Governance

Remuneratie 2015

Beloningsbeleid Raad van Bestuur

Bij het vaststellen van de beloning voor de leden van de Raad van Bestuur houdt Eneco rekening met haar bijzondere maatschappelijke positie door het hanteren van het marktprincipe en het matigingsprincipe.

Uitgangspunt

De primaire arbeidsvoorwaarden van de Raad van Bestuur (RvB) worden bepaald op basis van het 'Bezoldigingsbeleid Raad van Bestuur', dat op 20 mei 2005 door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) van Eneco Groep is vastgesteld.

Het beloningsbeleid voor de RvB moet Eneco in staat stellen om gekwalificeerd management voor Eneco aan te trekken en vast te houden. Dit vraagt om een concurrerende beloning die in relatie staat tot de markt voor topmanagement in het bedrijfsleven. De gewenste marktpositie voor de arbeidsvoorwaarden van de RvB-leden heeft als referentie het mediaanniveau in de Algemene Markt voor Bestuurders. Hierbij zijn twee beleidsprincipes leidend: het marktprincipe en het matigingsprincipe.

Marktprincipe en matigingsprincipe

Het marktprincipe betekent dat Eneco gezien moet worden als een normaal, commercieel en marktgeoriënteerd bedrijf. Het matigingsprincipe houdt in dat de RvC een terughoudend bezoldigingsbeleid hanteert met het oog op de historie van Eneco en het feit dat de aandelen van Eneco voor 100% in handen zijn van publieke aandeelhouders (gemeenten).

Daarom vertaalt de RvC de benchmark met bedrijven van vergelijkbare omvang en complexiteit in de private sector niet volledig naar de actuele beloning van de bestuurders van Eneco.

Bij de vaststelling van het beloningsbeleid hanteert de RvC het referentiekader van de algemene arbeidsvoorwaarden voor bestuurders, dat wordt opgesteld op basis van de beloningsgegevens van meer dan 200 bestuurders. Om recht te doen aan het marktprincipe positioneert Eneco Groep zich rond de mediaan van het referentiekader. Hiermee richten we ons op de middelgrote bedrijven uit de referentiegroep en vermijden we dat wordt gemeten ten opzichte van de grootste bedrijven.

Het matigingsprincipe houdt in dat we de mediaanuitkomst niet overnemen, maar dat er een reductie plaatsvindt. In overeenstemming met het door de AvA goedgekeurde bezoldigingsbeleid hanteert Eneco in het beloningsbeleid een bandbreedte van plus of min 20% rond de op de mediaan geplaatste referentie. In de praktijk betekent dit dat de beloning van de leden van de RvB van Eneco Groep minimaal 20% onder de mediaan ligt.

Met de salarisreferentie van begin 2015 was de actuele 'matiging' opgelopen tot meer dan 30% ten opzichte van de mediaan.

Maatschappelijke resultaten bepalend voor de hoogte van de beloning

Ook in 2015 was de beloning van leden van de RvB afhankelijk van prestatiecriteria, waaronder maatschappelijk relevante resultaten. De vijf hoofdcriteria voor variabele beloning liggen grotendeels in lijn met de strategische thema's en waren:

  • Klanttevredenheid (Consumenten, Zakelijk en Stedin);
  • Financieel Resultaat  (EBIT);
  • Performance (kostenmaatregelen);
  • Eneco lange termijn groei (sterke groei Toon);
  • Innovatie en lange termijn doelstellingen (nieuwe proposities, partners, innovatiestructuur).

Op de website, eneco.nl/corporate publiceert Eneco jaarlijks het remuneratierapport, waarin nadere details over de beloning van de Raad van Bestuur zijn opgenomen.

Over dit verslag

Verslaggevingsbeleid 2015

Compact en transparant

In dit geïntegreerde jaarverslag legt Eneco verantwoording af over haar financiële en niet-financiële prestaties. Eneco kiest voor een compact en transparant verslag dat voorziet in de informatiebehoefte van belanghebbenden. De inhoud van het verslag wordt bepaald op basis van een materialiteitsanalyse waarbij de meest relevante onderwerpen voor zowel stakeholders als voor Eneco zelf worden vastgesteld.

Rapporteren volgens GRI

Net als in vorige jaren conformeren we ons aan de richtlijnen van het Global Reporting Initiative (GRI). We kiezen bewust voor de G4 Core-variant inclusief toepassing van het EU Sector Supplement voor de energiesector. Deze variant past bij onze wens en die van belanghebbenden om bondig verslag te doen over onze financiële en niet-financiële prestaties. Wij passen GRI G4 toe vanuit het sturingskader van de onderneming. Dat is leidend. Het sturingskader is afgeleid van de strategie: hiermee laten we de voorgang zien en of we onze ambities waarmaken. We toetsen bij onze belanghebbenden of het sturingskader voldoende materieel is. De Core-variant betekent dat we per relevant aspect (onderwerp), dat voort is gekomen uit de materialiteitsanalyse, rapporteren over minimaal één G4- of EU-indicator die het beste past bij ons sturingskader, zie hiervoor de paragraaf Strategische kpi's. Bij vier indicatoren voldoen we niet volledig aan de vereisten van GRI G4. Dit betreft de indicatoren G4-10 en LA-6 (uitsplitsing personeelsgegevens op alle gevraagde details), G4-EU3 (type klanten) en G4-EU4 (meer details over kabels en leidingen). Als blijkt dat stakeholders of Eneco het relevant vinden om deze details wel te gaan registreren en rapporteren, dan zal dat worden overwogen. Ten behoeve van de GRI verslaggeving over de management aanpak zal Eneco in 2016 voor de materiële aspecten beoordelen of beter kan worden aangesloten met de GRI G4 vereisten door tijdsgebonden doelstellingen op te nemen in het verslag.

