derivaten zijn gebaseerd op de prijzen en volumes in de contracten.

Per 31 december 2015

Binnen 1 jaar

Van 1 tot 5 jaar

Na 5 jaar

Totaal

Afgeleide financiële instrumenten

158

50

99

307

Rentedragende schulden

137

1.177

1.119

2.433

Handelscrediteuren en overige schulden

1.300

91

347

1.738

Totaal

1.595

1.318

1.565

4.478

Per 31 december 2014

Binnen 1 jaar

Van 1 tot 5 jaar

Na 5 jaar

Totaal

Afgeleide financiële instrumenten

492

251

54

797

Rentedragende schulden

201

1.228

1.190

2.619

Handelscrediteuren en overige schulden 1

1.562

130

289

1.981

Totaal 1

2.255

1.609

1.533

5.397

  1. 1Gegevens 2014 i.v.m. een reclassificatie van onderhanden projecten voor vergelijkingsdoeleinden aangepast.

Kapitaalmanagement

Het primaire doel van het kapitaalbeheer van Eneco is de instandhouding van een goede kredietwaardigheid en een gezonde solvabiliteit als ondersteuning van de activiteiten en het minimaliseren van de kostenvoet voor vreemd vermogen. Eneco beschouwt zowel kapitaal (inclusief de in 2014 uitgegeven achtergestelde eeuwigdurende obligatielening) als ook netto schuld als relevante onderdelen van haar financiering en derhalve van haar kapitaalbeheer. Eneco kan haar kapitaalstructuur beïnvloeden door de wijziging van de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen. De netto-rentedragende schulden (exclusief die van beëindigde bedrijfsactiviteiten) zijn gedefinieerd als de lang- en kortlopende rentedragende schulden verminderd met de liquide middelen.

In het boekjaar 2015 zijn in de doelen, beleid en processen voor kapitaalbeheer geen wijzigingen aangebracht.

Eneco bewaakt haar kapitaal met behulp van het 'Financieel Sturingskader'. Hierin zijn verschillende ratio's opgenomen die periodiek worden gemonitord door de Raad van Bestuur. Een van deze ratio's is de verhouding groepsvermogen/totaal vermogen. Het beleid van Eneco is deze verhouding boven de 45% te houden. Ultimo 2015 bedraagt dit percentage 54,0% (2014: 51,4%). Binnen dit Financieel Sturingskader wordt bovendien gestuurd op onder meer credit rating relevante ratio’s. In dat kader wordt de in 2014 uitgegeven achtergestelde eeuwigdurende obligatielening door Standard & Poor’s aangemerkt als een instrument met 50% equity credit en 50% schuldcomponent (‘intermediate basket’). Dit laatste in tegenstelling tot IFRS, waar de achtergestelde eeuwigdurende obligatielening als 100% eigen vermogen wordt aangemerkt.

Gebeurtenissen na balansdatum

Na balansdatum hebben zich geen materiële gebeurtenissen voorgedaan die nader toegelicht moeten worden.

Vorige paragraaf:
Toelichting op de geconsolideerde winst- en verliesrekening
Volgende paragraaf:
Toelichting op het geconsolideerd kasstroomoverzicht