Gebeurtenissen na balansdatum

Voor de gebeurtenissen na balansdatum wordt verwezen naar toelichting 34 op de geconsolideerde jaarrekening.

Winstbestemming

Volgens de statuten van de vennootschap kan het bestuur met goedkeuring van de Raad van Commissarissen een gedeelte ter grootte van maximaal de helft van de winst die voor uitkering beschikbaar is toevoegen aan de reserves. Het resterende gedeelte staat ter beschikking van de algemene vergadering van aandeelhouders. De algemene vergadering kan besluiten het resterende gedeelte geheel of gedeeltelijk uit te keren. Hetgeen niet wordt uitgekeerd wordt toegevoegd aan de reserves.

Voorstel winstbestemming 2015

Aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders wordt voorgesteld te besluiten tot een dividendbetaling aan de aandeelhouders van 50% van het aan aandeelhouders van Eneco Holding N.V. toe te rekenen resultaat na belastingen. Dit betekent over 2015 een uitkering van € 19,72 per aandeel tot een totaal van € 98 miljoen. Het dividend zal worden uitgekeerd op de gangbare datum, te weten op 21 april 2016.

Controleverklaring en assurance-rapport van de onafhankelijke accountant

Aan: de aandeelhouders en de Raad van Commissarissen van Eneco Holding N.V. en alle overige belanghebbenden

Verklaring over de jaarrekening 2015 en assurance-rapport betreffende de in het jaarverslag 2015 opgenomen Strategische Key Performance Indicatoren

Ons oordeel

Betreffende de jaarrekening

Wij hebben de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening 2015 van Eneco Holding N.V. (de “Vennootschap”) te Rotterdam gecontroleerd. De jaarrekening omvat de geconsolideerde en de vennootschappelijke jaarrekening.

Naar ons oordeel geeft:

  • de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de Vennootschap op 31 december 2015 en van het resultaat en de kasstromen over 2015 in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de Europese Unie (“EU‑IFRS”) en met Titel 9 Boek 2 BW; en
  • de vennootschappelijke jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van de vennootschap op 31 december 2015 en van het resultaat over 2015 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.
Betreffende de Strategische Key Performance Indicatoren

Naar ons oordeel:

  • zijn de Strategische Key Performance Indicatoren op pagina’s 4-5 met nummers 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 14 (de “KPI’s”) in het Bestuursverslag 2015 in alle van materieel belang zijnde aspecten een betrouwbare en toereikende weergave van het beleid van de Vennootschap ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen en de bedrijfsvoering, de gebeurtenissen en de prestaties op dat gebied gedurende 2015; en
  • is het Bestuursverslag op pagina’s 2-87 en 156-171 (het “Verslag”), in alle van materieel belang zijnde aspecten, opgesteld in overeenstemming met de Sustainability Reporting Guidelines versie 4, niveau ‘Core’, van het Global Reporting Initiative (het “GRI”).

Wat hebben we gecontroleerd

Betreffende de jaarrekening

De geconsolideerde jaarrekening bestaat uit:

  • de geconsolideerde balans per 31 december 2015;
  • de volgende overzichten over 2015: de geconsolideerde winst‑ en verliesrekening, het geconsolideerde overzicht van gerealiseerde en niet‑gerealiseerde resultaten, het geconsolideerde kasstroomoverzicht en het geconsolideerde mutatieoverzicht groepsvermogen; en
  • de toelichting met een overzicht van de belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.

De vennootschappelijke jaarrekening bestaat uit:

  • de vennootschappelijke balans per 31 december 2015;
  • de vennootschappelijke winst‑ en verliesrekening over 2015; en
  • de toelichting met een overzicht van de belangrijke grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.
Betreffende de Strategische Key Performance Indicatoren

Wij hebben de KPI’s in het Verslag gecontroleerd en wij hebben de juiste toepassing van de G4‑richtlijnen van het GRI op het Verslag vastgesteld. Dit Verslag omvat een weergave van het beleid van de Vennootschap ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen en de bedrijfsvoering, de gebeurtenissen en de prestaties op dat gebied gedurende 2015.

Voor 2013 en 2014 hebben wij KPI met nummer 10 niet gecontroleerd.

De basis voor ons oordeel

Algemeen

Wij zijn onafhankelijk van de vennootschap zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Betreffende de jaarrekening

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de bijlage ‘Nadere beschrijving van onze verantwoordelijkheden’.