Integrated reporting

Het jaarverslag van Eneco ontwikkelt zich al sinds 2007 tot een integraal verslag over financiële en niet-financiële prestaties. Met het framework van de International Integrated Reporting Council (IIRC) hebben we meer handvatten gekregen om de samenhang tussen de kernelementen van ons beleid in ons verslag toe te lichten. We onderzoeken hoe we dit framework de komende jaren in ons jaarverslag kunnen toepassen.

Materialiteitsanalyse

In 2013 zijn we begonnen met een analyse van de relevantie van de onderwerpen in ons jaarverslag. Aan de hand van de strategische thema's hebben we de onderwerpen vastgesteld waarover we rapporteren. Daarbij hebben we de impact bepaald voor ons bedrijf (bijvoorbeeld continuïteit van de onderneming, reputatie en license to operate) en voor onze directe belanghebbenden (bijvoorbeeld lagere energiekosten en beschikbaarheid van energie). Op basis van deze analyse en onze kennis van de verschillende groepen belanghebbenden hebben we in 2014 een selectie gemaakt van onderwerpen die voor hen relevant zijn. Ook hebben we inzichten gebruikt uit een korte online enquête onder belanghebbenden en natuurlijk uit de continue dialoog die we met onze omgeving voeren.

De aanscherping van de strategie begin 2015 vormde aanleiding om de materiële onderwerpen in het jaarverslag opnieuw tegen het licht te houden en met de interne contactpersonen van onze belanghebbenden te bespreken. We zijn voornemens om dit gespreksonderwerp structureel onderdeel te maken van onze governance. Dat wil zeggen dat het onderwerp materialiteit jaarlijks op de agenda staat van klantpanels, overleg met zakelijke klanten, overleg met aandeelhouders, de OR en in reguliere gesprekken met rating agencies en ngo's.

Stakeholderdialoog

We onderscheiden de volgende groepen belanghebbenden: klanten (particulier en zakelijk), aandeelhouders, gemeenten / omwonenden, investeerders, financiers, medewerkers / OR en milieuorganisaties / NGO's. Deze selectie is gebaseerd op onze analyse dat zij de grootste invloed hebben op onze strategie en bedrijfsvoering en de meest impact ondervinden van onze activiteiten en keuzes die we maken voor de toekomst.

Als vervolg op de materialiteitsanalyse uit 2013 en 2014 hebben we in 2015 interviews afgenomen met de Eneco-collega’s die de contacten onderhouden met deze doelgroepen. Tevens is met betrekking tot Aandeelhouders, Financiers, Medewerkers/ OR en Milieuorganisaties / NGO's gesproken met één of meerdere representanten. De belangrijkste vragen in deze interviews waren hoe belanghebbenden de relevantie en transparantie van het jaarverslag 2014 beoordelen en of de materiële thema’s voldoende uit de verf komen. We hebben er niet voor gekozen aan stakeholders de volledige set G4-indicatoren voor te leggen.

Stakeholders gaven veelal aan voldoende informatie te vinden in het jaarverslag over de onderwerpen die zij belangrijk vinden. Uit de gesprekken bleek dat er op onderdelen wel behoefte is aan verdieping. In de tabel in het hoofdstuk Wat vinden onze belanghebbenden?  laten we dit in meer detail zien. Naar aanleiding daarvan hebben we de verstrekte informatie uitgebreid of verder verduidelijkt. Zo vinden gemeenten het belangrijk dat zij als aandeelhouder inzicht krijgen in het toekomstige rendement van het nieuwe businessmodel van Eneco Groep en in lokale duurzame initiatieven. Aandeelhouders, financiers en investeerders kijken naar het risicoprofiel en de continuïteit van de onderneming en hoe wij dat onderbouwen in het verslag. Medewerkers willen graag meer lezen over het groene profiel van Eneco en willen weten of de onderneming financieel gezond is.

Vanuit het perspectief van Eneco hebben onderwerpen die een directe link hebben met de gestelde strategische doelen en de daaruit afgeleide strategische kpi’s prioriteit. Dit heeft geresulteerd in een shortlist die is vastgesteld door de Raad van Bestuur. De mate van belangrijkheid zou in een materialiteitsmatrix tot uitdrukking komen in het kwadrant hoge prioriteit voor zowel stakeholders als Eneco. Aangezien we de externe materialiteisanalyse nog niet volledig hebben doorgevoerd kunnen we dit jaar geen materialiteitsmatrix opnemen waarin de ranking voldoende tot zijn recht komt. De onderwerpen die worden aangemerkt als belangrijk voor zowel stakeholders als Eneco bepalen samen de scope van dit verslag.

De gesprekken bevestigden de zeven materiële onderwerpen van het verslag van vorig jaar en gaven tevens aanleiding om, met verwijzing naar de aangescherpte strategie, twee nieuwe onderwerpen toe te voegen. Deze onderwerpen zijn Innovatie en Ontwikkeling medewerkers.

Materiële onderwerpen

De scope met de negen materiële onderwerpen voor het jaarverslag 2015, die zowel voor stakeholders als voor Eneco belangrijk zijn, is als volgt:

  • Economische prestaties
  • Energie en emissies
  • Duurzame elektriciteit
  • Klantevredenheid
  • Veiligheid
  • Netverliezen
  • Leveringszekerheid
  • Innovatie
  • Ontwikkeling medewerkers

In het onderdeel hierna is een tabel opgenomen met een toelichting op de materialiteit van de negen relevante onderwerpen die deel uitmaken van de scope van dit jaarverslag. In dit overzicht laten we ook zien waar de impact van een onderwerp ligt zowel binnen als buiten de organisatie. In het hoofdstuk Voortgang  gaan we uitgebreid in op de concrete doelen die we - via doelstellingen voor de genoemde kpi's - ten aanzien van de relevante onderwerpen hebben gesteld. Ook komt daar aan de orde wat we gedaan hebben en van plan zijn te doen om onze doelen te realiseren. Daarnaast hebben we in de GRI-index een overzicht opgenomen van de GRI-indicatoren aan de hand waarvan het verslag geschreven is. Hierin maken we de relatie met de strategische kpi’s en de materiele onderwerpen zichtbaar.

Onderwerpen die minder materieel zijn volgens onze stakeholders maar die wij wel belangrijk vinden zijn Supply chain, Duurzaam inkopen en Biodiversiteit. We nemen onze verantwoordelijkheid ook op deze terreinen zeer serieus. Over hoe wij omgaan met onze ketenverantwoordelijkheid en de wijze waarop we ons duurzaam inkoopbeleid hebben vormgegeven leest u meer in het onderdeel Ketenverantwoordelijkheid.

Biodiversiteit

Dat we de omgeving soms belasten is onvermijdelijk. De biodiversiteit staat onder druk en de mens speelt daar een belangrijke rol in. In het verslag van vorig jaar hebben we aangegeven dat het moeilijk blijkt om scherp te krijgen welke rol Eneco met haar klanten hierin heeft. Ook schreven we dat er geen wetenschappelijke consensus is over de vraag wat de grenzen zijn aan hetgeen de aarde kan verdragen. Vandaar dat we toen stelden dat er meer onderzoek nodig is om hier een goed beeld van te krijgen en dat we daaraan werken.

Dit jaar hebben onderzoekers van adviesbureau 'De Gemeynt' het rapport ‘To No Net Loss of Biodiversity’ uitgebracht gebaseerd op een onderzoek in opdracht van Eneco. In dit rapport concluderen zij dat Eneco al veel doet om haar impact op het milieu te verminderen. Dit is echter veelal gedreven vanuit wettelijke bepalingen en regelgeving. Indien het streven No Net Loss is, dat wil zeggen dat onze activiteiten niet ten koste gaan van biodiversiteit en ecosystemen, dan moeten we verdere stappen nemen om de 'biodiversity footprint' van Eneco te reduceren. Deze conclusie baseren de onderzoekers op twee quick scans van projecten van Eneco.

Eneco heeft de resultaten van het onderzoek met haar partner WNF gedeeld en het thema Biodiversiteit onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst tussen beide partijen gemaakt. Doel is om gezamenlijk meer kennis te verzamelen over de impact van de duurzame energieprojecten van Eneco op kwetsbare omgevingen. De eerste stap is om te inventariseren hoe deze projecten zijn gesitueerd ten opzichte van belangrijke natuurbeschermingsgebieden.

Rapportageproces

We hebben de werkwijze waarop de inhoud van het jaarverslag vorig jaar is bepaald geëvalueerd en daarbij vastgesteld dat dit voldoende gestructureerd en efficiënt heeft plaatsgevonden. Verbeteringsmogelijkheden zijn ter harte genomen bij de voorbereiding van het jaarverslag 2015. Uitgangspunt bij deze voorbereiding was de strategie inclusief strategische thema’s en kritische performance indicatoren (kpi’s) zoals die door de Raad van Bestuur zijn vastgesteld. Bij deze strategie dienen rendement en risico in balans te zijn. Ook willen we de belangen van betrokkenen bij ons bedrijf zo goed als mogelijk in acht nemen. De inhoud van het jaarverslag komt tot stand op basis van een materialiteitsanalyse van deze belangen. Daarbij stellen we per materieel onderwerp vast welke activiteiten en welke bedrijfsonderdelen dit betreft evenals welke belanghebbenden in binnen- en buitenland. We spreken op regelmatige basis met de belangrijkste betrokkenen over de relevantie van onze strategie en de wijze waarop wij in de keten samen met hen nog verder kunnen verduurzamen.