Betreffende de Strategische Key Performance Indicatoren

Wij hebben onze controle met betrekking tot het verslag verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder Standaard 3810N, “Assurance-opdrachten inzake maatschappelijke verslagen”. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de bijlage ‘Nadere beschrijving van onze verantwoordelijkheden’.

Onze controlebenadering

Betreffende de jaarrekening

Wij hebben als onderdeel van de controle de materialiteit bepaald en die gebruikt om de risico’s op een materiële afwijking in de jaarrekening in te schatten. In het bijzonder hebben we de posten getoetst met een relatief hoge subjectiviteit; daar waar schattingen met betrekking tot onzekere toekomstige ontwikkelingen een rol spelen. We hebben bijzondere aandacht besteed aan het risico dat het management interne beheersingsmaatregelen doorbreekt en het risico van materiële afwijkingen als gevolg van fraude. Daarnaast hebben we bijzondere aandacht besteed aan de continuïteit en betrouwbaarheid van de geautomatiseerde gegevensverwerking.

Betreffende de Strategische Key Performance Indicatoren

Wij hebben als onderdeel van de controle de materialiteit bepaald per KPI en die gebruikt om de risico’s op een materiële afwijking in het Verslag in te schatten. Bij onze controle hebben wij bijzondere aandacht besteed aan de KPI’s met betrekking tot Impact op de aarde – One Planet Thinking (nummers 6 en 7) en de toets of het Verslag, in alle van materieel belang zijnde aspecten, is opgesteld in overeenstemming met de Sustainability Reporting Guidelines versie 4, niveau ‘Core’, van het GRI.

Materialiteit

Algemeen

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Betreffende de jaarrekening

Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op EUR 33 miljoen. Deze materialiteit is gebaseerd op een weging van factoren waarvan de belangrijkste zijn:

  • 0,8% van de opbrengst energielevering, -transport en energie gerelateerde activiteiten gedurende de laatste 3 jaren; en
  • 10% van het resultaat voor belastingen gedurende de laatste 3 jaren.

Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.

Wij zijn met de Raad van Commissarissen overeengekomen dat wij aan de Raad van Commissarissen, tijdens onze controle geconstateerde, afwijkingen boven de EUR 1,6 miljoen rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.

Overzicht materialiteit

Materialiteit voor de jaarrekening als geheel

EUR 33 miljoen

Basis voor de materialiteit

0,8% van de opbrengst
10% van het resultaat voor belastingen

Rapportagetolerantie voor geconstateerde afwijkingen

EUR 1,6 miljoen

Betreffende de Strategische Key Performance Indicatoren

Wij hebben de materialiteit per KPI bepaald. Deze materialiteit is per KPI gebaseerd op 5% van de gerealiseerde waarde in 2015.

Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.

Reikwijdte van de groepscontrole van de jaarrekening

De Vennootschap staat aan het hoofd van een groep van entiteiten (de “Groep”). De financiële informatie van de Groep is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de Vennootschap.

Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de controle van de Groep. In dit kader hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden voor de onderdelen van de Groep, zijnde de business units van de Vennootschap. Bepalend hierbij zijn de omvang en/of het risicoprofiel van de business units of de activiteiten. Op grond hiervan hebben wij de business units geselecteerd waarbij een controle of beoordeling van de volledige financiële informatie of specifieke posten noodzakelijk was.

Onze controle van de Groep heeft zich met name gericht op de significante business units. Wij hebben:

  • bij Stedin een controle uitgevoerd van de financiële verantwoording; en
  • bij andere business units een controle van bepaalde rekeningsaldi, transactiestromen of toelichtingen, gespecificeerde controlewerkzaamheden of beoordelingswerkzaamheden uitgevoerd, waarbij wij voor Eneco België gebruik hebben gemaakt van andere accountants binnen het Deloitte‑netwerk.

Audit coverage

Audit coverage geconsolideerde opbrengsten

84%

Audit coverage totaal activa

85%

Met bovengenoemde werkzaamheden bij de business units van de Vennootschap, gecombineerd met aanvullende werkzaamheden op groepsniveau, hebben wij voldoende en geschikte controle-informatie met betrekking tot de financiële informatie van de Groep verkregen om een oordeel te geven over de geconsolideerde jaarrekening.

De kernpunten van onze controle van de jaarrekening

In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens onze controle van de jaarrekening. De kernpunten van onze controle hebben wij met de Raad van Commissarissen gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is besproken.

Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot deze kernpunten bepaald in het kader van de jaarrekeningcontrole als geheel. Onze bevindingen ten aanzien van de individuele kernpunten moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen over deze kernpunten.