Voor het rapportageproces hebben wij afspraken gemaakt. Voor iedere strategische kpi die is gekoppeld aan een strategische thema zijn onder meer de verantwoordelijkheden, definitie, scope, berekening, benodigde bronnen en systemen, kwaliteitsborging en het proces vastgelegd. De ontwikkeling per strategische kpi wordt periodiek gerapporteerd en besproken met de directies van de betrokken Eneco-entiteiten. Waar nodig sturen we bij.

Informatieverzameling en accountability

De Raad van Bestuur is eindverantwoordelijk voor het geïntegreerde jaarverslag. Zij heeft de totstandkoming ervan gedelegeerd aan een procesmanager die een multidisciplinair team aanstuurt. De inhoudelijke verantwoordelijkheid is verdeeld tussen de afdelingen Finance & Risk, Strategie en Communicatie & Public Affairs. De financiële en niet-financiële strategische kpi's zijn integraal onderdeel van de planning- en controlcyclus. Hiervoor hebben we een managementsysteem ingericht waarin we de data met betrekking tot de kpi's gedurende het jaar verzamelen. In de reguliere business reviews bespreken we de resultaten. De strategische kpi’s zijn gekoppeld aan G4-indicatoren.

Aan de hand van een accountability index wordt per onderwerp een verantwoordelijke aangewezen. Deze personen leveren informatie aan over de onderwerpen, zoals in het model is bepaald, en accorderen de teksten na eindredactie. De Raad van Bestuur levert in twee rondes commentaar en keurt de eindversie goed voordat deze naar de Raad van Commissarissen gaat.

Assurance niet-financiële informatie

Eneco schakelt een externe accountant in om de betrouwbaarheid van de meest relevante niet-financiële informatie in het jaarverslag te onderzoeken en te bevestigen in een assuranceverklaring. Sinds het boekjaar 2011 hebben wij Deloitte Accountants B.V. gevraagd naast de jaarrekening de strategische kpi's en het GRI-toepassingsniveau te beoordelen.1

Over 2013 rapporteerde Eneco voor het eerst volgens de GRI G4-richtlijnen op Core-niveau. Tevens hebben we dat jaar verzocht het kwaliteitsniveau van de controle op de strategische kpi’s1 en de toepassing van de G4 Core-rapportagerichtlijnen te verhogen tot ‘redelijke mate van zekerheid’. Dit is het hoogst gangbare niveau. Deze vooruitstrevende standaard hebben we ook aangehouden voor de strategische kpi'sen het GRI-toepassingsniveau van dit jaarverslag over 2015.

Materialiteitsanalyse

De materiële onderwerpen waarover we in dit jaarverslag verantwoording afleggen, hebben zowel intern als extern impact. We koppelen de materiële thema's aan strategische kpi's waarmee we de voortgang zichtbaar willen maken. Nog niet voor alle thema's zijn strategische kpi's vastgesteld. Voor de nieuwe thema's 'Innovatie' en 'Ontwikkeling van medewerkers' zijn die nog (deels) in ontwikkeling.

In onderstaand overzicht geven we de interne en externe impact weer, voorzover we deze ook meten. Klanttevredenheid meten we bijvoorbeeld op dit moment alleen in Nederland. Veiligheid is een onderwerp waarvoor we in onze uitvoerende activiteiten nadrukkelijk ook verantwoording willen afleggen. We realiseren ons dat we echter nog niet het gehele inkoopdomein dusdanig in kaart hebben, dat we ook deze fase volledig binnen de scope kunnen rekenen. In dit overzicht laten we niet zien in welke landen we onze CO2-emissies compenseren. Meer informatie hierover vindt u in de paragraaf CO2-compensatie. We laten hier alleen zien in welke landen waar Eneco Groep actief is de betreffende materiële aspecten van toepassing zijn en welke belanghebbenden dit raakt (externe impact). Ook wordt verduidelijkt in welke fase in de supply chain een onderwerp relevant is bij welke onderdelen van Eneco Groep (interne impact). Voor het overzicht van de bedrijfsonderdelen van Eneco Groep wordt verwezen naar het Profiel en het Overzicht van belangrijkste dochterondernemingen, joint operations, joint ventures en geassocieerde deelnemingen. Onze keten bestaat uit inkoop, productie, distributie en levering (binnen de organisatie) en gebruik (buiten de organisatie). Deze indeling gebruiken we in de volgende tabel.

Economische prestaties

Een solide financiële basis is essentieel om te kunnen blijven investeren in innovaties, infrastructuur en energieopwekking, wat nodig is voor de transitie naar een duurzame energiehuishouding. Dit is van belang voor de maatschappij die altijd over energie moet kunnen beschikken, maar ook voor Eneco’s toekomstige economische prestaties en belanghebbenden die een langetermijnrelatie met Eneco onderhouden.

Waar

Inkoop

Productie

Distributie

Levering

Gebruik

Nederland, België, Frankrijk, UK

 

Voornaamste belanghebbenden

Scope kpi

kpi

Klanten, aandeelhouders, investeerders, financiers, medewerkers

Eneco Groep

#13 Credit rating

Eneco Groep

#14 ROACE

Energie en emissies

Onze ambitie is om de impact op de planeet te reduceren die wij met onze klanten veroorzaken door de uitstoot van emissies. Zoals onder meer vastgelegd in diverse klimaatdoelstellingen, hebben de maatschappij en toekomstige generaties belang bij het terugdringen van uitstoot van emissies.

Waar

Inkoop

Productie

Distributie

Levering

Gebruik

Nederland, België, Frankrijk, UK (en landen waar CO2-emissies gecompenseerd worden)

Voornaamste belanghebbenden

Scope kpi

kpi

Klanten, investeerders, medewerkers, milieu-organisaties, overheden

Energiebedrijf
Eneco excl. Ecofys

#6 Reductie t.o.v. 2012 van het effect van elektriciteitsverbruik klanten op klimaatverandering

Duurzame elektriciteit

Om de aarde ook voor toekomstige generaties leefbaar te houden, heeft de maatschappij zich tot doel gesteld om meer elektriciteit uit duurzame bronnen op te wekken. Eneco heeft haar strategische ambities hierop afgestemd.

Waar

Inkoop

Productie

Distributie

Levering

Gebruik

Nederland, België, Frankrijk, UK

 

Voornaamste belanghebbenden

Scope kpi

kpi

Klanten, aandeelhouders, investeerders, financiers, medewerkers, milieu-organisaties, overheden

Energiebedrijf Eneco excl. Ecofys  

#8 Duurzame elektriciteitsproductie t.o.v. de totale leveringsportfolio

Klanttevredenheid

De klant centraal is het dagelijkse centrale thema waarop gestuurd wordt. De organisatie is hier in 2014 op aangepast (éénloketprincipe). Klantenbinding is ook voor Eneco’s economische prestaties van groot belang en begint met het creëren van tevredenheid.

Waar

Inkoop

Productie

Distributie

Levering

Gebruik

Nederland

 

 

Voornaamste belanghebbenden

Scope kpi

kpi

Klanten

Energiebedrijf Eneco

#1 Aantal klantcontracten Eneco

Energiebedrijf Eneco Consumenten Nederland excl. Oxxio en Woonenergie

#2 Net Promoter Score Eneco

Stedin

#3 Klanttevredenheid Stedin

Veiligheid

Veiligheid heeft binnen Eneco de absolute prioriteit. Als een veilige werkomgeving voor onze medewerkers en de omgeving niet gegarandeerd is, dan stopt alles. Dit aspect heeft vooral betrekking op onze (volledige) interne organisatie maar raakt uiteraard ook de omgeving waarin wij werken.

Waar

Inkoop

Productie

Distributie

Levering

Gebruik

Nederland, België, Frankrijk, UK

 

 

Voornaamste belanghebbenden

Scope kpi

kpi

Klanten, aandeelhouders, overheden, omwonenden

Eneco Groep

#9 Lost Time Injury Rate (LTIR) Groep

Eneco Groep

#10 Recordable Incident Frequency (RIF) Groep

Netverliezen

Het terugdringen van netverliezen komt ten goede aan verschillende strategische doelen: het terugdringen van schadelijke emissies en het beheersen van kosten.

Waar

Inkoop

Productie

Distributie

Levering

Gebruik

Nederland

 

 

 

 

Voornaamste belanghebbenden

Scope kpi

kpi

Financiers, milieu-organisaties

Eneco Groep

excl. Ecofys

#7 Reductie t.o.v. 2012 van het effect van het elektriciteitsverbruik Eneco Groep op klimaatverandering

Leveringszekerheid

Altijd kunnen beschikken over energie is van essentieel belang voor onze klanten. We investeren daarom gericht in het minimaliseren van de onderbrekingsduur. Eneco heeft haar strategische succes hieraan verbonden.

Waar

Inkoop

Productie

Distributie

Levering

Gebruik

Nederland

 

 

 

 

Voornaamste belanghebbenden

Scope kpi

kpi

Klanten

Stedin

#4 Gemiddelde onderbrekingsduur per getroffen klant (electriciteit)

Stedin

#5 Gemiddelde onderbrekingsduur (gas)

Innovatie

De komende jaren zijn cruciaal om de transitie naar een duurzame, decentrale energievoorziening voor onze klanten mogelijk te maken. Innovatie speelt een doorslaggevende rol bij deze transitie. We ontwikkelen een kpi waarmee we onze voortgang met innovatie kunnen meten.

Waar

Inkoop

Productie

Distributie

Levering

Gebruik

Nederland, België, Frankrijk, UK

 

V

V

Voornaamste belanghebbenden

Scope kpi

kpi

Klanten, financiers, medewerkers,

milieu-organisaties

Eneco Groep

In ontwikkeling

Ontwikkeling medewerkers

‘Alignment’ met onze missie en strategie en een goede motivatie van medewerkers zijn essentieel voor het succes van Eneco. Zij moeten hiervoor goed toegerust zijn en daar investeren we in. We ontwikkelen een kpi waarmee we de voortgang op de ontwikkeling van onze medewerkers zichtbaar kunnen maken.