Schattingsonzekerheid bij het bepalen van de energiebalans

Beschrijving van het kernpunt

De wijze waarop dit kernpunt door ons is gecontroleerd

Middels de energiebalans elektriciteit en gas (de “Energiebalans”) worden in- en verkoop met elkaar in overeenstemming gebracht. Bij het opstellen van de Energiebalans spelen de volgende processen een belangrijke rol: allocatie, reconciliatie, brutomargemodellering, aansluitregistratie en schatting van het netverlies. De Energiebalans vormt daarmee de basis voor de (volledigheid van de) opbrengst energielevering en de daarmee samenhangende balansposten. De inschatting van de omzet binnen de Energiebalans was een kernpunt in onze controle omdat het inschattingsproces in enige mate complex en subjectief is en gebaseerd is op veronderstellingen, waaronder het verbruik door afnemers van elektriciteit en gas. Wij verwijzen hierbij ook naar toelichting 3 ‘Opbrengst energielevering, -transport en energie gerelateerde activiteiten’ op de geconsolideerde winst en verliesrekening waarin de schatting van de opbrengsten nader uiteengezet is.

Wij hebben de opzet en het bestaan van de interne beheersingsmaatregelen van de Vennootschap met betrekking tot het proces voor het opstellen van de Energiebalans getoetst. Daarnaast stelden wij vast dat de informatie waarop de omzetschatting is gebaseerd betrouwbaar is en dat de gehanteerde veronderstellingen in het model van de Energiebalans redelijk, relevant en consistent zijn toegepast. Wij verifieerden de rekenkundige integriteit van het model van de Energiebalans. Daarbij besteedden wij bijzondere aandacht aan het gekoppelde standaardjaarverbruik en de schatting van de invloed van de weersomstandigheden op het verbruik. Wij verrichtten ook controlewerkzaamheden met betrekking tot nacalculatieresultaten voor oude leveringsjaren en de per jaareinde nog te factureren omzet, waaronder afloopcontrole in 2016.

Duurzame waardevermindering van (im)materiële vaste activa

Beschrijving van het kernpunt

De wijze waarop dit kernpunt door ons is gecontroleerd

De (im)materiële vaste activa vormen een significant deel van de balans van de Vennootschap. Ontwikkelingen in regulering en omstandigheden op de energiemarkten kunnen ertoe leiden dat (im)materiële vaste activa duurzaam in waarde zijn verminderd.

Zowel (1) het onderzoek naar indicaties die wijzen op een mogelijke bijzondere waardevermindering van de kasstroomgenererende eenheden van de activa, als (2) de test op een duurzame waardevermindering, die de Vennootschap, op basis van EU IFRS, in ieder geval verplicht is uit te voeren voor kasstroomgenererende eenheden waar goodwill aan is toegewezen, zijn significant voor onze controle gezien de onzekere ontwikkelingen in de elektriciteits- en gasprijzen en omdat het inschattingsproces in enige mate complex en subjectief is en gebaseerd is op veronderstellingen, waaronder de disconteringsvoet.

De gereguleerde activa vormen het grootste deel van de (im)materiële vaste activa (61%). De gereguleerde netwerken worden gewaardeerd in overeenstemming met het EU‑IFRS herwaarderingsmodel, waarbij periodiek aansluiting wordt gezocht bij de gestandaardiseerde activawaarde (de “GAW”). Binnen de regulering wordt een netbeheerder in staat gesteld om de GAW met een (gereguleerd) rendement terug te verdienen. Voor deze categorie activa is het risico van duurzame waardevermindering derhalve beperkt. De niet‑gereguleerde activa bestaan voor een groot deel uit duurzame productiemiddelen (37%). Aangezien deze activa geen instroom van middelen genereren die in ruime mate onafhankelijk is van andere activa, worden deze activa in samenhang getoetst op eventuele duurzame waardeverminderingen. Activering van uitgaven op significante projecten in aanbouw (2%) vindt plaats conform Eneco’s “decision gate” model waarbij bepalend is in hoeverre de uitgaven voldoen aan de EU‑IFRS activeringscriteria.