Waar

Inkoop

Productie

Distributie

Levering

Gebruik

Nederland, België, Frankrijk, UK

V

 

Voornaamste belanghebbenden

Scope kpi

kpi

Medewerkers

Eneco Groep excl. Ecofys

#11 Internal alignment

Eneco Groep excl. Ecofys

#12 Medewerkersmotivatie

Scope strategische kpi's

Eneco Groep bestaat uit het energiebedrijf Eneco en het netwerkbedrijf Stedin. De groepsmaatschappijen (zie Overzicht van belangrijkste dochterondernemingen, joint operations, joint ventures en geassocieerde deelnemingen, pagina #) zijn betrokken in de scope van de strategische kpi's volgens onderstaand overzicht.

Nr.

Omschrijving

Scope

1

Aantal klantcontracten Eneco

Energiebedrijf Eneco

2

Net Promoter Score Eneco

Energiebedrijf Eneco Consumenten Nederland excl. Oxxio en Woonenergie

3

Klanttevredenheid Stedin

Stedin

4

Gemiddelde onderbrekingsduur elektriciteit per getroffen klant

Stedin

5

Gemiddelde uitvalduur gas

Stedin

6

Reductie t.o.v. 2012 van het effect van elektriciteitsverbruik klanten op klimaatverandering

Energiebedrijf Eneco excl. Ecofys

7

Reductie t.o.v. 2012 van het effect van elektriciteitsverbruik Eneco Groep op klimaatverandering

Eneco Groep excl. Ecofys

8

Duurzame elektriciteitsproductie t.o.v. de totale leveringsportfolio

Energiebedrijf Eneco excl. Ecofys

9

Lost Time Injury Rate (LTIR) Groep

Eneco Groep

10

Recordable Incident Frequency (RIF) Groep

Eneco Groep

11

Internal alignment

Eneco Groep excl. Ecofys

12

Medewerkers Motivatie Score

Eneco Groep excl. Ecofys

13

Credit Rating

Eneco Groep

14

ROACE

Eneco Groep

GRI-index

GRI

refe­rence

Omschrijving

Toelichting

Verwijzing

Strategie en analyse

G4-01

CEO statement

Interview Jeroen de Haas , Bericht Raad van Bestuur

Organisatie profiel

G4-03

Naam organisatie

Eneco Holding N.V.

Profiel

G4-04

Voornaamste producten en diensten

Profiel

G4-05

Locatie hoofdkantoor

Rotterdam

Profiel

G4-06

Landen waar de organisatie actief is

Profiel

Materialiteitsanalyse

G4-07

Eigendomsstructuur en rechtsvorm

Grondslagen voor financiële verslaglegging - Algemene informatie

Jaarrekening, Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening, Overzicht van belangrijkste dochterondernemingen)

Lokaal verbonden

G4-08

Afzetmarkten en type klanten

Profiel

G4-09

Omvang van de organisatie

In 2015 is 17,9 TWh elektriciteit geleverd (2014: 17,5), 4.625 MCM gas (2014: 4.432) en 10.240 TJ warmte (2014: 10.093).

Feiten en cijfers ,

Personeelsgegevens

G4-10

Personeelsbestand

We voldoen niet geheel aan de GRI-vereisten. Zie Verslaggevingsbeleid

Personeelsgegevens, Jaarrekening, toelichting 5 met personeelsaantallen.

Dynamische werkgever

G4-11

Aantal medewerkers onder cao

Personeelsgegevens

G4-12

Omschrijving supply chain

Ketenverantwoordelijkheid en Materialiteitsanalyse

G4-13

Belangrijkste veranderingen in organisatieomvang, structuur, eigendoms­verhoudingen en supply chain

De business unit Joulz Projects van het voormalige Joulz is met ingang van 1 januari 2015 als Joulz Energy Solutions (handelsnaam Joulz) gepositioneerd binnen Energiebedrijf Eneco. Ook het voormalige Joulz bedrijf CityTec maakt met ingang van 1 januari 2015 onderdeel uit van Energiebedrijf Eneco. De business unit Service Provider en de stafafdelingen van het voormalige Joulz zijn per 1 maart 2015 samengevoegd met Stedin.

Overname per 1 januari 2015 van een aantal productielocaties voor elektriciteit / stadsverwarming en het bijbehorende warmtetransportnet in Utrecht.

Oprichting per 5 juni 2015 van Eneco Innovation & ventures B.V.

Overname per 18 juni 2015 van 50% aandelen Peeeks B.V.

Overname per 9 juli 2015 van het resterend belang in Quby Products B.V. en Quby International IE B.V.

Oprichting per 19 november 2015 van Jedlix B.V.

Profiel

G4-14

Voorzorgsprincipe

Risicomanagement

Betrouwbare levering van energie: Risicobeheersing, Graafschadepreventie

Investeren in duurzame capaciteit en productie: Risico's

Veiligheid: Nieuwe veiligheidsrisico's

Transformatie en rendement: Risico's

G4-15

Codes en principes

Eneco is actief in het buitenland, ook in ontwikkelingslanden. Wij leven de lokale wet- en regelgeving na. Soms biedt die regelgeving minder passende bescherming dan het internationale recht. Bijvoorbeeld over kinderarbeid, slavernij of andere elementaire arbeidsomstandigheden. Wij gaan dan uit van de internationale standaarden opgenomen in de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens.