Wij hebben het onderzoek van management naar indicaties die wijzen op een mogelijke bijzondere waardevermindering van de kasstroomgenererende eenheden van de activa getoetst. Ook toetsten wij of de goodwill, die is toegerekend aan de groep van kasstroomgenererende eenheden (“KGE’s”) die het bedrijfssegment Energiebedrijf Eneco vormt duurzaam in waarde is verminderd, waarbij wij gebruik hebben gemaakt van onze eigen waarderingsdeskundigen. Wij toetsten de opzet en het bestaan van interne beheersingsmaatregelen gericht op de totstandkoming van de impairment test van management. Verder verifieerden wij de betrouwbaarheid van de informatie waarop de verwachtingen zijn gebaseerd alsook de redelijkheid, relevantie en consistentie van de gehanteerde veronderstellingen. Daarbij besteedden wij bijzondere aandacht aan de gehanteerde vermogenskostenvoet (WACC) en de prognose van de kasstromen in het bedrijfswaardemodel. We hebben ook aandacht besteed aan de toelichtingen over de veronderstellingen en de uitkomst van de impairment test zoals zijn opgenomen in toelichting 14 ‘Immateriële vaste activa’ van de jaarrekening. Daar wordt specifiek vermeld dat de realiseerbare waarde (bedrijfswaarde) van deze groep van KGE’s boven de boekwaarde ligt.

Betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking

Beschrijving van het kernpunt

De wijze waarop dit kernpunt door ons is gecontroleerd

De Vennootschap is in belangrijke mate afhankelijk van de IT-infrastructuur voor de betrouwbaarheid en continuïteit van de bedrijfsactiviteiten en voor de totstandkoming van betrouwbare financiële verslaggeving.

De financieel-administratieve processen ten grondslag aan de financiële verslaggeving worden gevoed en ondersteund door een groot aantal systemen, applicaties en interfaces (de “IT-infrastructuur”) die onderling in enige mate van elkaar afhankelijk zijn. Het ontwerp, het bestaan en de werking van de IT-beheersmaatregelen waarmee deze systemen en applicaties worden beheerst zijn kritisch voor de voortdurende betrouwbaarheid en continuïteit van de processen van Eneco en daarmee voor de totstandkoming van de jaarrekening. De IT-infrastructuur die de klantprocessen ondersteunt verwerkt bijvoorbeeld grote volumes aan transacties. Aantasting van de integriteit van (klant)data of uitval kunnen ertoe leiden dat de facturatie en de omzetschatting niet juist, volledig en tijdig plaatsvindt en dat herstel daarvan complex en ingrijpend is. De IT-infrastructuur die de handelsactiviteiten van Eneco ondersteunt is vanwege het grote volume, het belang voor de financiële resultaten en de complexiteit ook kritisch. Om deze reden waren belangrijke aandachtsgebieden bij onze werkzaamheden onder andere change management en informatiebeveiliging.

Wij hebben de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking getoetst, uitsluitend voorzover noodzakelijk binnen de reikwijdte van de controle van de jaarrekening. Daarbij hebben we gespecialiseerde IT-auditors opgenomen in ons controleteam. Onze werkzaamheden bestonden uit de evaluatie van voor de controle van de jaarrekening relevante ontwikkelingen in de IT infrastructuur en daaropvolgend het testen van de opzet, het bestaan en de werking van IT- beheersingsmaatregelen relevant voor de controle van de jaarrekening. In onze management letter aan het bestuur hebben we meerdere relevante tekortkomingen die wij constateerden gerapporteerd en aanbevelingen gedaan, gericht op verdere verbeteringen. Met aanvullende, gegevensgerichte, werkzaamheden stelden wij vast dat de geconstateerde tekortkomingen geen materiële afwijkingen in de jaarrekening tot gevolg hadden. Verwezen wordt ook naar de alinea ‘Risicoclusters’ op pagina’s 164-165.

Verantwoordelijkheden van het bestuur en de Raad van Commissarissen voor de jaarrekening en het Verslag

Het bestuur van de Vennootschap is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven in overeenstemming met EU‑IFRS en met Titel 9 Boek 2 BW en voor het opstellen van het jaarverslag in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW. In dit kader is het bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de onderneming in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemde verslaggevingsstelsels moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de vennootschap te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderneming haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De Raad van Commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de Vennootschap.

Het bestuur van de Vennootschap is tevens verantwoordelijk voor het opstellen van het Verslag in overeenstemming met de Sustainability Reporting Guidelines versie 4, niveau ‘Core’, van Global Reporting Initiative (GRI), inclusief het identificeren van stakeholders en het bepalen van materiële onderwerpen. De door het bestuur gemaakte keuzes ten aanzien van de reikwijdte van het Verslag en het verslaggevingsbeleid zijn uiteengezet in het hoofdstuk Verslaggevingsbeleid.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening en het Verslag

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle fouten en fraude ontdekken.