Eneco is een van de ondertekenaars van het Energieakkoord voor duurzame ontwikkeling.

-

G4-16

Lidmaatschappen

Wij zijn onder andere lid van Nederlandse Vereniging Duurzame Energie, Nederlandse Wind Energie Associatie, De Brede Stroomversnelling, DE Unie, Netbeheer Nederland, UNETO/VNI, Energie Nederland, de Groene Zaak en Eurelectric.

-

Materiële aspecten en reikwijdte

G4-17

Organisatorische reikwijdte

Jaarrekening, Overzicht van belangrijkste dochterondernemingen

G4-18

Procesbeschrijving inhoudsbepaling

Verslaggevingsbeleid

G4-19

Materiële aspecten

Materialiteitsanalyse

G4-20

Scope materiële aspecten binnen de organisatie

Materialiteitsanalyse

Scope bij strategische kpi's

G4-21

Scope materiële aspecten buiten de organisatie

Materialiteitsanalyse

G4-22

Herformuleringen ten opzichte van vorig boekjaar

We rapporteren niet langer het aantal klanten maar het aantal contracten (exclusief transport)

Verbinding met de klant

G4-23

Significante veranderingen ten opzichte van vorig boekjaar

Twee materiële thema's toegevoegd: Innovatie en Ontwikkeling medewerkers

De scope van de strategische kpi's is aangepast aan organisatieveranderingen en aan nieuwe kpi's

Strategische kpi's

Scope strategische kpi's Verslaggevingsbeleid

Stakeholderbetrokkenheid

G4-24

Lijst van betrokkenen bij het bedrijf

Belanghebbenden,

Verslaggevingsbeleid

G4-25

Selectieproces van betrokkenen bij het bedrijf

Belanghebbenden

Verslaggevingsbeleid

G4-26

Beleid ten aanzien van betrokkenheid stakeholders

Belanghebbenden,

Verslaggevingsbeleid

G4-27

Belangrijke onderwerpen van dialoog

Belanghebbenden

Verslaggevingsbeleid

Verslagparameters

G4-28

Verslagperiode

1 januari 2015 t/m 31 december 2015

-

G4-29

Datum van het meest recente verslag

20 februari 2015 inzake verslagjaar 2014

-

G4-30

Verslaggevings­periode

Kalenderjaar

-

G4-31

Contactpunt

Feedbackknop op iedere pagina van het online jaarverslag. Het jaarverslag is hier ook als pdf te downloaden. In de pdf staat de contactinformatie in het colofon

-

G4-32

In accordance option

Assurance met een redelijke mate van zekerheid is verstrekt op de strategische kpi's en de toepassing van GR4-Core

Jaarrekening, Overige gegevens, Assurancerapport

-

G4-33

Assurancebeleid

Verslaggevingsbeleid

Governance

G4-34

Governance­structuur

Corporate governance

Ethiek en integriteit

G4-56

Organisatorische waarden, principes, standaarden en gedragsnormen

Beheersing, integriteit en compliance

Gedragscode op de corrporate website

Verklaring Naleving Gedragscode

Indicatoren

Specific Standard Disclosures

Aspect

GRI

reference

Materieel thema

Toelichting

Verwijzing

Economisch

Economische prestaties

DMA

Economische prestaties

Zie kpi nr. 13 en 14 in Strategische kpi's

Aangescherpte strategie Financieel rendement

G4-EC1

Zie Opbrengst energielevering, -transport en energiegrelateerde activiteiten, Overige opbrengsten, Personeelsbeloningen, overige Bedrijfskosten, Overheidsubsidies, Aandeel in resultaat geassocieerde deelnemingen en joint ventures, Financiele baten en lasten, Belastingen, Resultaat na belasting en Resultaatverdeling in de Geconsolideerde winst- en verliesrekening, Geconsolideerd Kasstroomoverzicht en Geconsolideerd Mutatieoverzicht groepsvermogen, inclusief de toelichtingen daarop. Zie ook Financieel resultaat 2015 en Financieel rendement

Zie Toelichting per segment voor Opbrengsten per land.

Eneco rapporteert belastingen op groepsniveau en niet per land.

Voortgang, Jaarrekening ,

Opbrengsten per land,

Financieel resultaat 2015, Financieel rendement

Reserch & Development

DMA

Innovatie

Kpi in ontwikkeling

Aangescherpte strategie,

Innovatie (inleiding)

Materialiteitsanalyse

Efficiëntie van transport en distributie

EU-12

Netverliezen

Het totale netverlies voor elektriciteit bedraagt 4,8% van de distributie (3,7% technisch en 1,1% administratief)

Materialiteitsanalyse (Netverliezen)

Milieu

Emissies

DMA

Energie en emissies

Zie kpi nr. 6 in Strategische kpi's

Materialiteitsanalyse

CO2-uitstoot productie

One Planet

One Planet document

G4-EN18

Zie kpi nr. 6 in Strategische kpi's

Betreft de broeikasemissie intensiteit van de elektriciteit die verbruikt wordt door onze klanten. De ratio is gram per kWh. Het omvat alle uitstoot voorafgaand aan en tijdens opwekking. De uitstoot bestaat grotendeels uit CO2. Ook CH4 en N2O worden meegenomen in de berekening (omgerekend naar CO2).