Wij verwijzen naar de bijlage bij de controleverklaring zoals opgenomen op pagina’s 154-155 voor een nadere beschrijving van onze verantwoordelijkheden.

Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten

Verklaring betreffende het jaarverslag en de overige gegevens

Wij vermelden op basis van de wettelijke verplichtingen onder Titel 9 Boek 2 BW (betreffende onze verantwoordelijkheid om te rapporteren over het jaarverslag en de overige gegevens):

  • dat wij geen tekortkomingen hebben geconstateerd naar aanleiding van het onderzoek of het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, overeenkomstig Titel 9 Boek 2 BW is opgesteld, en of de door Titel 9 Boek 2 BW vereiste overige gegevens zijn toegevoegd; en
  • dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen, verenigbaar is met de jaarrekening.

Benoeming

Wij zijn door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders benoemd als accountant van de Vennootschap vanaf de controle van het boekjaar 1997 en zijn sindsdien tot op heden de externe accountant.

Rotterdam, 19 februari 2016

Was getekend,

drs. J.A. de Bruin RA

Bijlage: nadere beschrijving van onze verantwoordelijkheden

Bijlage: Nadere beschrijving van onze verantwoordelijkheden

Betreffende de jaarrekening

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel-kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
  • Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de vennootschap.
  • Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.
  • Het vaststellen of de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is, alsmede het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de vennootschap haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om in onze controleverklaring aandacht te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een onderneming haar continuïteit niet langer kan handhaven.
  • Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen.
  • Het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij communiceren met de Raad van Commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Wij bevestigen aan de Raad van Commissarissen dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met de Raad van Commissarissen over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle zaken die wij met de Raad van Commissarissen hebben besproken. Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of, in buitengewoon zeldzame omstandigheden, wanneer het niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is.

Betreffende de Strategische Key Performance Indicatoren

Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over het verslag op basis van onze controle. Wij hebben onze controle met betrekking tot het verslag verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder Standaard 3810N, “Assurance-opdrachten inzake maatschappelijke verslagen”. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften en onze controle zodanig plannen en uitvoeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het Verslag geen afwijkingen van materieel belang bevat.

De geselecteerde werkzaamheden zijn afhankelijk van de door de accountant toegepaste oordeelsvorming, met inbegrip van het inschatten van de risico’s dat het verslag een afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij het maken van deze risico-inschattingen neemt de accountant de interne beheersing in aanmerking die relevant is voor het opstellen van het verslag, gericht op het opzetten van controlewerkzaamheden die passend zijn in de omstandigheden. Deze risico-inschattingen hebben echter niet tot doel een oordeel tot uitdrukking te brengen over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit. Een assurance-opdracht tot het verstrekken van redelijke mate van zekerheid omvat tevens het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor het Verslag en van de redelijkheid van de door het bestuur van de entiteit gemaakte schattingen, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van het verslag.

Onze belangrijkste werkzaamheden bestonden uit:

  • Het uitvoeren van een omgevingsanalyse en het verkrijgen van inzicht in de relevante maatschappelijke thema’s en kwesties, relevante wet- en regelgeving en de kenmerken van de organisatie.
  • Het evalueren van de aanvaardbaarheid van het verslaggevingsbeleid en de consistente toepassing hiervan, waaronder het evalueren van de uitkomsten van de dialoog met belanghebbenden en de redelijkheid van schattingen gemaakt door het management.
  • Het evalueren van het toepassingsniveau volgens de Sustainability Reporting Guidelines versie 4 van GRI.
  • Het evalueren van de opzet en implementatie en het testen van de werking van de systemen en processen voor informatieverzameling en -verwerking voor de informatie in het Verslag.
  • Het afnemen van interviews bij het management op groepsniveau verantwoordelijk voor de duurzaamheidsstrategie en -beleid.
  • Het afnemen van interviews bij relevante medewerkers verantwoordelijk voor het aanleveren van informatie voor het Verslag, het uitvoeren van interne controles op gegevens en de consolidatie van gegevens in het Verslag.
  • Het toetsen van relevante gegevens en van de interne en externe documentatie, op basis van deelwaarnemingen, om de betrouwbaarheid vast te stellen van de informatie in het Verslag.
  • Het analytisch evalueren van data en trends aangeleverd met betrekking tot de KPI’s.
Vorige paragraaf:
Toelichting op de vennootschappelijke jaarrekening
Volgende paragraaf:
Profiel