Zie kpi nr. 7 in Strategische kpi's

Deze kpi geeft de reductie t.o.v. 2012 weer van de emissies van de broeikasgassen CO2, CH4 en N2O die zijn gerelateerd aan het elektriciteitsverbruik van de panden van de Eneco Groep excl. Ecofys en aan de netverliezen die samenhangen met het transport van elektriciteit. In deze kpi zijn niet begrepen de emissie van het broeikasgas SF6 en de broeikasgasemissies veroorzaakt door mobiliteit.

CO2-uitstoot productie

One Planet

Producten en diensten

DMA

Duurzame elektriciteit

Zie kpi nr. 8 in Strategische kpi's

Investeren in duurzame capaciteit en productie

One Planet

Materialiteitsanalyse

G4-EN27

Zie kpi nr. 8 in Strategische kpi's

Duurzame capaciteit en productie

Sociaal: subcategorie werkgever

Veiligheid en gezondheid

DMA

Veiligheid

Zie kpi nr. 9 en 10 in Strategische kpi's

Materialiteitsanalyse

Veiligheid

G4-LA06

Zie kpi nr. 9 en 10 in Strategische kpi's

Wij voldoen niet geheel aan de GRI vereisten, zie Verslaggevingsbeleid

Veiligheid,

Opleiding en ontwikkeling

DMA

Ontwikkeling medewerkers

Bericht rvb

G4-LA10

Zie kpi nr. 11 en 12 in Strategische kpi's betreffen Medewerker Alignment en Medewerker­motivatie. Kpi voor Ontwikkeling medewerkers is in ontwikkeling

Dynamische werkgever

Sociaal: subcategorie productverantwoordelijkheid

Aanbieden van producten en diensten

DMA

Klanttevredenheid

Zie kpi nr. 2 en 3 in Strategische kpi's 

Materialiteitsanalyse

Klanttevredenheid Eneco, Klanttevredenheid Stedin

G4-PR5

Zie kpi nr. 2 en 3 in Strategische kpi's

Klanttevredenheid Eneco,

Klanttevredenheid Stedin

Toegang tot energie

DMA

Leveringszekerheid

Zie kpi nr. 4 en 5 in Strategische kpi's

Materialiteitsanalyse (Leveringszekerheid).

EU29

Betrouwbare levering van energie

Sector Supplement Electric Utilities

Aspect

GRI

reference

Materieel thema

Toelichting

Verwijzing

Verplichte indicatoren

Opgestelde elektrische productiecapaciteit

EU1

Zie kpi nr. 8 in Strategische kpi's

Investeren in duurzame capaciteit en productie

Opgestelde productiecapaciteit

Idem

Elektriciteitsproductie

EU2

Zie kpi nr. 8 in Strategische kpi's

Investeren in duurzame capaciteit en productie

Aantal klanten

EU3

Zie kpi nr. 1 in Strategische kpi's

We rapporteren niet langer het aantal klanten maar het aantal contracten (exclusief transport). Omdat we deze nieuwe kpi pas recent hebben vastgesteld, maken we in dit verslag geen onderscheid naar type contract.

We voldoen daarmee niet geheel aan de GRI-vereisten. Zie verder Verslaggevingsbeleid

Verbinden met de klant (aantal contracten blijft gelijk)

Lengte van kabels en leidingen van energiedistributienetten

EU4

We rapporteren alleen over de totale lengte elektriciteitskabels of gasleidingen. We voldoen daarmee niet geheel aan de GRI-vereisten.

Zie verder Verslaggevingsbeleid

Zie stedin jaarverslag, http://www.stedin.net/over-stedin/jaarverslagen-en-publicaties

CO2-compensatie

EU5

Ten aanzien van de verplichte emissiehandel (EU-ETS) worden alle rechten ingekocht via ICE (handelsplatform). Eneco levert over 2015 evenveel emissierechten in bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) als de geverifieerde emissies ten behoeve van de compensatie van de CO2-uitstoot van de eigen productie en van de ingekochte productie waarvoor wij verplicht zijn om de uitstoot te compenseren. Over 2015 is de voorlopig geschatte CO2-uitstoot van centrales en warmteproductie 1,7 miljoen ton, waarvan 10% gratis via allocatie is verkregen. Eind maart worden deze cijfers definitief vastgesteld in het geverifieerd emissieverslag en uiterlijk 30 april 2016 worden de emissierechten ingeleverd.

Zie Investeren in duurzame capaciteit en productie: Garanties van oorsprong

CO2-compentatie en GvO's

Vorige paragraaf:
Voortgang
Volgende paragraaf:
Bericht Raad van Commissarissen